Skip to main content

Full text of "1980 0001 HOBBIT"

See other formats




pmm 


Bij de volgende detailhandelaren zijn de in Hob-bit gepubliceerde printen verkrijgbaar: 


Elco 
Laat 166 
1811 EM ALKMAAR 


Elektron 
Laat 38 
1811 EJ ALKMAAR 


Centrum 
Arnhemsestraat 7 
3811 LE AMERSFOORT 


Electronica 2000 
Chrysantenstraat 4-6 
1031 HT AMSTERDAM 


Radio Rotor 
Klinkerstraat 55 
1053 DE AMSTERDAM 


Radio Vos 
Ceintuurbaan 137 
1072 GA AMSTERDAM 


R.&H. 
Derkinderenstraat 98 
1061 VX AMSTERDAM 


Televersum 
Simonskerkestraat 11 
1069 HP AMSTERDAM 


Valkenburg 
Klinkerstraat 208 
1053 EM AMSTERDAM 


Radio Putto 
Mariastraat 24 
7311 HL APELDOORN 


Van Essen Elektronica 
Molenstraat 64 
7311 NJ APELDOORN 


Radio te Kaat 
Jansbuitensingel 2 
6811 AA ARNHEM 


Fa. Telemarc 
Driekoningenstraat 5 
6828 EL ARNHEM 


Andries Radio en TV 
Oudestraat 34 
9401 EK ASSEN 


Elektronica Offermans 
Stationsstraat 34 
6191 BE BEEK L. 


Rein de Jong BV 
Korte Bosstraat 4 
4611 MA BERGEN OP ZOOM 


Electra 
Haagdijk 80 
4811 TV BREDA 


Hobby Elektronica 
Boschstraat 24 
4811 GH BREDA 


Radiobeurs B.H. Rhee 
Karnemelkstraat 10 
4811 KJ BREDA 


Radio Velt 
Huizerweg 50 
1402 AD BUSSUM 


Radio van Zee 
Tollenstraat 7 
4101 BD CULEMBORG 


De Jong Elektronica 
Vughterstraat 52 
5211 GK DEN BOSCH 


Fa. van Dijk 
Boschmeersingel 100 
5223 HK DEN BOSCH 


Mulders BV 
Orthenstraat 9 
5211 SV DEN BOSCH 


Fa. E.C.D. 
Voldersgracht 26 
2611 EV DELFT 


Goris Elektronica 
Binnen Watersloot 18a 
2611 BK DELFT 


Radio Gerrese 
Regentesseplein 29 
2562 EX DEN HAAG 


Radio Westerveld 
Steenwijklaan 98 
2541 RM DEN HAAG 


Radio Twenthe 
Stille Veerkade 11 
2512 BE DEN HAAG 


R.T.V. 
Wagenstraat 106 
2512 AZ DEN HAAG 


Fa. Stuut en Bruin 
Prinsegracht 34 
2512 GA DEN HAAG 


Hobby Rama BV 
Spoorstraat 19 
1781 JB DEN HELDER 


Radio Proton 
Beatrixstraat 94 
1781 ER DEN HELDER 


Radio Geldhof 
Boxbergerweg 3 
7412 BB DEVENTER 


Hobby Electronica H.E.D. 
Dr. H. Noodtstraat 34a 
7001 DX DOETINCHEM 


Terpstra Elektronica 
Grote Breestraat 12 
9101 KJ DOKKUM 


Hi-Fi Shop 
Noordkade 83 
9203 CH DRACHTEN 


Tandy Int. Electronics 
Houtlaan 17 
9203 AN DRACHTEN 


Hobby Electronica Shop 
Veenderweg 51 
6713 AC EDE 


Hobby Service Shop 
C. Bosch BV 
Proosdijerveldweg 5 
6713 CK EDE 


Fa. Bombeeck 
Hoogstraat 90 
5615 PS EINDHOVEN 


De Boer Electronica 
Kleine Berg 39-41 
5611 JS EINDHOVEN 


Vogelzang 
Heren Boexstraat 22 
5611 AJ EINDHOVEN 


Crescendo Elektronica Emmen BV 
Hoofdstraat 5 
7811 EA EMMEN 


V.d. Sande 
Hengelosestraat 176 
7521 AK ENSCHEDE 


Boessen Elektronica BV 
Rijksweg Noord 18b 
6162 AJ GELEEN 


Rädio Shack Electronica 
Zeugstraat 34 
2801 JC GOUDA 


Arja Electronics 
Nw. Ebbingestraat 25 
9712 ND GRONINGEN 


Radio Okaphone 
Oude Ebbingestaat 60 
9712 HL GRONINGEN 


Telec BV 
Steentilstraat 40 
9711 GP GRONINGEN 


Kleinhout Radio BV 
Kleine Houtstraat 11a 
2011 DD HAARLEM 


Radio Joop Smienk 
Smeepoortstraat 23 
3841 EG HARDERWIJK 


Riton-Electronics 
Binnenweg 197 
2101 JJ HEEMSTEDE 


De Jong Electronica 
Akerstraat 21 
6411 GW HEERLEN 


Westerhof Elektronica 
Molenstraat 154 
5701 KK HELMOND 


Hobby Elektronica 
Wemenstraat 14 
7551 EX HENGELO 


H. en G. Electronica 
Hilvertsweg 24 
1214 JH HILVERSUM 


Radio Gooiland 
Langestraat 197 
1211 GX HILVERSUM 


Haltronic 
Postbus 202 
6430 AE HOENSBROEK 


Doeven Electronica 
Schutstraat 58 
7901 EE HOOGEVEEN 


Wira 
Kleine Noord 16 
1621 JG HOORN 


Electro Manders Tandy 
Broederstraat 17 
8261 GN KAMPEN 


Fa. Kok Electronica 
Nw. Beestenmarkt 20 
2312 CH LEIDEN 


Radiobeurs 
Hogewoerd 23-29 
2311 HE LEIDEN 


Fa. Henko 
Waagpassage 104 
Winkelcentrum Gordiaan 
82323 DW LELYSTAD 


Rapeco 
St. Nicolaasstraat 48a 
6211 NP MAASTRICHT 


Super Shop Mill 
Markt 13 
5450 AB MILL 


Baas Elektronika 
Rijksstraatweg 42 
3281 LW NUMANSDORP 


Hobbyshop Hans 
Ds. Martiniuslaan 4 
8071 GW NUNSPEET 


Muziek-Boetiek BV 
Passage Molenpoort 26 
6511 HW NIJMEGEN 


Technica BV 
v. Welderenstraat 103 
6511 MG NIJMEGEN 


Radio Daalmeyer 
Peperstraat 11-15 
1441 BH PURMEREND 


Popular Electronics 
Schoenmakersstraat 5 
6041 EX ROERMOND 


Boogerd Elektronica 
Hilledijk 190b 

3074 GA ROTTERDAM 
DIL-Electronics 


Mijnsherenlaan 108 
8081 CH ROTTERDAM 


Fa. Van Embden 
Zwartjanstraat 15 
3035 AJ ROTTERDAM 


Radiohuis v.d. Bend 
Hoogstraat 149 
3111 HE SCHIEDAM 


Frits Meuris Electronics 
Markt 36 

6131 EL SITTARD 
Radio v. Schalwijk 


Steenhoffstraat 61 
3764 BIJ SOEST 


Fa. Schreuders 
Voorstand 19 
4001 LS TIEL 


Piet Kennis BV 
Piusstraat 90 
5038 WT TILBURG 


Display Elektronica 
Lange Janstraat 16 
3512 BB UTRECHT 


Radiocentrum BV 
Vinkeburgstraat 6 
3512 AB UTRECHT 


Radio Ypma 
Boven Oosterdiep 61 
9641 JN VEENDAM 


Bauer Electr. Serv. 
Kleine Kerkstraat 1 
5911 GK VENLO 


Broekhuis den Draak 
Veerplein 33-35 
3131 CX VLAARDINGEN 


Radio v.d. Bend 
Westhavenplaats 32 
3131 BT VLAARDINGEN 


Electronic Equipment 
Wilhelminasingel 111 
6001 GS WEERT L. 


B.E. Electronica Hobby 
Gasthuisstraat 69 | 
7101 DW WINTERSWIJK 


El. Centrum Zaanstad BV 
Warmoesstraat 15 
1521 CJ WORMERVEER 


Nic. Jense 
1e Hogeweg 75 
3701 HJ ZEIST 


Manders Electronica 
Nieuwstad 2 
7201 NP ZUTPHEN 


Fakkert Electronica 
Thomas á Kempisstraat 126 
8022 AC ZWOLLE 


Fa. Ten Koppel 
Melkmarkt 34 
8011 MD ZWOLLE 


Tandy Hobby Electronics 
Assendorperstraat 98 
8012 EJ ZWOLLE 





AMAREX 
Transistorstraat 1 
3590 HAMONT 
(011) 445156 


2 


Hobbit 


4 Colofon PVR 





Bnr AE ed 4 
B Dit 
ERS 


Maandblad voor 
Hobby-elektronica 


Uitgave van: | 
Kluwer Technische Tijdschriften 


Redactie, administratie en advertentie-afdeling 
Nederland: 

Postbus 23, 7400 GA Deventer 

Tel.: 05700-91911 Postgiro 861221, telex 49540 


België: 
Abonnementen: KBnr. 408-001 2005-42 
Advertenties: KBnr. 408-0012007-44 


Redactie: 

H. ten Bosch, hoofdredacteur 
P.J. Smulders 

Tj. Venema 


Vaste medewerkers: 
ir. F. H. J. F. Janssen, drs. W. D. M. Janssen, H. 
Leydens, B. van Wierst, D. Winia. 


De in Hob-bit opgenomen schema's en bouwbeschrijvingen 
zijn uitsluitend bestemd voor huishoudelijk en experimenteel 
gebruik. (octrooiwet). 


Het auteursrecht t.a.v. de redactionele inhoud van dit tijdschrift 
wordt voorbehouden. Ongeautoriseerde verveelvuldiging en/ 
of openbaarmaking van het geheel of gedeelten daarvan op 
welke wijze ook is verboden. 


© 1980 


Abonnementen: 

Nederland: 

Jaarabonnement (excl. 4% btw) f 36,50 
Losse nummers (inci. 4% btw) f 3,75 
Buitenland f 101,- per jaar 
Luchtposttarief op aanvraag 


België: 
Jaarabonnement F 620,- (incl. 6% btw) 
Losse nummers F 60, (incl. 6% btw) 


Een nieuwe abonnee kan zich voor inschrijving wenden tot: 
Kluwer Technische Tijdschriften, Van Putiei 33, 
2000 Antwerpen. 


AMAVOX, Transistorstraat 1, 3590 Hamont tel: 011-445156. 
Collectieve abonnementen dienen afgesloten te worden bij: 
Kluwer Technische Tijdschriften, Antwerpen. 


Nieuwe abonnees ontvangen van de administratie een stor- 
tings-acceptgirokaart. Men wordt verzocht voor betaling van 
het abonnementsgeld van deze kaart gebruik te maken. 
Opzegging van het abonnement kan uitsluitend 

schriftelijk geschieden, uiterlijk 1 maand voor het 

einde van het kalenderjaar, nadien vindt automatisch 
verlenging voor 1 jaar plaats. 


Nederland: 

Advertenties 

H. Smienk 91471 
Inlichtingen redactie 

Dinie Kaauw 91374 
Intichtingen abonnementen 
Manny Roman 91463 


België: 

Redactie: M Verstrepen 

Advertentie exploitatie: G. Vercammen 
Reclame en promotie: D. Apers 


Advertentie-opdrachten worden uitgevoerd overeenkomstig 
onze leveringsvoorwaarden gedeponeerd ter Griffie van de 
Arrondissements-Rechtbanken en bij de Kamers van Koop- 
handel in Nederland. 


Verkrijgbaar bij stationskiosken, boek- en 
radiohandelaren. 


lid NOTU, Nederlandse Organisatie van 
Tijdschrift-Uitgevers 

lid FPPB, Federatie van de Periodieke Pers voor 
België. 

ISSN 0165 - 375 x 


Een eigen microcomputer ... 


Zoals de lezer die de voorgaande nummers 
van Hob-bit heeft bekeken wel zal hebben 
gemerkt neemt de microcomputertechniek in 
Hob-bit een niet onbelangrijke plaats in. We 
zijn ons ervan bewust dat de beginnende 
elektronicus de vele vaktermen die bij de 
computertechniek worden gebruikt niet direct 
doorziet; de meeste (vaak Engelstalige) 
uitdrukkingen lijken voor de leek kant nog wal 
te raken. We zijn gestart dit gat in de kennis van 
de hobbyist op te vullen door middel van de — 
inmiddels alweer aan het derde deel toezijnde 
— serie ‘De microcomputer, bit voor bit’. 

Deze serie is bedoeld om de leek op 
microcomputergebied net dat zetje te geven 
dat hij nodig heeft om zich voor deze 
fascinerende techniek te gaan interesseren. 
Veelal schrikt de reeds genoemde wirwar van 
vreemde termen de lezer af waardoor men het 
verhaal vanaf de eerste alinea al niet meer 
begrijpt. 

Het is met de elektronica echter net als met 
autorijden: ondanks het feit dat na voldoende 
studie theoretische kennis aanwezig is kan 
men, als men voor het eerst achter het stuur zit, 
de wagen niet van de plaats krijgen. De man die 
‘bit voor bit’ heeft gelezen en begrepen zal tot 
de ontdekking komen dat hij, als hij eenmaal 
achter het toetsenbord van een microcomputer 
is gekropen, niet in staat is een eerste 
programma goed te laten lopen. Zoals de 
automobilist de fijne kneepjes van het 
autorijden pas leert achter het stuur zal de 


hobbyist zijn theoretische computerkennis 
slechts aan de hand van een microcomputer 
kunnen optimaliseren. 

Wij zijn op het moment van het ter perse gaan 
van dit nummer nog druk aan het 
onderhandelen over een betaalbare 
microcomputer voor de Hob-bit lezer, met 
behulp waarvan deze in staat wordt gesteld zijn 
theoretische vaardigheden, opgedaan met ‘bit 
voor bit’, aan de praktijk te toetsen. 
Genoemde computer, we zeiden het al, moet 
allereerst betaalbaar zijn. Het is de bedoeling 
dat het apparaat als bouwpakket geleverd gaat 
worden, wat de prijs aanzienlijk drukt. 

Ten tweede zal de Hob-bitcomputer in een 
gemakkelijk te ieren en te gebruiken 
computertaal met de gebruiker moeten 
communiceren: in dit geval het alom bekende 
BASIC. Voorts bezit onze computer een 
compleet toetsenbord, een 
televisietussenschakeling (interface) zodat het 
apparaat direct op de TV kan worden 
aangesloten, een cassetterecorderinterface 
waardoor de programma’s op cassette kunnen 
worden vastgelegd, een aantal grafische 
symbolen waarmee men figuren en grafieken 
op het beeld kan construeren, meer dan 2000 
geheugenplaatsen en last but not least zeer 
ruime mogelijkheden tot uitbreiding. De 
kenners zullen hierin een klasse-apparaat 
herkennen; toch zal de prijs zoals het zich nu 
laat aanzien zéér gunstig liggen ten opzichte 
van hetgeen wordt geboden. We houden u op 


e hoogte .…… 
P. Smulders. 


Achtergronden 
„555 ontmaskerd 28 
Actueel 4 


Auto-elektronica 


Ruitenwisserintervalschakelaar 8 
transistorontsteking 17 
Boekbespreking 

Cassetterecorders 37 
Bouwontwerpen 

6, 9 en 12 voltvoeding 24 
Hybride versterkersysteem (2) 42 
Hobbycommunicatie 

Wat is Phase Locked Loop? 9 
Hobjes 27 


Interessante componenten 


LM 1830, een geïntegreerde vloeistof 38 
niveaumelder 


Microcomputertechniek 

De microcomputer, bit voor bit (3) 34 

Praktische tips 

Transformatorrecept (2) 15 
E ty l EG 

Rectificatie 

Professionele inbraakalarmcentrale 

deel 1 8 

Professionele inbraakalarmcentrale 

deel 4 23 

In het volgende nummer 46 


Omslagfoto: Bram van Monfoort. 





VREE EE mn GE EE nee EE ETET EEE GTE 


Hobbit 








/ Actueel 


Jamo luidsprekerpro- 
gramma 80/81 


De Deense fabriek Jamo heeft aan 
het programma enkele produkten 
toegevoegd. 

Nieuw is de JAMO Mini 80, een 
kleine 2-wegs basreflex van 
slechts 30 x 18 x 24 cm, met een 
continuvermogen van 50 watt en 
met een frequentiebereik van 
38... 20.000Hz. De JAMO mini 
80 is uitgerust met een overbelas- 
tingsbeveiliging en sterkterege- 
laar. De prijs bedraagt f 275, per 
Ue 

De nieuwste hit van JAMO's dy- 
namische ontwikkelgroep is de 
JAMO POWER-serie. Het zijn de 
POWER P-140R, P-260R, waar- 
van de muziekbelastbaarheid cor- 
respondeert met de resp. type- 
nummers. Deze luidsprekers zijn 
speciaal ontwikkeld voor tran- 
siëntrijke muziek en hebben een 
bijzonder gunstig rendement. Het 
tot 20.000Hz doorlopende hoge- 





tonengebied wordt bestreken door 
een hoorn met een speciaal ge- 
vormde akoestische lens. 

Bij de P-230R en P-260R wordt 


voor het middengebied een 
hoornluidspreker met opmerkelij- 
ke akoestische versterking toege- 
past. Bovendien kunnen bij deze 
twee typen het midden- en hoge- 
tonengebied qua sterkte worden 
ingesteld. Bij de P-140R is alleen 
bijregeling van de hoge tonen mo- 


gelijk. 

ada P4clek alsa TE sch 
ader sell Aller adel ap 
Rd 


De twee topmodellen J-203 en J- 
253 (voorheen J-202 en J252) 
zijn, zoals alle typen van de be- 
staande serie, optisch verfraaid en 
technisch op detailpunten verbe- 
terd. Nochtans is het mogelijk ge- 
bleken de prijs van beide typen te 
verlagen. De J-203 kost nu 





f 775,-en de J-253 kost f 995. 
Op alle JAMO-weergevers wordt 2 
jaar schriftelijke garantie ge- 
ef A/=la 


Inl.: Naho BV, Prinsengracht 655, 
1016 HV Amsterdam, 
(020) 236806 


Voor meer informatie: 
omcirkel nr. 301 van de info-kaart 





Goedkope 2-kanaals XY- 
oscilloscoop 


De 10 MHz oscilloscoop model 
1562 van Trio heeft een gevoelig- 
heid van 10 mV/cm en is een échte 
XY-scoop. Geen moeizaam getuur 
op het beeldscherm dankzij een re- 
gelbare meetrasterverlichting en 
een blauwfilter, dat hinderlijke 
weerkaatsing van het omgevings- 
licht wegneemt. De hoge stabiliteit 
wordt gewaarborgd door onder- 
meer een dubbele FET-ingangs- 
trap. 


Het tijdbasisbereik van Ves... 
1 us is verdeeld in 18 stappen. De 
scoop heeft een horizontale en ver- 
ticale gevoeligheid van 10 mV/ 
div... 20 V/div, terwijl de ingangs- 
impedantie 1MO, 22 pF is. 

De triggering kan intern, extern, via 
kanaal 1 of 2 of dual geschieden. 
De lineairiteit is beter dan 3%. De 
prijs is f 1095,- excl. BTW incl. 
meetprobes. 


Inl.: Koning en Hartman elektro- 
techniek BV, Koperwerf 30, 2544 
EN Den Haag. (070) 210101 


Voor meer informatie: 
omcirkel nr. 302 van de info-kaart 





LM135/235/335 precisie 
temperatuur sensor 


De Lm135 serie van National Se- 
miconductor zijn geïntegreerde, 
eenvoudig te calibreren precisie 
temperatuursensoren. Werkend 
als een 2-draads zener, heeft de 
LM135 een breakdown spanning 
welke direct gekoppeld is aan de 
absolute temperatuur (10 mV/*K). 
Als de LM135 bij 25°C wordt geca- 
libreerd dan bedraagt de typische 
fout minder dan 1°C over een 
schaal van 100°C. 

Ten opzichte van andere senso- 
ren is de output van de LM135 li- 


neair. Het temperatuurbereik van 
de drie types zijn respectievelijk 
van 65190, van 
—25°C...100°C en van 0°... 
100°C. 

In de data-sheet vindt men ver- 
schillende applikatie voorbeelden. 


Inl.: RODELCO B.V. Electronics 
Postbus 296 

2280 AG RIJSWIJK 

(070) 99 57 50 


Voor meer informatie: 
omcirkel nr. 303 van de info-kaart 





Mitsubishi introduceert 
vertikale platenspeler 


De volautomatische platenspe- 
ler LT-5V met vertikale aftas- 
ting die Mistubishi op de Funk- 
ausstellung in Berlijn aankon- 
digde, is inmiddels in Neder- 
land leverbaar. 


De platenspeler, die in vertikale 
opstelling (dus rechtop) wordt ge- 
bruikt is voorzien van een tangen- 
tiale toonarm met lineaire aftas- 
ting van de plaat. De toonarmstu- 
ring geschiedt elektronisch via 
fotosensors en is dermate nauw- 
keurig dat de maximale fouthoek 
slechts 0,1 graad bedraagt. 


De platenspeler wordt bediend 
via tiptoetsen met LED-aandui- 
dingen, waarmee de volgende 
functies worden geschakeld: 
Start; Stop; Repeat; Toonarmlift; 
Toonarmbeweging naar links en 
rechts over de plaat. De draai- 
snelheid en plaatdiameter worden 
met behulp van lichtgevoelige 


cellen automatisch gemeten en 
ingesteld. 





De LT-5V is bovendien nog 
voorzien van een beveiliging 
waardoor, indien geen grammo- 
foonplaat op het plateau aan- 
wezig is, de naald niet kan zak- 
ken en de toonarm in ruststand 
terugkeert. 

De platenspeler kan zowel 
staand als hangend worden op- 
gesteld en neemt zodoende be- 
duidend minder ruimte in. De 
vertikale opstelling maakt hem 
bovendien minder gevoelig voor 
op de plaat vallende stofdeel- 
tjes. De LT-5V is uitgevoerd in 
anthraciet-metallic, weegt 12,5 
kg en heeft als afmetingen: 


breed 466, hoog 430 en diep 200 
galen 


Inl.: Mitsubishi Electric 
Europe, Postbus 222, 
3540 AE Mijdrecht. 


Voor meer informatie: 
omcirkel nr. 304 van de info-kaart. 





uA 723 stabilisator nu ook 
in2...77 volt versie 


SGS-ATES is er door gebruik te 
maken van IC-technologieën voor 
hoge spanningen in geslaagd een 
monolytisch geïntegreerde varia- 
bele spanningsregelaar te ontwik- 
kelen voor ingangspanningen tot 
80 volt en uitgangstromen tot 150 
mAÂ bij zeer nauwkeurig instelbare 
uitgangspanningen van 2...77 
volt. 


Pe ed 
En En C 


LINEAR- INTEGRATED Cwacur! a 


pn 
me oan ATO 

va vat 
cumaont aart 





De spanningsregelaar type L146 
kenmerkt zich evenals zovele van 
SGS-ATES bekende lineaire ge- 
integreerde schakelingen door ei- 
genschappen als thermische be- 
veiliging en interne stroombe- 
grenzing. 

De L146 is pin-compatible met de 
bekende uA723 spanningsrege- 
laar en heeft evenals dit type de 


mogelijkheid van instelbare 
stroombegrenzing en externe 
spanningsafschakeling waarbij 


het mogelijk is bij stromen groter 
dan 150 mA een door de L146 
aangestuurde shunt-transistor toe 
te passen. 

Hierdoor is het mogelijk om in be- 
staande schakelingen waarbij een 
723 werd toegepast nu een L146 
te gebruiken, zodat hogere span- 
ningen mogelijk zijn. 


Inl.: Nijkerk Elektronika, 
Postbus 7920, 

1008 AC Amsterdam 
(020) 4289 33 tst. 148 


Voor meer informatie: 
omcirkel nr. 305 van de info-kaart. 


Belgische lezers van Hob-bit 
kunnen printen bestellen bij: 


Amarex 
Tansistorstraat 1 
3590 Hamont 
(011) 445156 








Hobbit 








VATTEN TREE ET 


Band- en vlakschuur- 
machine in één 


SKIL heeft nu een schuurmachine 
ontwikkeld waarmee zowel de 
groffe als de fijne schuurbewer- 
king snel en efficiënt gedaan kan 
worden. 

‘SAND CAT' is de merknaam van 
deze handige schuurmachine 
SKIL 593U, die dus in feite een 
combinatie is van een band- 
schuurmachine voor het snel ver- 
wijderen van overtollig materiaal, 
verf, lak en roest en een vlak- 
schuurmachine voor het verkrij- 
gen van een prachtige gladde af- 
werking. ‘SAND CAT’ is bedoeld 
voor vaklieden, die een compacte 
lichte machine weten te waarde- 
ren en voor particulieren die graag 
met professioneel gereedschap 
VLT de 

De nieuwe machine is uiterst ge- 
makkelijk te bedienen en bij lang- 
durig werken boven het hoofd zal 
het lichte gewicht wel erg op prijs 
worden gesteld. Door de compac- 
te vormgeving ken men tot in klei- 
ne hoekjes komen, waar tot nu toe 
vaak met de hand moest worden 
geschuurd. 

De schuurband kan met behulp 
van een spanklem in een hand- 
omdraai worden verwisseld. De 
knop aan de voorkant kan worden 
verwijderd bij werk in lastige hoek- 
jes. De machine loopt op kogella- 
gers en is dubbel geïsoleerd vol- 
gens de Europese veiligheids- 
voorschriften. Tot de standaard 
uitrusting behoren 5 schuurban- 
den van verschillende grofte. 





SKIL SAND CAT 
Inl.: SKIL Nederland BV, 
Konijnenberg 60, 
4825 BD Breda 
(076) 879233 


Voor meer informatie: 
omcirkel nr. 306van de info-kaart. 





Spanningsreferentie IC’s 


National Semiconductor introdu- 
ceert een nieuwe serie 1,2 volt 
spannings referentie IC's: LM185/ 
285/385. 

Bij deze ontwikkeling is gebruik 
gemaakt van ion-implant techno- 
logie, wat resulteert in een werk- 
stroom van 10 uA tot 20 mA. De 
referentie kan zodoende werken 
bij 12 u Watt. 

De drie bovengenoemde types 
onderscheiden zich door het tem- 
peratuur bereik van respectieve- 


IL —-55°C... 125°C, van 
—25°C...85°C en van 0°C... 
Pte ORG 

Toepassingsgebied: alle batterij 
gevoede apparatuur. De data- 
sheet geeft buiten de specifikaties 
ook verschillende applikatie voor- 
beelden. 


Inl.: RODELCO B.V. Electronics 
Postbus 296 

2280 AG RIJSWIJK 

(070) 99 57 50 


Voor meer informatie: 
omcirkel nr. 307 van de info-kaart. 


Professioneel element 
voor disc jockeys 


Het nieuwe GOLDRING element 
G-820DJ is een magneto dyna- 
misch element dat speciaal is ont- 
wikkeld voor gebruik door disc- 
jockeys in discotheken en om- 
roepstudio'’s. 

Niet alleen is het element uitgerust 
met een uitzonderlijk robuuste 
naaldconstructie, maar bovendien 
is de naald ten behoeve van zgn. 
‘back tracking’ loodrecht opge- 





steld. Met deze constructie kan 
het onmogelijk gebeuren dat de 
naald of de ophanging door enigs- 
zins ruwe behandeling of bij het 
terugdraaien van de plaat om de. 
juiste snelstartpositie op te zoe- 
ken, beschadigt. 


ali elo T=T No TDNReT oL0 ILA Le[=BA"An 
vorm’ naaldblok geeft een sterk 
verbeterd zicht op de naald. De 
exacte naaldpositie is met behulp 
van lichtgevende verf duidelijk 
onder alle omstandigheden, dus 
ook in de donkerste hoek van dis- 
cotheek of studio, waar te nemen. 
De G-820DJ kan worden gebruikt 
met een naaldkracht van 1,5 tot 5 
à 8 g en blijft dan ook onder alle 
omstandigheden in de groef. Een 
perfekte mu-metalen afscherming 
beschermt het element tegen 
brom. De gemakkelijk te vervan- 
gen insteeknaald, type D-130DJ, 
is vlot verkrijgbaar. Het nieuwe e- 
lement kan in welhaast elke pick- 
up-arm worden toegepast en kost 
jk Pen 


Inl.: Naho BV, Prinsengracht 655, 
Amsterdam, (020) 236806 


Voor meer informatie: e 
omcirkel nr. 308 van de info-kaart. 


Lichtorgelzuil 


De firma Haltronic heeft een drie- 
kanaals lichtorgel op de markt ge- 
bracht. Het apparaat is voorzien 
van 3 ingebouwde 80 mm ge- 





kleurde reflectorlampen en rea- 
geert op het geringste geluid, mu- 
ziek of spraak. 

Dankzij de ingebouwde conden- 
satormicrofoon is het apparaat 
zeer gevoelig. Voor het instellen 
van de gevoeligheid is het appa- 
raat voorzien van 4 regelaars, één 
voor elk kanaal en één voor de 
totaalregeling. De metalen behui- 
zing is voorzien van een geaard 
netsnoer met steker en porcelei- 
nen fittingen. Het apparaat voldoet 
aan de door de overheid gestelde 
eisen. 


Inl.: Haltronic, Postbus 202, 
IS Here B 
6430 AE Hoensbroek 


Voor meer informatie: 
omcirkel nr. 309 van de info-kaart. 





Platenopbergsysteem 


Lenco Audio AG, bekend van o.m. 
kwaliteits-accessoires voor platen 
en platenspelers, heeft een zeer 
eigentijds platenopbergsysteem 
op de markt gebracht: Lenco Disc- 
Register. Dit mobiele systeem, dat 
geheel nieuw van opzet is, bestaat 
uit een gemakkelijk monteerbaar 
buisframe waaraan maar liefst 80 
plastic hangmappen met LP's 


kunnen worden gehangen. De 
transparante plastic hangmappen 
zijn voorzien van een ophanghaak 
en bieden ook aan dubbelalbums 
gemakkelijk plaats. Deze manier 
van opbergen heeft het grote 
voordeel dat de platen niet kunnen 
verbuigen of kromtrekken. Ze 
staan immers niet maar ze han- 
gen. Door de transparante hang- 
mappen worden de waardevolle 
platenhoezen extra beschermd. 
Bij iedere hangmap worden kleur- 
ige registerstroken geleverd waar- 
door een duidelijk herkenbare 
klassering is te realiseren. Dankzij 
het stabiele buisframe kan de ge- 
hele platenverzameling gemakke- 
lijk van de ene kamer naar de an- 
dere worden gedragen. Prijs van 
het donkerbruine frame incl. 20 
transparante hangmappen: 
f 39,50. 





Inl.: Naho BV, 
Prinsengracht 655, 
1016 HV Amsterdam 


Voor meer informatie; 
omcirkel nr. 310 van de info-kaart. 


Zelfbouwpakket voor mi- 
crocomputer beginners 


ledere aspirant-microcomputer ge- 
bruiker kan nu vast oefenen met 
een goedkoop Intel 8086 zelfbouw- 
pakket van Koning en Hartman, de 
SDK86. 

Bovendien is het niet alleen een 
goedkope manier om met een heu- 
se 16 bits CPU te beginnen, het is 
ook een uiterst efficiënte manier om 
een prototype te ontwikkelen. 

De standaarduitrusting bevat onder 
andere een monitor om eventueel in 
een later stadium de SDK86 te kop- 
pelen aan een professioneel Intel 
ela LGE EL Clk 

Zolang de voorraad strekt wordt uw 
SDK86 kit uitgerust met een be- 
kroond schaakprogramma, gepro- 
grammeerd in een set gratis 
EPROM's. 

Voor de lage prijs van f 1849, 
(excl. BTW) heeft u uw Intel 8086 
microcomputer kit, de SDK86. 


Koning en Hartman elektrotechniek 
(070) 210101, Verkoopgroep Mi- 
crocomputers (toestel 234). 


Voor meer informatie: 
omcirkel nr. 311 van de info-kaart. 





Hobbit 





74LS00 74LS12 74LS153 74LS170 74LS196 74LS26 74LS353 74LS49 

J4ALSo1 74LS122 J4ALS154 74LS173 74LS197 74LS266 74LS366 1,64 | 74LS51 bikke enne de 

74LS02 74LS123 2, 74LS155 74LS174 74LS20 74LS27 74LS367 2,17 | 74LS54 Weerstandspakket 61 waarden x 
74ALSO3 74LS125 74LS156 74LS175 74LS21 J4ALS279 74LS368 1,67 JALS55 10 stuks NOOIT MEER MI 
74LS04 74LS126 74LS157 74LS181 74LS22 74LS28 74LS37 0,94 | 74L573 SRIJPEN - 33 98 


J4LS05 74LS13 74LS158 74LS190 74LS221 74LS283 74LS373 4,24 | 74LS74 Ee | 

J4L508 74LS132 J4LS160 74LS191 74LS245 74LS290 74LS375 1,95 [ 74LS78 Span d ips 
J4LS09 74LS136 74LS161 74LS192 74LS247 74LS293 74LS377 5,39 | 74L583 | 685 
74LS107 74LS138 74LS162 74LS193 74L 5248 74LS295 74LS38 0,95 | 74L585 Neerstande Watt 

74LS109 74LS139 74LS163 74LS194 74LS249 74LS298 74L5386 1,29 | /4LS86 ber stuk … 012 
74LS11 74LS14 74LS164 74LS195 74LS253 74LS30 74aLsa0o 0,73 | 74LS90 100 stu 9,35 
74LS112 74LS145 74LS165 74LS196 74LS257 74LS32 74LS42 2,19 | /4LS92 500 stuk 9 10° 
74LS113 74LS15 74LS168 74LS197 74LS258 74LS33 74LS47 2,19 | /4L593 Weerst Vat 

74LS114 7ALS151 74LS169 74LS20 74LS259 74LS352 74LS48 2,28 | 74L594 


DIODEN IC-VOETEN SPANNINGSREGELAARS 


1N4001 AA113 BA157 0,99 Ml display 7805KC LM1390K … 4,88 ,78L06 TOO2.. an, 7906UC 
IN4002 AA116 BAX12 0,77 socket 7805UC 3,39 | 78L08 Ee 7908KC 
1N4003 AA117 BAX13 0,28 6 pens 7806KC stie A0 NAR WOOE renrenzes 7908UC 
1N4004 AA118 BAX16 0,38 8 pens I8GBEE TON. 3,39 | 78L12 TO92. , ô 7912KC 
IN4005 AA119 BAY17 0,28 B \4 pens 7808KC _TO3 … 6,19 |78L15 TO92. 7912UC 
IN4006 AA132 BAY18 0,31 Ie pens 7808UC TO220 …. 3,39 |78L18 TO … 7915KC 
IN4007 AA133 BAY19 0,35 en ISIIKE TOB 6 [ILA TOM. 7915UC 
IN4148 O0, AA134 BB1058 1,77 Ml 28 pens 7812UC TO220.…..…. 3,39 [78MO5 TO220 … 791B8KC 

IN5054 AA135 BB105G 0,93 Mao pens 7815KC TO3 bi 6,19 [78M06 _TO220 …. 7918UC 

1N5400 AA136 BB109G 1,67 7815UC TO220 … 3,39 |78M08 TO220 ….…… 2, 7924KC 

IN5401 AA137 OA90 0,34 eier VOL ien 6,19 |78M12 TO220..…. 7924UC 

IN5402 AA138 OA91 0,34 Red 7818UC TO220 ….…. 3,39 |78M15 TO220 79GUIC 

IN5403 AA139 BY127 0,80 AA 722aKkec TO3 6,19 | 78M18 TO3 79M05 TO220 à 
IN5404 AA143 BY164 3,34 ANKER ele 7824UC TO220 ……. 3,39 | 78M24 TO220. 79M06 TO 220 …… 
IN5406 AA144 BY176 557 78GUIC 1 AMP. …… 6,40 | 78BMGT2C [IMOB TOZZ0 ren, 
IN5407 AAZ15 BY206 084 When EA 78405 TO3 svn AAG | ZIOEKC TOT anamnese 79MI2 TO220..…….……... 
IN5408 AAZ17 AA oe To3 30,97 | 7905UC TO220 ……… 79M24 _TO220 


AAT12 AAZ18 T8L05 TOM... '153-T90BKC TOF nn 79MGT2C 
TRANSISTOREN ISOLATIE 


2N1613 0,99 | 40594 4,95 | Bc109B 0,68 | BC300/6 BD138 1,28 |BF167 E420 806 M oratieset TO220… 
2N1711 0,99 | 40595 5,94 | BC109C 068 | BC301 BD139 1,32 |BF173 E430 742 B isotatieset TOS …… 
2N1893 1,13 | 40673 3,94 | BC140 1,22 | BC302 BD140 1,36 |BF1/7 MJ1000 6,59 Ml oiarieset TO6G. 
2N2102 1,22 | AC117K 1,56 | BC140/16 0 BC303 BD203 5,55 Ean MJ1001 6,59 
2N2218A 0,99 | AC121 132 | BC141 1. BC304 BD204 5,86 MJ2500 6,13 d 
N2219A 1,10 | AC122 1,01 | BC141/16 1.19 | BC307B BD232 3,93 |BF184 NER  \/NDAAG BESTELLEN = MORGEN IN HUIS II 
N2222A 1,04 | AC125 1,01 | BC147B 0,67 | BC308B BD234 219 |BF185 MJ2955 4,11 RAN 

N2368 1,07 | AC126 1.16 | BC148B 0,67 | BC309A BD235 1,53 |BF194 MJ3000 6,94 

N2369 1,07 | AC127 1,53 | BC149B 0,67 | BC309B BD236 1,53 |BF195 MJ3001 7,24 Ij 7400 74167 7433 

N2484 1,07 | AC128 1,32 | BC157B 0,67 | BC309C BD237 153 |BF196 MJ900 6,07 } /40! 7417 74365 

N2646 1,99 | AC128K 1,56 | BC158B 0,67 | BC327/25 BD238 1,53 |BF197 MJ901 8,62 B ”402 74170 74366 
N2904A 0,99 | AC151 1,28 | BC159B 0,67 | BC327/40 BD239A 1,59 |BF198 MJE2955 432 B 7403 74173 3, 74367 
N2905A 1,29 | AC1I51IR 1,56 | BC160 1,13 [ BC328/25 BD239B 1,68 |BF199 MJE3055 3,65 } ’404 74174 74368 
2N2907A 0,92 | AC153K 1,84 | BC160/16 1,19 | BC328/40 BD239C 1,77 BF 200 MJE340 2,42 7405 74175 7437 

2N3053 1,22 | AC176 1,32 | BC161 0,52[ BC337/25 BD240A 1,68 | BF224 MJE800 3,22 B 7406 74176 7438 
2N3054 3,43 | AC176K 1,56 [| BC161/16 0,52 | BC337/40 BD2408 1,68 | BF225 MJE801 4,90 MB 7407 74177 2, 74393 
2N3055 3,37 | AC185 1,22 | 8C167B 0,53 | BC338/25 BD240C 1,77 | BF244C TIP2955 2,99 7408 74178 / 7440 
2N3055M 2,94 | AC187 1,34 | BC168B 0,53 | BC338/40 BD241A 1,59 | BF245A TIP29A 1,49 B 7409 74179 7441 

2N3442 6,60 | AC187K 1,53 | BC170B 0,47 | BC413C \ BD241B 1,68 | BF245B TIP298 149 7410 74180 7442 
2N3553 4,90 | AC187-1882,70 | BC171B 0,42) BC414C BD241c 1,89 | BF245C TIP29C 1,49 74100 74181 7443 
2N3702 0,49 | AC188 1,19 | BC172B 0,42| BC415C Ü BD242A 2,76 | BF254 TIP3055 2,74 74107 14182 7444 

2N3704 0,49 | AC188K 1,87 | BC173C 0,55 | BC416C BD242B 285 |BF255 TiP30A 1,54 B 74109 74184 7445 
2N3706 0,49 | AC87-88K 3,12 | BC177B 0,71 BC441 BD242C 2,14 | BF256 TIP308 1,54 7411 74185 7446 

2N3707 0,49 | AC-28-76K 3,12 | BC178B 0,63| BC461 BD243A 3,22 | BF257 TIP30C 1,54 B 74116 74189 7447 

2N3771 8,22 [{ AD130 582 BC179B 0,63 [| BC516 BD243B 3,22 BF258 TIP31A 1,54 7412 74190 7448 

2N3772 8,22 | AD133 9,93 | BC179C 0,80| BC517 BD243C 2,24 | BF259 TiP3ic 1,72 B 74121 74191 7450 
2N3773 10,89 | AD139 4,38 | BC182B 0,28 | BC546B BD244A 3,22 | BF310 TiP32A 1,59 B 74122 74192 2, 7451 
IN3819 1,99 |AD149 389 | BC1838g 042| BC547B BD244g 3,22 | BF324 TIP32B 1,59 74123 74193 7453 
2N3820 1,99 [AD150 500 | BC1gag 049| BC548B BD244C 2,39 BF336 TIP32C 1,59 74125 74194 7454 

2N3866 3,89 |AD161 1,96 | Bc1gac 049| BC54IB BD245A 3,19 | BF337 TIP33A 2,49 B 74126 74195 7455 
2N3904 0,43 |AD161/162 3,92 | BC204B 042 BC54IC BD245B 3,59 |BF338 TIP34A 2,54 7413 JA196 7460 
IN3906 0,49 |AD162 1,95 | BC207B 0.28[ BC550B BD245C 4,05 | BF450 TIP35B 10,76 j /4132 74197 7470 

14036 1,47 [AF106 2,14 | BC20gB 0,28| BC55OC BD246A 3,49 |BF457 TIP4A1B 2,24 7414 74198 7472 

2N4037 1,47 [AFIO9R 2,66 | BC209B 042[ BC556B BD246B 3,80 | BF458 TIP42B 2,76 M/4141 14199 7473 
2N4443 6,40 |AF121 4,43 | BC209C 055 | BC557B BD246c 4,44 | BF459 TIS43 _ 2,70 M/4143 7420 7474 
IN5060 1,59 |AF124 264 | BC2128 0,28| BC558B BD433 2,08 |BF49 14145 74200 1475 

2N5061 1,13 [AF125 _ 264| BC2138 046| BC559B BD434 2,05 |BF495 BALIEVERKOOP: BAH 4221 7476 

2N5062 1,22 |AF126 2,18 | BC214B 0,28| BC55IC BD435 2,24 | BF900 ans J4148 7423 7480 

2N5063 1,28 |AF127 2,64 | BC214C 0,31} BC560B BD436 1,84 | BF905 clan 74150 7425 7482 

2N5064 1,47 |AF137 1,56 | BC237B 0,24 | BC635 BD437 2,24 |BFY19 Ten EEV Phan! 7483 
2N5296 2,26 |AF138 202 | BC238B 0,24 | BC636 BD439 196 |BFY90 9.00u-1245u KAMEERRE 74259 7485 
2N6027 1,34 |AF139 2,20 | BC2398 0,23 | BC637 BD440 1,96 |BRY39 rn 16.45u 74154 7426 7486 
2N6155 7,30 | AF200 2,30 | BC239C 0,23 | BC638 BD441 2,24 |BSX19 ide 71155 1 7427 7488 
2N706 1,03 |AF201 2,14 | BC250B 0,31 | BC639 BD442 2,24 |BSX20 EE 74279 7489 
IN708 1,10 |AF2028 577 | BC250C 0,31 | BC640 BD675 2,20 |BSX21 74157 74283 7490 
2NI14 1,03 |AF239 2,66 | BC251A 0,31 | BCY58 BD676 4,90 |BSX45/16 SPRINT 7416 74284 7491 
2N918 1,23 |AF239S 282 | 8C251B 0,31 | BCY59 BD677 5,06 |BSY56 ELEKTRONIKA BER 74285 7492 
2N929 0,95 |AF240 4,66 | BC252B 0,32 | BCY78 BD678 5,21 |BU108 achterweg 19 RER 74290 7493 
3N128 6,49 [AF279 3,77 | BC253C 0,36 | BCY79 BD679 3,49 [BUI wassenaar 74162 74293 7494 
40310 3,46 |AF279S 4,04 | BC257B 0,32 | BD115 BD680 3,49 |BU126 01751-19324* KERKGKE 74298 7495 
40360 1,98 |AF367 402 | BC258B 0,32 | BD135 BD681 6,07 |[BU208 74164 7430 7496 
40408 346 |BC107B 0,68| BC259C 0,32 BD 136 BD682 6,07 |E300 74165 7422 7497 
40411 12,39 |BC108B 068 | BC300 1,16 | BD137 BF115 114 |E310 


























NDNNNNNNANK 












































Omcirkel no. A1 op de Infokaart 










ed ke) KER. SCHIJFKONDENSATOREN IC'S 











































































































































































































































































































































































































































































BPR arrie D kwaliteit, miniatuur 63V 1020 STKO20 25,72 
BPW34 ee pin diode VAR 10,13 1pF tot en met 47nF … …… …. 11004 SAA1004 8,79 
BPW40 oto transistor … … …. 6 54 miniatuur 12V 
BPXag _ foto transistor … … 382 CD4000 088 CD4041 268 5onF 0,40 en iseen A 
FPT100 foto transistor = CD4001 0,88 CD4046 3,09 LOORP erndeevsaterden's 0,50 11024D SAD1024 ' 
MFPT100 … 1,69} CD4002 088 CD4047 3,54 MR2O0NP 11034 _ TDA1034B ne 
SU44 foto transistor CD4006 3,65 CD4048 1,23 1110 LD110 Dn 
vearsennnsenensenenen CD4007 1,39 CD4049 1,23 1110) _SAJ110 en 
CNY37 onderbr. sens. … … 10,62 cpaoog 303 CD4050 193 type lengte boring 7,81 
COX10 led rd plat … … … … 0,67N cpaoos 126 cD4051 268 MPOO2 375 184! LDI 29,15 
COX11 led gr plat 1,01 ROS5 BR sce 2,03 f'11C% 11C90 57,11 
CQX12 led gl plat … … jorg CP40095 135 CDA052 2,68 B nos 75 351 M!120S TBA120S 2,51 
COX35B led rd 5 mm3MC …1,53j CD40096 1,35 CD4053 2,68 B ooos 100 TT 42411224 AY-5-1224 21.24 
COX36B ledgr5 mm 3MC ….1,74lj CD40097 1,35 CD4055 8,20 B 5o6 150 5,45 M11310 MC1310P DIL 1129 
CQX37B ledgl5 mm 3MC 1,74 CD40098 1,35 CD4060 3,33 B poog 375 TO3….…. 271 Mi1312 MC1312P DIL 1365 
MIL31 led rd 3 mm dif. … … 0,45 cD4010 1,26 CD4066 1,32 B poog 50 TO3.… … 302 Mi1458 MC1458 
MIL32 ledrd 3 mm held. …0 648 CD40106 2,06 CD4067 23,12 B pPo1o 75 TO3 ….……… 3821170  VAA170 102 
MIL3231 ledgr.3mmdif.…0,66N cpao11 097 CD4068 1,27 MW poi1 100 TO3 4,62 Den 
MIL51 led rd 5 mm dif. … … 0,64M cpao12 088 CD4069 088 PO12 150 TOS 6,84 11702 _MM1702-A6 41,30 
MIL52 led rd 5 mm held. 0 77 CD4013 1 26 CD4070 123 P110 BOD OO ene 11,70 1180 UAA180 8,85 
MIL5251 led gr 5 mm dif. … … ’ 4071 o Burnt uastaeard 12002 _TDA2002 6,77 
MIL5351 ledgl 5 mm dif. 6% CD4014 2,62 CD 0,88 u 6.70 Bi2010 TDA2010 360 
705 CD4073 088 PROS BAR srteerene ; 13, 
CSL310 duo led rd-gr5 mm. ° CD4015 2,74 P303 50 oe 4,41 Mi2020 TDA2020 18,17 
COY39HBIR-led = LD241 ……6.07M cD4016 1,25 Eon 0,88 B o3oa 75 ………… 476 Mi2os FX209 48 02 
SU25 VRA reornnens ri den 2,45 tbe en 60075 Dn zon Ee hahsarteremsidesd en 12102 MM2102-AL4 RAM 7,08 
COY91A display 13 mm CA 7,08 cD40162 333 CD4078 1,33 B p308 375 TO3 ….… 4,60 ee anar Hen an 
FND357 display 9 mm ….…. 404 cD40163 3,33 CD4081 0,88 Ml P309 50 TO3 ….…. 5,16 ee 
FND503 display 13mmCK …4 88 cpao17 3,33 CD4082 1,27 P310 75 TO3 ….… Ed 1844 
FN\D800 display 20 mm … …. 986 cpao174 333 CD4086 457 MP311 100 TO3 ….…. 6,96 PI2207 XR2207 16,64. 
RI 977 MR cD40175 3,33 CD4089 4,63 P312 150 ERS: etn 1231 TBA231 3,73 
MP7136. OSD anaserasenarvenen CD4018 3 33 CD4093 259 12708 2708 E-PROM 34,39 
SPNA vncrnseensercrn TIM cpduik as eon 4000 12907 _LM2907 7,16 
MCD461 dipl. 4dgt CK … … 21,52Ä cpaoio2 333 CD4097 1008 B O* Watt … 2,4- 33V 0,42 MR1300 TAA300 10,20 
TIL305 display alphanumeriek CD40193 359 CD4098 3 48 0,4 Watt … … 36 - 75V 0,50 M'300T LM300H TO99 10,73 
re 23,71 CD40194 657 cD4099 407 f '-2Watt… 3,3-100V 0,73 f!301D LM3OIAN DIL 1,24 
duo displ. 13 mm CK 5,95 , 1.2 Watt 100 -200V 080 RI301T LM301AH TO99 1,68 
LA-GR _ led array gr 9 leds op CD40195 3,33 CD4503 1,32 Ee ne ‘ 13046 _CA3046 3 81 
rij voor led-VU 4303 { CD4020 3,09 CD4507 1,23 1304T _LM304H 4, 
CD4021 2,56 CD4510 2,77 1305T _LM305H de 
SCHAKELAARS CD4022 088 CD4511 3,54 13060 _CA3060 oes 
draaischakelaar 1x12 … …. 4,22 RCD4023 088 CD4512 3,54 13079 CA3079 519 
draaischakelaar 2x 6 … … … 4228 CD4024 2,21 CD4514 5,95 13079D CA3080A 12.95 
draaischakelaar 3x 4 ……… 4,22 CD4025 088 CD4515 5,95 1307D _LM307N 8 
draaischakelaar 4x 3 ….…… 4,22 8CD4027 1,86 CD4516 3,45 1307T _LM307H 12 
enkelpolig om … 349 B CD4028 2,36 CD4518 2,95 BOS CARDS AOE6 2,31 
enkelpolig om + middenst… 3,96 B cp4o29 309 CD4519 1,33 ÈASAED 3,37 
dubbelpolig om … 5,38 CD4030 1,23 CD4520 2,95 13080M 2,64 
dubbelpolig om + middenst. 585 B Cp4031 997 CD4522 2,95 13080T CA3080A 12,95 
vierpolig OM … 10,03 CD4032 188 CD4526 2,95 13081 CA3081 RCA 4 37 
enkelpolige drukschakelaar 8,88 B , 13085M CA3085 392 
ze mpg CO“C3* 607 CD4527 3,33 CA3086 RCADIL _ 2, 
TOR NNT CRN CO4035 305 CD4528 3,71 en enn 
CD4036 4449 CD4529 3,92 wh erk 5 
inline CD4038 8 35 CD4543 3,71 1308T LM308H TO99 3,78 
ER900 … … 0,92 TIC47 … … 159 MN cpaoso =’ le 13094T CA3094T TO99 547 
EP oen 306 TRA1…..306M cpaoar SC CORE A36 1309K _LM309K - 4.88 
PAND oaoeen 3,06 TXAL226D 4,14 2,95 CD4585 ©, UA7805K 
SE CD4042 268 CD4723 4,07 1309KS LM309KS ee 
CD4043 268 CD4724 4,07 1309T _LM309H TO22 don 
1310D LM310N DIL , 
IC-KONTAKTEN ntt ido rose Si 
B 406: BO oan orannns: 1,48 | B380C 5000 … …… …. 4,07 Ml 400 stuks IC-kontakten …. 18,95 M1311D LM311N DIL es 
B. :80G 1500 serre tate 1,54 B 806 5000 rnaar 4,17 I311T LM311H TO99 , 
B125C 1500 … … … …… 1,69 | B125C 5000 … ……… 5 52 POTMETERS 13130T CA3130T TO99 32° 
B250G: 1600: san 1,79 B250C BOOD. ses znorsse 6,44 Mono draaipotmeter … … …. 2,31 MI3140T CA3140T TO99 3,97 
SHAN. WOORD aaien ans anie 1,79 B380G BOOD … as zensen 7,00 Monoschuifpotmeter … … … 3,58 13160T CA3160T TO99 415 
B AGG A00 acai iose 350 | B125C10000 ……… … 7,00 WM Stereodraaipotmeter … …. 469 Mi3161E CA3161E DIL nee 
BED een eee 3,68 B400C 10000 sinas 10,17 Stereoschuifpotmeter … … … 5,61 M13162D CA3162E DIL 23,88 
51256 3200 san sasanorens 4,42 B200C2B000 ………sver. 11,30 Instelpotmeter liggend/staand 1317CKCLM317CKC TO220 4,72 
B250C 3200 … … … … 516 | B400C25000 … … … … 15 AZ MN 10 mm Osvancoreerratnerden 1317K _LM317K TO3 1235 
rium B400C35000 … … … … … tE 1318D LM318N DIL 6,72 
ms Je I318T LM318H TO99 6,85 
Ne nahe dnnntedeaketkedhee 1323K _LM323K 23,78 
axiale — 25/ _50/ | radiale 25/ 5a/ capaciteit IV TOVIOVZSN OV ENI240D CAIMOE DIL 422 
capaciteit  16V 35V 63V capaciteit 16V 35V 63VÍ os ur 037M!324D LM324N DIL 2,69 
0 15uF 037M1325D LM325N DiL 11,39 
1 uF 0,34 0,34 0,34 1 uF 0,24 0,24 0,24 | o22ur aaa 1339D LM339N DIL 3,68 
22 uF 0,34 034 0,34 2,2 uF 0,24 024 024 | 033ur 0,37 B \347D LF347N NSC 10,73 
33 uF 0,34 034 0,34 33 uF 0,24 0,24 0,24 | o4zur 0,37 B 34gD LM348N DIL 4,66 
47 uF 0,35 0,35 0,35 47 uF 0,24 0,24 024 0,37 
Ü , ° 0,68uF 1351D LF351N NSC 2,18 
10 uF 0,34 034 0,43 10 uF 0,24 027 029 f ur 0,95 LF351H NSC 3,48 
22 uF 034 0,36 0,49 22 uF 027 029 035 | 15 ur oo} 220 LF353N NSC 4,04 
3 uF 043 046 0,55 33 uF 0,29 035 043 | 55 o,a6 B '3°2D 407 
47 uF 043 046 0,55 47 uF 031 035 043 | 33 or g47B!355D LF33SN NSC ‚0 
100 uF 049 052 0,81 100 uF 043 043 063 | 45 r V40 0550970g4 B '355T LF355H NSC 5,36 
220 uF 055 072 109 | 220 uF 049 064 104 | 6'g ur 046047074070 WM'3560 LF356N NSC 6,64 
330 uF 0,94 109 1,58 330 uF 069 096 171 50 ur 0,56 0,730 741 34 R'356T LF356H NSC 5,36 
470 uF 0,94 109 1,58 470 uF 0,69 096 171 Fie or 059103 1357D LF357N NSC 4,07 
1000 uF 1,23 163 215 |1000 uF 0,93 1,26 175 | 5 0.681 3D 1357T _LF357H NSC 5,36 
2200 uF 1,75 1,85 89 WE 080 1373D LM373N DIL 15,39 
47 _uF 1.73 1376D LM376N DIL 2,18 
PREP A] 68 uF 0,68 1377D LM377N DIL 1026 
uF 1,59 1380D ___LM380N DIL 4 80 








| 
| 
| 
Ii 
| 


ij 
I 
MM 
MLT 
ANN 
INW 
MN 
MNT 
MNN 
Mi 
AN 
Mn 
wauw 


Í 
| 
| 
| 







ling het advertentienummer vermelden dit vindt u rechtsonder aan de advertentie. 





( 


TN 
Mi 





hj 
ol 






| 
| 











LALOLLLAAAA 
l 


ELN 
IN 
Mi, 

| 


1BA/5BOOSC/MP ISP8A/500 
1BA/600SC/MP ISP8A/600 
TCA940 


1940 
I95HI0 I5HI0 


MAIN 
Un 
Wi 





Een briefkaart of brief (zonder postzegel) naar SPRINT ELEKTRONIKA, ANTWOORDNUMMER 100, 2240AJ WASSENAAR of telefonisch 01751-19324*. U kunt op verschillende 
manieren betalen t.w. e vooruitbetaling op gironr. 3555100 t.n.v. Sprint Elektronika te Wassenaar e vooruitbetaling per bank op rekeningnr. 66.94.65.348 t.n.v. Sprint Elektronika Wassenaar 
® vooruitbetaling door insluiting van een ondertekende girobetaalkaart of bankcheque @ betaling aan de postbode (min. fl.6,95 rembourskosten). Het minimumbestelbedrag is f1.40 — 
Portikosten f1.3,-- Bestellingen boven fl.200,-- geen verzendkosten. Buitenlandse zendingen alleen bij vooruitbetaling met een eurocheque of een internationale postwissel. Wilt u bij uw bestel- 
(prijs)wijzigingen voorbehouden. Adv.nr. 


























































1381 7 1C3817D 27,43 
1381D LM381N DIL 8,99 
I383T LM383T TO220 5,84 
1386D LM386N DIL 4,75 
1387D LM387N DIL 2,41 
13900D LM390ON DIL 283 
13909D LM3909N DIL 3,57 
13911D LM3911N DIL 5,07 
[391D LM391N-80 DIL 8,14 
1392D LM392N DIL 3,30 
1393D LM393N DIL 2,47 
1395T LM395T TO220 10,20 
l41 SO41P 6,73 
I4116 _TNS4116-30 RAM 33,74 
142 SO42P 7,89 
14250D LM4250CN DIL 5,36 
14250T LM4250CHTO99 7,02 
150241 MK50241 64,90 
150250 MK50250 26,55 
150398 MK50398 44,84 
15058 MM5058 27,14 
15101 IC51OILN NEC 24,04 
15204 MMB52040 88,50 
15314 MM5314 18,58 
15316 MM5316 22,39 
1550 TAA550 0,93 
1555 NE555 Minidil 1,16 
1556D LM556CN NSC 2,77 
I560 __SAS560 9,17 
1560c TBA560C 7,08 
1560S SAS560S 8,20 
1565M _LM565CN 3,89 
1566M LMS566CN 4,89 
|1567M LM567ON Minidil 389 
1570 SAS570 917 
1570S SAS570S 8,20 
1580 SAS580 9,58 
1590 SAS590 DIL 8,43 
1641 TBA641A12 5,29 
1660 SAS660 DIL 8,41 
1670 SAS670 DIL 8,41 
1703T UA703 TO99 3,08 
1709D VUA7O9CN DIL 1,24 
1709T UA709 TO9J 1,48 
17107 ICL7107 Dig. m. 64,90 
1710D VA710 DIL 3,54 
1711D VA711 DIL 2,92 
1711T VUA711 TO99 3,62 
1723D VA723 DIL 1,47 
1723T UA723 TO99 2,41 
1725M UA725 Minidil 16,22 
1725T UA725 TO99 8,02 
1726T UA726 TO99 28,32 
1730 TCA730 16,74 
1739D UA739 7,05 
1740 TCA740 16,61 
1741D _UA741 DIL 1,55 
1741M UA741 Minidil 1,21 
1741 T UA741 TO99 227 
1747D UA747 DIL 247 
1747T UA747 TO99 3,18 
1748D VUA748 DIL 2,21 
1748T VUA748 TO99 1,94 
1761 TAA761A 6,01 
1775 TAA775G 7,22 
1800 TBA800 5,08 
18080 ICBOBOAFC NEC 26,84 
18080-1 IC8080AFC1 NEC 47,05 
18085 IC8085AC NEC 73,16 
I810S TBA810S 3,50 
18212 IC8212AFCNEC 11,80 
18216 ICB216AFC NEC 10,17 
18224 IC8224AFC NEC 15,19 
18228 ICB228AFC NEC 21,68 
18238 ICB238AFC NEC 21,68 
18251 IC8251AFC NEC 25,96 
18255 IC8255C NEC 22,12 
184 TLO84 8,56 
18500 AY-3-8500 28,03 
1861 TAA861A 2,15 
1865 TAA865 4,85 
I865A TAA865A 2,64 





B1 





4 Auto-elektronica 





Ruitewisser- 





Heeft u ook iets tegen de in ons land zo veelvuldig voorkomende 
motregen die het humeur zo nadelig beïnvloedt? Het zenuwachtige 
gezwiep van de ruitewissers kan dit nog verergeren. Daarom hebben wij 
een schakeling ontworpen met slechts zes componenten die dit leed wat 
zal verzachten. De wissers kunnen met de intervalschakelaar worden 
vertraagd tussen 0 en 60 seconden. 


Vertraagd opladen 

Het schakelschema is gegeven in fig. 1. 
Als schakelaar S wordt gesloten, dan zal 
door C1 een laadstroom vloeien die af- 
hankelijk is van de waarde van P1. Op het 
moment dat de spanning over C1 een 
waarde van ca. 3 V bereikt is de gate- 
spanning van de thyristor 1 V. Dit doet de 
thyristor ontsteken en de wissermotor zal 
gaan lopen. C1 zal zich nu via D1 ontla- 
den. Het naloopcontact N van de motor 
zorgt ervoor dat de spanning over de thy- 
ristor nul wordt, waardoor deze spert. Het 
naloopcontact doet tevens de wisserbla- 
den keurig in de ruststand terugkeren. Als 
dit is gebeurd dan kan C1 weer worden 
opgeladen tot een waarde van 3 V. Met P1 
kan een laadtijd tussen O en 60 s worden 
ingesteld. Het spreekt voor zich dat een 
lagere waarde voor C1 de maximale ver- 
tragingstijd evenredig zal doen afnemen. 
Diode D2 beschermt de thyristor voor de 
bij het afschakelen van de motor optre- 
dende spanningspieken (inductiespan- Fig. 1. Het simpele schema van de interval- 
ningen). schakelaar. 

De schakeling is zo simpel dat het de 

moeite niet loont om hiervoor een gedruk- snel en compact te monteren op een 
te bedrading te gebruiken. Het geheel is stukje gaatjespertinax van 35 x 25 mm. 





Fig. 2. Aansluitmogelijkheden van de intervalschakelaar. 


naar wissermotor 


Wwissermotor 





intervalschakelaar 





Inbouwen 

Voor de inbouw in het voertuig bestaan 
twee mogelijkheden: 

Of men schakelt de interruptor direct ach- 
ter de ruitewisserschakelaar, wat het na- 
deel heeft dat voor continubedrijf telkens 
de potmeter moet worden verdraaid. 

Er kan echter ook een potmeter met scha- 
kelaar worden gebruikt die in serie met de 
intervalschakeling de wisserschakelaar 
overbrugt. Daarmee kan dan onmiddellijk 
op continubedrijf worden overgeschakeld. 
In fig. 2 zijn beide mogelijkheden ge- 
schetst. Gebruik voor het bedraden van 
de schakeling niette dunne draden omdat 
een wissermotor over het algemeen nogal 
wat stroomt lust. 





Rectificatie 
alarmcentrale (1) 


Een attente lezer heeft ons onlangs op 
een tweetal foutjes gewezen, welke in het 
artikel ‘Professionele alarmcentrale 1’ zijn 
geslopen. 

In figuur 10 op bladzijde 14 van ELO 4 
staan de elco's C6, C7 en C8 verkeerd 
getekend. Genoemde elco's moeten in 
deze figuur de positieve aansluiting 
beneden hebben. C5 staat wel goed gete- 
kend. 

Het tweede foutje betreft de componen- 
tenlijst; hier is voor R18 de waarde 6,8 0 
afgedrukt, dit moet zijn: 6,8 kO. 

In het schema van fig. 8 staan de elco’s 
goed afgedrukt. Onze excuses voor het 
ongemak. 








Hobbit 


A Hobby communicatie 


Phase Locked Loop 


Hoe men met digitale synthesizers wille- 
keurige frequenties opwekt. 


PLL is een leuze in het tijdperk van de CB-apparatuur en de geïntegreerde 
schakelingen. In steeds meer MARC-apparatuur wordt het kwartskristal 
door een nieuwe techniek vervangen: de PLL. Wat het is, hoe het werkt, en 
waarom fabrikanten gelijk hebben als ze PLL-apparaten als bijzonder 
betrouwbaar aanprijzen, zal in dit artikel worden beschreven. 


Naam zonder veel tam-tam 
Wat betekent PLL eigenlijk? 


P = phase of fase 
L = locked of gesloten (versperd) 
L = loop of lus (kring) 


In z'n geheel dus een ‘phase-locked-loop’ 
of in gewoon Nederlands ‘fasegesloten lus 
of kring’. 

In het technisch jargon komt men ook uit- 
drukkingen tegen als ‘fasesperschakeling’ 
of ‘faseregelkring’. Om geen verwarring te 
stichten zullen we ons hier tot de afkorting 
PLL beperken. 


regelspannings- 
versterker 


regelspanning 


regelobject 


Fig. 1. Blokschema van een regelkring. 


PLL is dus een regelkring 

Zojuist is het woord faseregelkring opge- 
doken. Uit dit woord, dat dezelfde beteke- 
nis heeft als PLL, is te concluderen dat het 
hier om een regelkring gaat. Wat is een 
regelkring? In fig. 1 wordt zo’n schakeling 
in een blokschema voorgesteld, het be- 
staat in feite uit drie eenheden: 


@De meetwaarde-opnemer 

Deze heeft de taak een bepaalde fysische 
grootte (bijv. temperatuur, druk, o.i.d.) opte 
nemen en in een evenredige spanning om 
te zetten. 


®De vergelijker 
Deze vergelijkt, zoals de naam reeds zegt, 


de gemeten waarde van de spanning met 
een instelbare of vaste spanning. Hij be- 
rekent dus het verschil tussen beiden. Aan 
de vergelijker-uitgang ontstaat dan een 
spanning waarvan de amplitude en polari- 
teit overeenkomt met het verschil van in- 
gestelde en gemeten waarde. Met deze 
spanning wordt via een versterker (regel- 
spanningversterker) het regelobject 
gestuurd. 


@Het regelobject 

Het regelobject zet nu weer een spanning 
in een andere fysische grootheid om (bijv. 
in een bepaalde temperatuur door middel 


ingestelde 
spanning 


vergelijker 


gemeten 


meetwaarde 
verster ker 


meetwaarde 
opnemer 





van een gloeispiraal). Tussen de meet- 
waarde-opnemer en de vergelijker is nog 
een meetwaarde versterker opgenomen. 
Deze versterkt de meetwaarde. Is de 
spanning die de meetwaarde-opnemer af- 
geeft groot genoeg om de vergelijker direct 
te sturen, dan vervalt deze versterker. 

Tot dusver hebben we alleen de functies 
per trap besproken. Daarom zullen we nu 
de totaalfunctie met een praktisch voor- 
beeld verduidelijken: 


Als meetwaarde-opnemer dient een tem- 
peratuurafhankelijke weerstand. Het te 
regelen object is in dit geval een haarföhn 
(fig.2). Met de regelvolgorde wordt de tem- 
peratuur in een haardroger constant ge- 
houden, zodat onze haren bij een even- 


tuele overspanning van het lichtnet niet 
schroeien. De temperatuurafhankelijke 
weerstand neemt de gemeten temperatuur 
van de omringende lucht op. Deze meet- 
waarde bereikt via de meetwaardever- 
sterker de vergelijker waar ze met een in- 
stelbare spanning wordt vergeleken. Hier 
komt dus het verschil tussen beide waar- 
den tot uiting. Is het negatief (gemeten 
temperatuur groter dan ingestelde) dan 
wordt het te regelen object via de regel- 
spanningsversterker zolang uitgeschakeld 
tot het verschil nul is. In het omgekeerde 
geval (gemeten temperatuur lager dan de 
ingestelde) neemt de regelspanning een 
positieve waarde aan. De verwarming 
wordt weer ‘opgedraaid’ tot de waarden 
weer in balans zijn. 

In fig. 2 is ter verduidelijking een kring aan- 
gegeven welke door de pijl van het regel- 
object (gloeispiraal) naar de meetwaarde- 
opnemer gesloten wordt (vandaar dan ook 
de naam ‘gesloten regelkring’). 

Het zal nu duidelijk zijn wat een regelkring 
is, want, om de PLL goed te begrijpen, is 
het noodzakelijk de grondslag van de re- 
geltechniek te kennen. Wellicht zullen en- 
kelen onder u zich afvragen wat dit met de 
PLL te doen heeft, doch zoals reeds ge- 
zegd: de PLL is ook een regelkring. 

In fig. 3 zien we het blokschema van een 
eenvoudig PLL-systeem. 

Wat is nu het verschil tussen een PLL en 
een normale regelkring? 

In de reeds beschreven regelkring worden 
in de vergelijker twee spanningen met el- 
kaar vergeleken. In onze PLL-schakeling 
zijn het daarentegen twee frequenties wel- 
ke door een zg. ‘fase-frequentievergelijker’ 
worden vergeleken. 

Velen zullen zich afvragen hoe dit alles dan 
werkt. Toegegeven, het geheel is niet zo 
eenvoudig als bij onze haardroger. Voor 
beter begrip zullen we de verschillende 
bouwstenen eerst afzonderlijk en daarna 
als eenheid beschrijven. 


PLL bestaat uit vier bouwstenen: 


@Een VCO (voltage controlled oscillator) is 
een oscillatorschakeling waarbij de uit- 
gangsfrequentie door een stuurspanning 
kan worden ingesteld (fig.4). 

@De deler door ‘n' is een bouwsteen die de 
uitgangsfrequentie door een afgerond ge- 
tal deelt. Als de VCO bv. op 450 kHz trilt en 
de deelverhouding is op 10 ingesteld, dan 
ontstaat aan de uitgang van deze bouw- 
steen een frequentie van 45 kHz. Hoe dit 
precies in z'n werk gaat, zullen we later 
nader bekijken. 

Allereerst is het van belang te weten dat de 
uitgangsfrequentie volgt uit: 

Wi a 
@De fase- en frequentievergelijker verge- 
lijkt twee frequenties en het faseverschil 
tussen beiden. De uitgangspanning van 
deze bouwsteen is een maat voor het ver- 
schil der ingangsfrequenties. Zijn de beide 


ennen ern nennen nnn Ee 


Hobbit 


9 





Het bedrijfsleven heeft jonge elektronici op middelbaar niveau 
nodig. Elektronici met een gedegen kennis van de analoge en di- 
gitale techniek, de meet- en regeltechniek en de computertech- 
niek. Zij worden ingezet in laboratoria, als chef van elektronische 
productieafdelingen, als servicetechnicus bij computergestuurde 
processen in de industrie, enz. 


LTS-E MAVO HAVO 
MTS-W _HTS-W 


MT - VEV Ee 


BE-A 


elektriciteitsleer 


AE 
versterker- en 


impulstechniek basis elektronicus 


wiskunde, natuurkunde 
elektriciteitsleer 





ME-1B 
chakelingen 
BEM-VEV 
EM-NERG 
MILITAIR 


ME-2AB 


wisselstroom 
versterkertechniek 





ME-2C 


digitale techniek 


ME-2D diploma 


meettechniek 


middelbaar elektronicus 





Of bel 085-451641 
Ook 's avonds 

en tijdens 
het weekend. 


Bon 70 - HO - 11AB 


Zend mij informatie en een 
proefles van de cursus(sen). 





„asem. nnee 


DRREERENE: E ERREDE, raare wonnen re dean ede oe decoderen wesende sh 


Deze bon in een gesloten enveloppe, zonder postzegel, zenden naar: 
Elektronica opleidingen Dirksen,Antwoordnummer 677. 6800 WC Arnhem. 


Omcirkel no. A2 op de Infokaart. 





Behaal stap voor stap 
uw diploma's 





Wij hebben een studieprogramma dat daarop is afgestemd. We 
geven de stof zo, dat niet alleen feitenkennis, maar ook inzicht wordt 
gegeven in het functioneren van elektronische schakelingen en 
systemen. Niet ter zake doende wiskunde en afleidingen treft u bij 
ons niet aan. Wij leiden geen formulespuiters op, maar mensen die 
weten hoe ze moeten meten, storingen verhelpen en eenvoudige in- 
terface-schakelingen moeten ontwerpen. Daarom worden onze offi- 
cieel erkende diploma's door het bedrijfsleven hoog aangeslagen. 
Ons programma houdt ook rekening met de cursist. Elke cursus is 
verdeeld in delen van 5 maanden. Een cursusdeel bestaat uit ca. 20 
helder geschreven lessen. Over een cursusdeel kan 3 x per jaar 
examen worden gedaan. Elke cursus is geheel schriftelijk (S) maar 
ook schriftelijk + mondeling (S + M) te volgen. 


We gaan uit van het MTS-E niveau. Hebt u dit niet, dan volgt u eerst de 
cursus basis elektronicus. De stof van deze cursus is uitgebreider 
dan de stof die op het MTS-E niveau wordt gegeven. De cursus basis- 
elektronicus is bedoeld als uitgangspunt voor verdere studie. Ze is 
tevens bedoeld als eindpunt voor hen, die in hun dagelijkse werk zij- 
delings met elektronica te maken hebben (werktuigbouwkundigen 
e.d.) of voor hen, voor wie elektronicakennis op MTS-E niveau vol- 
doende is. 


MR-A | TV-A 


digitale techniek radio en zwart/wit T.V. digitale techniek 


regeltheorie 





MR-B TV-B CT-B/C 


onderdelen schake- kleuren T.V computertechniek 
lingen, systemen 


meet- en regeltechnicus 


televisietechnicus 


computertechnicus 





Informatie 

Wilt u meer informatie, stuur dan de bon op of bel 085-451641. U kunt 
ook informatie aanvragen bij uw opleidingsfunctionaris of perso- 
neelchef. De meeste bedrijven beschikken nl. over onze documenta- 
tiemap. Ook de studieconsulenten van GAB's, WZZ en OS&O 
bezitten deze documentatiemap. Behalve de hier genoemde cursus- 
sen hebben wij ook de 5 maanden durende bijscholingscursussen 
praktische halfgeleidertechniek, praktische digitale techniek, video- 
techniek, microprocessors/microcomputers, assembly program- 
ming & interfacing en basic programming. 

Door middel van de cursussen basiskennis informatica-1 en 2, basis- 
kennis bestandsorganisatie en COBOL leiden wij op voor de overeen- 
komstige examens van het NOVI. 





Elektron ica 
opleidingen 
Dirksen 


Tel.: 085-451641 of 
vanuit België: 00/31 85451641 


Wat betreft het schriftelijk onderwijs erkend 
door de minister van onderwijs en 
wetenschappen bij beschikking d.d 
18-12-1974 

kenmerk: BVO SFO 129 448 








A Hobby communicatie 


ingangsfrequenties gelijk, dan stelt ze het 
faseverschil voor. 

De fase- en frequentievergelijker doet dus 
niets anders dan de vergelijker in ons voor- 
gaande voorbeeld met de haardroger, met 
dit verschil dat hier niet met spanning maar 
met frequenties wordt gewerkt. 

@De kwartsoscillator met aansluitend een 
deler wekt een referentiefrequentie op die 
als ingestelde waarde aan de fase-fre- 
quentievergelijker wordt toegevoerd. 





Creferentiespanning Ì 
(ingestelde $ 
waarde) 


regelspannings- k 
versterker vergelijker 
met thyristor met OP-AMP 


| 
| 
| 
| 
| 
| 
| 
| 


En zo werkt het 

Het van de VCO komende signaal bereikt 
eee de instelbare ‘deler door n° (via een buffer- 
versterker trap) en wordt daar door de ingestelde fac- 
tor gedeeld. De uitgangsfrequentie van de 
deler voert men naar een ingang van de 
fase-frequentievergelijkertrap. 


peen De andere ingang wordt met de reeds ge- 

hitte- deelde kwartsfrequentie gestuurd. Aan de 

pirat uitgang van de vergelijker ontstaat nu een 
A de spanning die evenredig is met het fre- 
(tentoeratuuraf- quentie (fase)-verschil van de beide in- 
hankelijke weerstand) gangsfrequenties. Deze spanning brengt 





men terug naar de stuuringang van de 
VCO. Hierdoor is nu (bij geschikte di- 
mensionering) een regelkring ontstaan. 
Het eigenlijke regelproces is hier hetzelfde 
als bij onze haardroger. Voor wie dit alles 
nog te abstract is, volgt hier nog een voor- 


referentie beeld: 
instelbare oscillator met 


deler =n kwar*skristal 


Fig. 2. Regelschakeling van een haarföhn. 


Als VCO kiezen we een schakeling met een 
bereik van 5 kHz ... 100 kHz. De kristal- 
referentiefrequentie is 1 kHz (bijv. een 
kristal van 1 MHz met een vaste deler door 
1000). Wat gebeurt er nu als we de 
variabele deler op 25 zetten? De fase- 
frequentievergelijker zal de VCO precies 
fase-en frequentie- op een 25-voudige waarde van de referen- 
vergelijker tiefrequentie instellen. Trilt de VCO name- 
vege Sp CAN lijk precies op 25 kHz, dan ontstaat aan de 
uitgang van de instelbare deler precies 1 
kHz. Zou de VCO niet op 25 kHz trillen, dan 
Fig. 3. Eenvoudige fase- en frequentieregel- ontstaat aan de uitgang van de fase-fre- 
kring. quentievergelijker een regelspanning 
welke de VCO precies op 25 kHz zal trekken. 


ingestelde 





Het zal duidelijk zijn, dat men in het voor- 
gaande voorbeeld ook andere getallen kan 
gebruiken. De fase-frequentievergelijker 
zal altijd een regelspanning afgeven tot het 
evenwicht is hersteld. 


PLL bij hogere frequenties 
Men kan de PLL natuurlijk niet alleen in dit 
bijna laagfrequente bereik inzetten. Daar- 


om hier nog een voorbeeld: De VCO moet 
on van 26,9 tot 27,2 MHz afstembaar zijn. De 
spanning deler is tussen 5401 en 5421 instelbaar. 


varicap- 

diode Als kristal-referentiefrequentie nemen we 
5kHz (1 MHz-kristal met een vaste deler 
200). Wat gebeurt nu als we de deler op 
5401 instellen? Overeenkomstig het voor- 
gaande voorbeeld zal de VCO-frequentie 





Fig. 4. De schakeling van een VCO voor de 11 m zich op de 5401 -voudige waarde instellen. 
band. De schakeling laat zich met een varicap Dit wordt dan 5401 . 5kHz=27,015 MHz= 
afstemmen. kanaal 5. 





Hobbit 11 








Hobby communicatie 


teller 


decoder 


UIB AI LA 


honderdtallen 


Fig. 5. Met digitale IC's kan men gemakkelijk 
een instelbare deler bouwen. De schakeling 
bestaat slechts uit zeven IC's. 


teller 


decoder 


EERE 09 87 6 


tientallen 


neren 


kristal 


TJ |osciltator 


frequentiesturing 


rn 


draaggolf 


Fig. 6. Met IC S 187 kan een synthesizer met 
500.000 kanalen gebouwd worden. 


Een juiste instelling van 12 kanalen met de 
daarbij behorende deelverhoudingen vindt 
men in tabel 1. 


asynchrone 
deler 


200 kHz 
100 kHz 
50 kHz 
25 kHz 


S187 


Aj----Ag4 Bi-----B256 


kanaal keuze 


Instelbare frequentiedeler 

In fig. 5 is de schakeling van een zg. scha- 
keldeler weergegeven. De geïntegreerde 
schakelingen IC 1 ... 3 vormen een teller 
van 000 tot 999. Hiervan telt IC 1 de een- 
heden, IC 2 de tientallen en IC 3 de hon- 


teller 


multiplexer O : 8/10 


decoder 


DM BA 


eenheden 





(tristate) 
vergelijker Ln 


n-kanaal 





derdtallen. 

Het aantal van de getelde impulsen staat 
aan de uitgangen van de tellerserie in 
BCD-gecodeerde vorm. Deze BCD-code 
wordt in de decoders IC 4... IC 6 in deci- 
male code omgezet (tientallig systeem). 


12 


Hobbit 


A Hobby communicatie 


kanaalnr. frequentie (MHz) deelgetal 
4 27,005 — 5401 
5 27,015 — 5403 
6 27,025 — 5405 
7 27,035 — 5407 
8 27,055 — 5411 
9 27,065 — 5413 
10 27,075 — 5415 
11 27,085 = 5417 
12 27,105 — 5421 
13 27,115 — 5423 
14 27,125 — 5425 
15 27,135 — 5427 


tabel 1: deelgetallen en frequenties voor CB- 
aparatuur. 


De logische toestand van de uitgangen van 
de decoder hangt af van het aantal getelde 
impulsen. Heeft men bv. juist 456 impulsen 
doorgelaten, dan vinden we een impuls- 
beeld zoals in tabel 2 wordt getoond. 


0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Decoder 1 
HHHHLHHHHH 
rees TE Hetaderg 
HHN HAL NRM HN 
0 Tr 23448 ZE 9d Beedderd 
NM RAR KE HM MN 


tabel 2: impulsbeeld voor 456 impulsen 


In de schakeling is ook een NOR-poort 
aangebracht. Welke functie heeft dit nu? 
De drie ingangen van deze poort kunnen 
naar believen met de decoderuitgangen 
worden verbonden (via een draaischake- 
laar). 

In ons voorbeeld zijn de ingangen met de 
uitgangen 4,5 en 6 verbonden. Bereikt de 
teller nu de stand 456, dan liggen die drie 
poort-ingangen op L-potentiaal en de uit- 
gang wordt H, zoals uit de waarheidstabel 
blijkt. 

De uitgang is echter met de reset-ingang 
van de teller verbonden en zet derhalve 
alle teltrappen weer op nul. Het spel kan 
dus weer van voren af aan beginnen, totdat 
de teller weer de stand 456 bereikt. Hieruit 
blijkt dat de teller precies met een 456-ste 
deel van de ingangsfrequentie gereset 
wordt. 

Door de stand van de draaischakelaar te 
wijzigen, kan met dus elke deelverhouding 
tussen 000 en 999 instellen. Volledigheids- 
halve moet hier nog aan worden toege- 
voegd dat er ook nog andere delertypen 
bestaan. 


Totale integratie van de PLL 

Aangezien de PLL (uitgezonderd de VCO) 
een zuivere digitale schakeling is, ligt het 
voor de hand alle bouwstenen in een en- 
kel IC te integreren. 

De laatste tijd heeft de halfgeleidertechno- 
logie zo’n vooruitgang geboekt, dat het niet 
alleen efficiënt maar ten dele ook goed- 


koper is geworden een PLL-schakeling in- 
plaats van een serie kristallen in te bouwen. 
In het bijzonder op de CB-markt is dit merk- 
baar geworden. Bijna overal worden CB- 
apparaten met PLL-schakelingen aange- 
boden. 

Figuur 6 geeft een indruk van het binnenste 
van het IC S 187. Tevens wordt duidelijk 
gemaakt, hoe men dit IC met de verschil- 
lende bouwstenen moet samenstellen om 
een goedwerkend PLL-systeem te 
bouwen. 

Met de S 187 is het zelfs mogelijk om 
500.000 verschillende kristalzuivere fre- 
quenties op te wekken. 


Waarom PLL? 

De reden waarom tegenwoordig deze 
nieuwe technologie wordt aangewend, ligt 
voor de hand: 


1)lagere kosten: 
Nog slechts één kristal benodigd, ge- 
bruikmaking van hooggeïntegreerde IC- 
schakelingen, welke door massaproduk- 
tie goedkoop kunnen worden gefabri- 
ceerd. 

2)Grotere nauwkeurigheid: 
Omdat er slechts één kristal aanwezig is 
waar alle kanalen van kunnen worden 
afgeleid, kan deze zonder de prijs op te 
voeren in z’n totaliteit precieser zijn. 

3)Betrouwbaarheid: 
Aangezien er nog maar één kristal be- 
nodigd is, is de kans dat deze uitvalt veel 
kleiner dan wanneer er 20 of meer in de 
hitte ‘doorpiepen’. 


Heeft de PLL eigenlijk ook nadelen? 
Als nadeel kan bv. het iets hogere stroom- 
verbruik ten opzichte van normale kristal- 
len worden beschouwd. Dit bezwaar valt 
echter bij gebruik van CMOS-technologie 
praktisch geheel weg. 

In een voorgaand punt is de betrouwbaar- 
heid genoemd. Hier moet echter wel aan 
worden toegevoegd dat, als het kristal uit- 
valt, alle kanalen ‘dood’ zijn. 

Eerder een probleem dan een nadeel lijkt 
de frequentiemodulatie van een synthesi- 
zer. Hier kan men niet simpel zoals te doen 


regelspanning 


Fig. 7. Een synthesizer hoeft niet speciaal met 
een PLL-schakeling gebouwd te worden. Bo- 
venstaand schema geeft een indruk van een 
andere techniek. 


gebruikelijk het kristal door middel van een 
capaciteitsdiode trekken om daardoor een 
modulatie te bewerkstelligen. Het zou wel- 
iswaar mogelijk zijn het kristal de referen- 
tiefrequentie te onttrekken. De ontstane 
frequentieruimte zou echter op elk kanaal 
een ander zijn doordat ook de delingsver- 
houding dan verandert. Alleen een vrij dure 
regelschakeling die de frequentieruimte 
steeds op de juiste waarde terugregelt zou 
hier uitkomst brengen. 

Een andere modulatiemehode is hier voor- 
deliger. Men verandert eenvoudig de re- 
gelspanning welke aan de VCO toege- 
voerd wordt in de maat van de modulatie. 
Pas echter op een zekere grenswaarde 
niet te overschrijden, want dan kan men de 
nauwkeurigheid van de PLL wel vergeten. 
Over het algemeen kan worden gezegd dat 
de PLL ten opzichte van de normale kristal- 
techniek meer voor- dan nadelen biedt. 


Andere Synthesizervormen 
In de voorgaande hoofdstukken is uit- 
sluitend over één ‘soort’ synthesizer ge- 
sproken. 
Een systeem dat zonder de fase- en fre- 
quentievergelijker werkt mag hier niet on- 
vermeld blijven. De blokschakeling van 'n 
dergelijk systeem is in fig. 7 afgebeeld. 
De frequentie van de VCO wordt met een 
frequentiemeter gemeten. In een digitale 
vergelijker wordt de gemeten waarde met 
een instelbare frequentie vergeleken en 
daaruit een regelspanning voor de VCO 
betrokken. Het verschil met PLL bestaat 
hierin dat de VCO-frequentie niet fasege- 
koppeld wordt met een kristaloscillator, 
doch precies met de ingestelde waarde 
overeenkomt. 
Een nadeel van deze schakelmethode is 
de niet bijzonder grote impulstijd stabiliteit, 
omdat slechts 10x per seconde wordt ge- 
meten en daarmee de VCO nageregeld 
kan worden. 
Deze schakeling variant vindt men vaak in 
HiFi FM-tuners. Hier komt het niet op een 
extreem hoge nauwkeurigheid aan, zodat 
het hierboven weergegeven nadeel niet zo 
zwaar weegt. 

T. Schreiner 


frequentiemeter 
digitale 
vergelijker 
instelbare 
frequentie 








Hobbit 


13 


hen 
en 


— ed 


aA 


Wi 





aba 


PRESENTEERT: 


onder het motto 


Magic - Sound 
met 
Ady Zehnpfennig 


een grandioos 
concert op de 
befaamde 

Dr. Böhm orgels 







DE sensatie van dit concert 
wordt het nieuwste 
micro-computerorgel 

STAR SOUNDS DS 


Kaarten kunt u telefonisch of schriftelijk 
bestellen aan ons filiaal te Utrecht; u kunt ook 
een betaalkaart, betaalcheque of een 
eurocheque toesturen. 

Verzeker u tijdig van een toegangsbewijs; aan 
de zaal is beperkte kaartverkoop. 

Om de kosten behoeft u het niet te laten, 
slechts f 8,—. 


Dit keer is Ady Zehnpfennig in Nederland op 
22-11-1980 in Utrecht in het congrescentrum 
aan het Jaarbeursplein; aanvang 20.00 uur, 
zaal open 19.00 uur. 


Fa. DR. RAINER BÖHM: 
AMSTERDAMSESTRAATWEG 101; 
3513 AC UTRECHT 030 - 319397 


Giro 26182 NMB, rekeningnr. 68 71 14 209 


BAE 


Omcirkel no. A3 op de Infokaart. 


Ve 


| 
| 


Ld 


EEN 


| 
u 





AMATEUR 
ELEKTRONICA 


door Jan Soelberg, nu ook in het 
Nederlands 





Dit boek is oorspronkelijk opgezet om kit-bouwers een 
algemene ondergrond te geven betreffende de 
elektronica. 

Wie een kit samenstelt kan dat meestal doen zonder veel 
van elektronica te weten, maar zodra men een bepaalde 
schakeling wil wijzigen of een storing ondervindt, blijkt 
kennis van elektronica zeer nodig te zijn. 


De opbouw van het boek is uitermate logisch met een 
aantal hoofdstukken over atoomtheorie, halfgeleiders, 
stroom en spanning, condensatoren, magnetisme, Wet 
van Ohm en uitleg over weerstanden. 

Maar ook verder wegliggende onderwerpen als meten, 
gelijkspanningskoppeling en AM-FM modulatie komen 
aan de orde in de eerste 223 pagina's. 

Belangrijk is dat de hoofdstukken worden gevolgd door 
keuzevragen die door de lezer als zelfcontrole kunnen 
worden opgelost. 

Het boek bevat een groot aantal praktische schakelingen 
waarvoor alle materiaal in de onderdelenhandel te koop is. 


“Amateur Elektronica” kunt u bestellen door overmaking 
van f 29,75 op postgiro nr. 4181374 t.n.v. Kluwer 
Technische Tijdschriften onder vermelding van Amateur 
Elektronica. 


Omcirkel no. A4 op de Infokaart. 


M Praktische HpS 


Transformator- 





recept (2) 


De in het eerste deel behandelde transformatoren betroffen ‘gewone’ 
transformatoren, d.w.z. trafo’s met een min of meer constante secundaire 
belasting, zoals gloeilampen, verwarmingselementen (voor aquaria bijv.) 
een motortje etc. In ieder geval belastingen waarin geen periodiek 
optredende grote stroomstoten voorkwamen. 

Wanneer we echter trafo’s gebruiken in gelijkrichterschakelingen treden 


deze stroompieken wèl op. 


De hierdoor optredende extra warmteont- 
wikkeling in de trafospoelen wordt dan te 
groot. Met andere woorden: een trafo, ge- 
bruikt onder die omstandigheden, is niet 
meer voor het berekende afgegeven ver- 
mogen geschikt. 

Van de meest voorkomende gelijkrichter- 
schakelingen zijn er in de figuren een drie- 
tal gegeven. De schakeling van fig. 1 is de 
zgn. ‘enkelzijdige gelijkrichter’, die van fig. 
2 de ‘dubbelzijdige gelijkrichter’ en die 
van fig. 3 de ‘bruggelijkrichter’. 

We drukken de verminderde belastbaar- 
heid van onze trafo nu uit door een correc- 
tiefactor in te voeren, die voor alle drie de 
schakelingen verschillend is. Voor de 
schakeling van fig. 1 is die factor 0,45; 
voor die van 2 iets groter, nml. 0,5 en 
voor 3 het grootst, nml. 0,65. 

Als we onze trafo dus voor bij voorbeeld 
100 VA hebben berekend wordt dat nu, 
afhankelijk van de gebruikte gelijkrichter- 
schakeling, 0,45 x 100 VA; 0,5 x 100 VA of 
0,65 x 100 VA. 


Op te merken valt nog dat we bij de scha- 
keling van fig. 2 i.p.v. één nu twee se- 
cundaire wikkelingen hebben, elk voor de 
gehele spanning te berekenen. De stroom 
door iedere wikkeling wordt nu echter de 
helft van de oorspronkelijke. Voor deze 
halve stroomwaarde dient men dus de 
draaddikte te berekenen. 

Als we deze punten in de gaten houden is 
het niet moeilijk ook voor deze afwijkende 


schakelingen de juiste trafo te berekenen. 


Bij de berekening drukken we de correc- 
tiefactor uiteraard het gemakkelijkst uit in 
de belastingstroom van de secundaire 
wikkeling. 

Als de in het voorbeeld genoemde 100 VA 
dus een belasting betrof van 50 volt x 2 
ampère, dan wordt de maximaal te leve- 
ren stroom nu dus: 0,45 x 2 ampère; 0,5 x2 
of 0,65 x 2 ampère. 


Uitgangstransformator 
In deze beide artikeltjes is (tot nu toe) uit- 
sluitend sprake geweest van 50 Hz trans- 


formatoren. Hebben we echter te maken 
met een uitgangstransformator van een 
versterker dan kan men deze in principe 
op dezelfde manier berekenen, op voor- 
waarde dat men dan de maximale inductie 
B veel lager kiest, bijvoorbeeld 3 000 i.p.v. 
10 000 èn dat de laagste nog weer te 
geven frequentie in dat geval 50 Hz is. Dit 
leidt dus tot andere getallen in de gegeven 
formuletjes. In de praktijk kan men echter 
beter uitgaan van het hier volgende re- 


Fig. 1. Enkelzijdige gelijkrichter. 





Fig. 3. Bruggelijkrichter. | 


cept, waarbij men als uitgangspunt de 
eigenresonantie van de gebruikte luid- 
spreker(s) kiest. Deze bepaalt nml. even- 
eens de laagste nog onvervormd weer te 
geven frequentie, omdat een electrodyna- 
mische conusluidspreker niet in staat is 
beneden zijn resonantiepunt nog zonder 
vervorming te werken. 

Uit de gegeven resonantiefrequentie van 
de luidspreker berekent men dan de voor 
deze lage tonenweergave benodigde zelf- 
inductiecoëfficient van de primaire 
wikkeling; deze drukt men via enige be- 
naderingsformules uit in het benodigde 
aantal windingen en de kernafmetingen. 
Het valt buiten het bestek van dit artikel 
dergelijke trafo's uitgebreid te behande- 
len, maar we willen toch de nodige for- 
mules geven waarmee men in de praktijk 
werkt. 

Zoals men zal zien is het dan niet moeilijk 
ook uitgangstrafo'’s te berekenen, althans 
zolang men geen speciale wikkelingen 
(bijvoorbeeld voor tegenkoppelingsdoel- 
einden) aan wil brengen. In vele gevallen 
zal dit overigens ook niet nodig zijn, omdat 
men ook direct vanaf de secundaire 
wikkeling kan tegenkoppelen. 

Wat het wikkelen als zodanig betreft moet 
men er aan denken dat bij een uitgangs- 
trafo éérst de secundaire wikkeling ge- 
wikkeld dient te worden (zo dicht mogelijk 





Hobbit 


M Praktische ps 


om de ijzerkern) en wel (indien mogelijk) 
in één laag! Dáárover wordt de primaire 
wikkeling gewikkeld. Tussen beide wikke- 
lingen komt bij voorkeur dun, maar goed 
spanningsbestendig isolatiepapier, even- 
eens bij voorkeur één laag. Bij de eerder 
genoemde voedingstrafo’s wikkelt men 
eerst de primaire wikkeling en daarover de 
overige wikkelingen. Ook hier moet men 
tussen de beide wikkelingen goed isola- 
tiepapier toepassen, meerdere lagen is 
geen bezwaar maar aanbevelenswaardig 
mits de benodigde wikkelruimte dit toe- 
staat. Aangezien het bij de huidige, met 
transistoren uitgevoerde versterkers, om 
zowel primair als secundair lage impe- 
danties gaat is het aantal windingen van 
de wikkelingen zo klein dat men ook deze 
trafo's gemakkelijk uit de hand kan 
wikkelen, dit in tegenstelling tot de 
vroegere buizeneindtrappen waarbij de 
primaire impedantie steevast hoog was 
(bij voorbeeld 1000 à 10 000 ohm!) 


Formules en berekeningen 
We gebruiken de volgende formuletjes bij 
de berekening van een uitgangstrafo: 


Q = 20 V Wa 


res 
Hierin staat Q in cm?2, W, is het afgegeven 
vermogen van de versterker in watt’s 
(primair) en fres is de resonantiefrequentie 
in Hz van de luidspreker die we wensen te 
gebruiken. 
Q ronden we altijd naar boven af als daar- 
toe aanleiding bestaat, in verband met de 
normalisatie van de blikmaten. 


Als we een enkelvoudige eindtrap heb- 
ben, zal er gelijkstroom door de primaire 
wikkeling vloeien. De waarde van die ge- 
lijkstroom volgt uit de specificaties van de 
versterker. We moeten in dat geval een 
luchtspleet in de kern van de trafo toe- 
passen. De blikken worden daartoe nu 
niet om en om ingevlochten, maar alle E- 
platen worden vanaf één kant en alle i- 
stroken vanaf de andere kant gestapeld. 
Daartussen komt een stukje papier met de 
dikte van de luchtspleet (Il), die we bere- 
kenen uit: 


[=04: VA 

[staat in mm's en Q in cm?2. 

Hebben we een balanstrap als eindtrap 
van onze versterker dan is een luchtspleet 
niet nodig. Bij het samenstellen van de 
kern in de praktijk (in dit geval vlechten we 
dus de platen weer om en om in) is er 
echter altijd sprake van een zeer kleine 
luchtspleet (per plaat): de stootvoeg. 


Tesamen levert dit een luchtspleet op van 
ca. 0,2 mm. Die kunnen we bij een voe- 
dingstrafo wel verwaarlozen (wat we ook 
gedaan hebben) maar hier niet! De lucht- 
spleet is van invloed op de zelfinductie- 
waarde van de trafo en die is bij een uit- 


gangstrafo belangrijk. 

Voor een balanstrafo nemen we dus een 
minimale luchtspleet aan van 0,2 mm. 
Deze zelfinductiewaarde van de primaire 
wikkeling van de trafo volgt uit: 


TK Ze 
pim = Dr Xhes 


Eigenlijk staat hier het verband tussen de 
impedantie (wisselstroomweerstand) van 
de primaire wikkeling van de trafo en de 
primaire aanpassingsimpedantie van de 
versterkereindtrap, nml: wlorim = 1,3 Za. 


Hierin is g == ÒT fres 

De resonantiefrequentie van de luid- 
spreker (fres.) bepaalt, zoals reeds ge- 
zegd, de laagst nog onvervormd door de 
luidspreker weer te geven toon. Aange- 
zien het ongewenst is de frequentiekarak- 
teristiek van het totale resultaat, dus elek- 
trisch plus akoestisch (en dat noemt men 
de ‘overall'-getrouwheidskromme) tot in 
het resonantiepunt van de luidspreker 
recht door te laten lopen (om distorsie- 
redenen in het resonantiepunt v.d. luid- 
spreker), laat men bij voorkeur in dit punt 
de frequentiekarakteristiek van de ver- 
sterker (elektrisch dus) bijv. 20 % afvallen. 
dit wordt in de formule tot uitdrukking ge- 
bracht door het invoeren van een ‘afval- 
factor’ die we men a aangegeven. a = 1 
betekent geen afval, a = 0,8 wil zeggen 
een afval van 20%, a = 0,6 een afval van 
40 % enz. Deze afval bepaalt men (bij een 
overigens rechte karakteristiek) t.o.v. het 
niveau in het middentoongebied. 


De juiste uitdrukking voor de waarde van 
wL is dan ook: 


a 


Via? 
Vult men nu voor a = 0,8 in (dus 20 % 
afval in het resonantiepunt), dan wordt de 
voorste term 1,8. Deelt men deze 1,8 Za 
door w, dan heeft men dus een uitdruk- 
king voor de primaire zelfinductiewaarde 
van de trafo L, die hier staat in Henry. Uit 
de zo berekend waarde van L, de lengte 
van de benodigde luchtspleet (Il), en de 
berekende ijzerdoorsnede van de kern 
(Q), kan dan het aantal windingen van de 
primaire wikkeling van de trafo worden 
bepaald. Hiervoor gebruiken we de 
formule: 


worm = 1000 VLET 


Hierin staat L in Henry, linmm en Q in cm?2. 


De waarde van de luidsprekerimpedantie 
kennen we uit de gegevens van de fabri- 
kant. Zo dit niet het geval mocht zijn, 
meten we de ohmse weerstand van het 
spreekspoeltje van de luidspreker met 
een ohmmeter op, en vermenigvuldigen 
de gevonden waarde met 1,25. 


öL= x Za 


De uitkomst is een voor de praktijk vol- 
doende nauwkeurige waarde van de aan- 


passingsweerstand (de impedantie) van 
de luispreker. 


Als we de luidsprekerimpedantie ZI 
noemen, volgt de overzetverhouding (p) 
van het primaire aantal windingen van de 
trafo naar het secundaire aantal win- 
dingen uit: 


E Za 
eN 
De draaddikte van de primaire wikkeling 
berekenen we met dezelfde formule die in 
het voorgaande deel gegeven is. 
De draaddikte van de secundaire wikke- 
ling nemen we zo dik als de wikkelruimte 


toelaat, doch tenminste v/p x de primaire 
draaddikte. 


Tenslotte een rekenvoorbeeldje 

Stel dat we versterkertje hebben met een 
balanseindtrapje dat primair 3 Watt kan 
afgeven aan een impedantie van 16 ohm. 
We willen er een luidspreker met een im- 
pedantie van 4 ohm op aansluiten. De re- 
sonantiefrequentie van deze luidspreker 
is ca. 80 Hz. 

De wikkelgegevens en afmetingen van de 
hiervoor benodigde trafo worden: 


es hok 1e 
Lorim = 63x850 


Het primaire aantal windingen van de trafo 
wordt: 


Worim = 1000 VEERLE = 140 


windingen 


= 0,04 henry 


Het getal 4 in de noemer is de kerndoor- 
snede die we tevoren hadden bepaald uit: 
Q = 20 E = 3,8 cm? (afgerond 4 cm2). 
De overzetverhouding van de trafo 
(primair naar secundair) wordt: 

16 
Het secundaire aantal windingen wordt 
dus 140: 2 = 70. 
Om de draaddikte van de primaire wikke- 
ling te kunnen berekenen hebben we de 
primaire stroom (iprim) nodig, die bereke- 
nen we uit: 


Wa e= prim X Za 


Íprim Staat hier in ampère (pas op dus!). 
Deze draaddikte en die van de secundaire 
wikkeling mag U zelf uitrekenen. 


J.J. Schurink 


eneen ennen ee nennen een 


16 


Hobbit 


A Auto-elektronica, 


Transistor- 





ontsteking 


Over elektronische ontstekingen voor verbrandingsmotoren is al 
erg veel geschreven. Het is zo langzamerhand een gebied 
geworden waar de meningen zeer sterk over verdeeld 


zijn. 


We hebben zo onze eigen mening over elektronische ontstekingen. Een 
gedeelte van deze mening geven we in de vorm van een optimaal 
bouwontwerp van een transistorontsteking die geschikt is voor gebruik 
bij 12 volt accusystemen waarbij de minpool aan het chassis ligt. 

Het kenmerk van deze transistorontsteking is de eenvoud en optimale 
componentenkeuze. Er wordt gebruik gemaakt van een speciale Bosch 
transistorbobine, die veel meer hoogspanningsenergie afgeeft dan een 


conventionele bobine. 


Enerzijds vanwege de liefde voor de auto 
en anderzijds mede door de noodzakelijke 
energiebesparingen wordt tegenwoordig 
ruime aandacht besteed aan elektro- 
nische ontstekingen. 

Hierbij onderscheiden we in principe twee 
soorten: de transistor- en de thyristoront- 
steking. Daarbij zijn momenteel al combi- 
naties te vinden van transistor- en thyris- 
torontstekingen. Los van de genoemde 
soorten kan een onderscheid worden ge- 
maakt in de soort van sturing: contact of 
contactloos. In het eerste geval bestaat de 
sturing uit een galvanisch contact (de on- 
derbreker) en in het tweede geval zijn er 
diverse mogelijkheden, die lopen van in- 
frarood tot magnetische sturing. 

Het zal u, als u artikelen leest over elek- 
tronische ontstekingen, onmiddelijk op- 
vallen hoeveel voordelen er wel niet zijn te 
claimen. Wij hebben daar zo onze eigen 
mening over en geven deze hier in het kort 
weer. 


Vrijwel elk soort elektronische ontsteking 
heeft het voordeel dat de contactpunten 
(voor zover nog aanwezig) langer mee- 
gaan en het ontsteektijdstip vrijwel niet 
meer verloopt. Bij de betere soorten ont- 
stekingen wordt meer hoogspannings- 
energie geleverd, wat de inleiding tot de 
verbranding in de cilinders ten goede kan 
komen. 

Of dit ook werkelijk gebeurt hangt af van 
veel factoren. 


Brandstofbesparing 

Als we de elektronische ontstekingen zien 
vanuit het oogpunt brandstof te besparen, 
dan spelen andere factoren een veel be- 
langrijker rol. Eén daarvan is de carbura- 
teurafstelling en een andere is de kwaliteit 
van de bougies als mede hun toestand. 
Verder zijn er talloze mechanische fac- 


toren die een motor al of niet zuinig doen 
lopen. De mengselgeleiding naar en in de 
cilinders speelt een grote rol. 

Afhankelijk van een aantal mechanische 
optima bij de betreffende verbrandings- 
motor, is het mogelijk inderdaad een extra 
brandstofbesparing te krijgen door ge- 
bruik te maken van een elektronische ont- 
steking. In principe zal een gewoon type, 
dat gebruik maakt van de conventionele 
contactpunten, vrijwel net zoveel zoden 
aan de dijk zetten als de veel duurdere 
contactloze typen. 


Belangrijk voor een eventueel mogelijke 
brandstof vermindering is wel de hoeveel- 
heid hoogspanningsenergie, die na het 
openen van de contactpunten ter be- 
schikking komt. Deze extra energie kan 
wel een brandstofbesparing geven. Deze 
ligt dan niet zo zeer bij het gewone rijden, 


+14 V 
via contactslot 


C1 onderbreker 
| bn 


Fig. 1. Een conventionele ontsteking bestaat 
uiteen bobine, onderbreker en een conden- 
sator. 





maar bij zeer lage en hoge toerentallen. 
Over het algemeen zal een motor in koude 
toestand met een elektronische ont- 
steking gemakkelijker aanslaan.…Dit is op 
zich zelf al een geringe brandstofbespa- 
ring. Afhankelijk van de verdere motor- 
eigenschappen zal de motor ook statio- 
nair beter lopen wat ook een geringe 
brandstofbesparing met zich meebrengt. 
Komen we bij hoge toerentallen dan 
neemt bij de conventionele ontsteking de 
hoeveelheid energie sterk af, waardoor de 
inleiding tot de verbranding niet zo goed 
meer is. Ook hier kan een elektronische 
ontsteking verbetering geven, omdat één 
van de kenmerken een stabiele hoog- 
spanning is bij extreem lage en behoorlijk 
hoge toerentallen. 


Als we uit het voorgaande conclusies wil- 
len trekken kan worden gesteld dat elek- 
tronische ontstekingen minder contact- 
puntslijtage geven en een geringer ver- 
loop van het ontsteektijdstip, terwijl de 
motor meestal vlotter start en een geringe 
brandstofbesparing soms mogelijk is. 
Alle andere geclaimde voordelen zijn 
meestal sterk afhankelijk van het type ma- 
tor en de instelling ervan. 


Waarom juist een transistor- 
ontsteking? 

Blijft nu nog één heet hangijzer: transistor- 
of thyristorontsteking? Hier kunnen we 
kort over zijn: een goede thyristoront- 
steking is het beste. Helaas zijn er ook 
minder goede thyristorontstekingen. Een 
nadeel van veel typen is de geringe be- 
trouwbaarheid vanwege de hoeveel com- 
ponenten en de keuze ervan. 

Gezien het geringe aantal componenten 
is de betrouwbaarheid van onze transis- 
torontsteking, wat betreft zelfbouw, veel 
groter. Hierbij moet wel duidelijk worden 
gesteld dat we praten over een transistor- 
ontsteking met een aangepaste bobine. 
Als u een transistorontsteking bouwt en 


to 


Fig. 2. Vanwege een geïnduceerde tegen- 
werkende spanning zal de stroom door de 
primaire bobinespoel slechts langzaam op- 
lopen. 





Hobbit 


17 


J Buto-dektrankca 


daar uw conventionele bobine bij gebruikt, 
wordt het aantal voordelen beperkt. Zo is 
de beschikbare hoogspanningsenergie 
niet groter door gebruik van een tran- 
sistorontsteking. Er worden wel van die 
verhalen verteld waarbij de primaire 
hoogspanning, die normaal meerdere 
honderden volts bedraagt, oploopt tot dui- 
zend volt, maar daar moet u zich niet blind 
op staren. Deze hoogspanning zegt niets 
over de hoeveelheid energie die beschik- 
baar is. En het is juist de hoeveelheid 
energie die een betere verbranding kan 
geven. Bovendien kan bijvoorbeeld smeer 
op de kabels een extra belasting vormen 
voor de bobine, waardoor energie ver- 
loren gaat. Dit nadeel blijft bij een conven- 
tionele bobine gehandhaafd, terwijl een 
speciale transistorbobine daar al veel 
minder last van heeft. 


Nu nog even het punt van de verlengde 
brandduur. 

Sommige ontstekingen maken gebruik 
van een soort constante brandtijd die 
wordt verkregen via elektronische hulp- 
middelen. Geclaimd wordt daarbij dat dit 
wel het neusje van de zalm is. Vergeet het 
maar. Ook dit zijn (meestal) weer toeval- 
lige factoren, die van motor tot motor ver- 
schillend zijn. In sommige gevallen kan 
deze constante brandduur zelfs grote na- 
delen hebben. Wel interessant is een sy- 
steem waar alleen bij lage toerentallen de 
brandduur van de vonk wordt vergroot. 


primaire 
wikkeling L 1 


secundaire 
wikkeling L2 


Hierbij hebben we in de praktijk wel enige 
voordelen waargenomen. 

Algemeen beschouwd geloven we dat de 
hier gegeven transistorontsteking wel een 
redelijk optium is voor zelfbouw. De er- 
varingen die we hebben opgedaan zijn 
zonder uitzondering allemaal positief te 
noemen en beslist beter dan de conven- 
tionele ontsteking. Om de bouw voor ie- 
dereen mogelijk te maken geven we eerst 
enige theorie omtrent de conventionele 
ontsteking. 


Conventionele ontsteking 

Figuur 1geeft het schakelschema van een 
conventionele ontsteking. Daarbij on- 
derscheiden we slechts 3 componenten: 
de bobine, onderbreker en de onder- 
brekercondensator. 

L1/L2 stelt de bobine voor. In principe is 
dit een gewone transformator, waarbij 2 
punten reeds zijn verbonden, zodat 
slechts 3 aansluitingen naar buiten 
komen. Deze aansluitpunten zijn stan- 
daard genummerd met 1, 4 en 15. Punt 1 
is daarbij met punt 15 de primaire spoel, 
die het kleinste aantal windingen heeft. Op 
punt 4 is de hoogspanningsenergie be- 
schikbaar. 


De werking van een conventionele ont- 
steking is eenvoudig. Als het onder- 
brekercontact wordt gesloten zal er span- 
ning staan over spoel L1. Bij een spoel 
loopt de stroom nooit sprongsgewijs 


op, maar vangt aan bij nul en loopt ge- 
leidelijk op. Dit verschijnsel is in fig. 2 gra- 
fisch weergegeven. Hierbij wordt gedacht 
dat op tijdstip tyde onderbreker uit fig. 1 
wordt gesloten. We zien in fig. 2 de stroom 
volgens een bepaalde kromme oplopen 
tot een maximum dat begrensd wordt door 
de complexe inwendige weerstand van de 
spoel. De merkwaardige kromme volgens 
fig. 2 komt tot stand doordat rond spoel L1 
een magnetisch veld ontstaat, waarbij een 
spanning wordt opgewekt die de klem- 
spanning op L1 tegenwerkt. 


Als nu in fig. 1 de onderbreker wordt ge- 
opend zal de stroom door L1 abrupt wor- 
den onderbroken. Deze grote stroomver- 
andering in een korte tijd heeft tot gevolg 
dat er een grote inductieve spanning ont- 
staat over L1. Omdat L2 nog meer win- 
dingen heeft zal hier een evenredig met de 
wikkelverhouding der beide spoelen ho- 
gere spanning komen te staan. Bij een 
accuspanning van 14 volt heeft het ope- 
nen van de onderbreker reeds tot gevolg 
dat er honderden volts over L1 komen te 
staan. Door de wikkelverhouding der 
spoelen wordt dat meer dan 10 000 volt op 
punt 4 t.o.v. het chassis. 

Zonder tegenmaatregelen zou de span- 
ning over L1 direct vonken over de onder- 
breker geven. Dit wordt voorkomen door 
C1. Dit vonken zou de onderbreker zeer 
snel doen slijten en bovendien ten koste 
van de beschikbare energie gaan. Helaas 


Fig. 4. De onderbreker bevindt zich op een 
speciale, verstelbare, plaat en wordt aange- 
dreven door een ovale nok. Direct bij dit sy- 


steem bevindt zich meestal de onderbreker- 
condensator, die moet worden losgekoppeld. 


Fig. 6. Bij een transistorontste- 
king wordt het zware werk van de 
onderbreker overgenomen door 
een speciale transistor. S1 stelt 
hier de vervanger van de onder- 
breker voor. 


Fig. 5. Door het vonken van het onderbreker- 
contact brandt dit spoedig in. Ditis één van de 
hoofdredenen waarom de contactpunten re- 

gelmatig moeten worden vernieuwd. 


Fig. 3. Een bobine is meestal uitgevoerd ineen 
‘ronde pot’, waarbij de 3 aansluitpunten zich 
aan één (boven-) zijde bevinden. 





18 Hobbit 








Auto-elektronica 


is de werking van C1 niet 100% zodat er 
toch nog altijd wel een geringe vonkwer- 
king plaatsvindt, wat resulteert in ver- 
branding van het onderbreker contact en 
een gering verlies aan hoogspannings- 
energie. De genoemde verbranding is er 
o.a. oorzaak van dat de contactpunten 
van tijd tot tijd moeten worden vernieuwd. 


Bobine 

Figuur 3 geeft een indruk van de mecha- 
nische opbouw van een bobine. De be- 
huizing is meestal vrijwel geheel van 
kunststof. Sommige fabrikanten passen 
metaal toe als huls. 

De bobine heeft meestal een klem die de 
ronde behuizing vasthoudt, terwijl de klem 
met 1 of 2 schroeven aan het chassis 
vastzit. De aansluitpunten bevinden zich 
aan één zijde. Klem 1 en 15 bevinden zich 
aan weerszijden op de bovenkant en de 
hoogspanningsaansluiting (klem 4) be- 
vindt zich in het midden en steekt veilig- 
heidshalve boven het geheel uit. In de 
‘pot’ bevindt zich een hoogwaardige ijzer- 
kern met direct daarom heen de hoog- 
spanningswikkeling. Daar buiten ligt de 
primaire spoel (L1 uit fig. 1). 

Hoewel praktisch alle bobines er van bui- 
ten hetzelfde uitzien is er een enorm on- 
derscheid in kwaliteit. Dit geldt zelfs on- 
derling bij de conventionele typen. 


Onderbreker 

Onder de motorkap, direct bij de verdeler 
van de hoogspanning (waar de hoog- 
spanningskabels vanaf komen en naar de 
bougies gaan), bevindt zich ook de onder- 
breker. Deze bevindt zich meestal op een 
draagplaat. 

Figuur 4 geeft een schets van een moge- 
lijke uitvoering. Hier stelt 1 de draagplaat 
voor; 2 is de zogenaamde onderbreker- 
nok die met een as meeloopt; 3 is de on- 
derbrekerplaat waarop het contact is ge- 
monteerd; 4 stelt het aambeeldcontact 
voor dat vastzit aan de onderbrekerplaat; 
6 is het bewegende deel van het onder- 
brekercontact. De beweging wordt ver- 
oorzaakt door de nok die aan de buiten- 
kant een wat ovale vorm heeft. Het eigen- 
lijke contact wordt in fig. 4 gevormd door 5. 
Een detail van dit contact met de princi- 
piële werking geeft fig. 5. Bij de pijl is hier 
het inbranden aangegeven, wat ontstaat 
door het genoemde vonken. 

Direct bijde onderbreker volgens fig. 4 ligt 
meestal de onderbrekercondensator. De 
draadaansluiting hiervan aan het onder- 
brekercontact moet worden verwijderd als 





p +14V Fig. 7. Omdat tegenwoordig bij vrijwel alle 
RG BONES VAES) 5) auto’s de onderbreker aan het chassis ligt 
moet ook de transistorsturing van T2 hierop 
worden aangepast. 


Fig. 8. Door het gebruik van een transistor kan 
meer stroom door de primaire bobinespoel 
worden gevoerd, waardoor de beschikbare 
hoogspanningsenergie kan worden 
opgevoerd. 


L 


5,8A afschakelstroom 


transistor 
ontsteking 


conventionele 
ontsteking 





+atctuspanning via 
“contactslot 









Bosch 
type 02279 00101 


Fig. 9. Het complete 
schema van de transis- 
torontsteking is 
0,22uF eenvoudig van opzet. 


breker 


D1 
IN4148 


ÁN 





de transistorontsteking wordt aange- o C 
bracht. Eventueel kan de onderbreker- 
condensator volledig worden verwijderd B 
als men geen raad weet met de losge- 
komen draad van de condensator. De 
ne Fig. 10. De BUX28 transistor is in feite een 
chassisaansluiting van de condensator deringen met daarbij 2 weerstanden en een 
mag in principe wel worden gehandhaafd. diode. De diode voorkomt vernieling van de 
Meestal gaat de aansluitdraad van de on- transistor in het geval dat er een negatieve o £ 
derbreker (waar eerst de condensator ook spanning op de collector komt. 
aan vast zat) direct naar de bobine. Deze 
Hobbit 19 








Auto-elektronica 


draad wordt nu losgenomen en gebruikt 
voor het sturen van de transistoront- 
steking. 


Principe 

Figuur 6 geeft de eenvoudigste opzet van 
een transistorontsteking. L1/L2 stelt weer 
de bobine voor. De plaats van de onder- 
breker wordt ingenomen door transistor 
T1. Als schakelaar S1 wordt gesloten zal 
T1 gaan geleiden. Er gaat weer stroom 
lopen door L1 volgens de kromme van fig. 
2. Wordt S1 geopend dan wordt de stroom 
door L1 tevens abrupt beëindigd, zodat 
weer een hoge inductieve spanning ont- 
staat. Nu vindt er geen vonken plaats over 
de onderbreker omdat T1 daarvoor in de 
plaats zit. Bovendien schakelt T1 sneller, 
nauwkeuriger en zonder dender. Dat zijn 
allemaal voordelen die hoogspannings- 
energie ten goede komen. Minstens even 
belangrijk is het feit dat T1, gezien de rela- 
tief grote stroom door L1, niet aan slijtage 
onderhevig is. 

De schakeling volgens fig. 6 is voor ons 
niet bruikbaar omdat de onderbreker in de 
auto aan één kant aan het chassis (min- 
pool) ligt. Om via de onderbreker T1 uit fig. 
6 te kunnen sturen is een extra voorzie- 
ning nodig. 

Figuur 7 geeft de oplossing. Hierbij ligt de 
onderbreker weer aan het chassis. Als dit 
contact is geopend zal T1 sperren. Deze 
transistor kan dan T2 niet opensturen zo- 
dat ook deze transistor spert. 

Wordt de onderbreker gesloten dat gaat 
T1 geleiden. Via weerstand R3 wordt ook 
T2 opengestuurd zodat er door L1 een 
stroom gaat lopen. Als de onderbreker 
opent zullen T1 en T2 abrupt gaan sperren 
en wordt L1 direct stroomloos. Dit heeft 
weer de genoemde hoge inductieve 
spanning tot gevolg. 


Meer energie 

De voordelen van de schakeling volgens 
fig. 7 zijn gelegen in de geringe slijtage 
van de onderbreker en het nauwkeuriger 
schakelen van het systeem. Een grote te- 
kortkoming van het conventionele onder- 
brekercontact was de maximaal toelaat- 
bare stroom. Deze bedroeg meestal niet 
meer dan ca 3/2 A. Een transistor heeft 
dat nadeel niet. Bij powertransistoren vin- 
den we tegenwoordig typen die 20 A of 
meer kunnen schakelen. Nu is juist een 
grotere stroom bij een transistorontste- 
king belangrijk. De stroom is nml. een 
maat voor de hoeveelheid hoogspan- 
ningsenergie. Hoe groter de stroom door 
L1 kan worden, des te meer energie is er 
beschikbaar. Figuur 8 geeft grafisch het 
verschil tussen een conventionele ontste- 
king en een transistorontsteking. De on- 
derste curve laat een bobine zien die hier 
afschakelt bijca 2,3 à 3 A. Dit kan ook een 
transistorontsteking zijn met een conven- 
tionele bobine. Als we nu een aangepaste 
transistorbobine nemen dan zal de af- 
schakelstroom, bij een zelfde tijdverloop, 







veel hoger zijn: 5,8 A of meer. Uit de 
stroomverhouding kunnen we conclude- 
ren dat de aangepaste bobine dan meer 
dan de dubbele hoeveelheid hoogspan- 
ningsenergie kan leveren. Nu geldt dit in 
veel gevallen alleen onder de conditie van 
een snel draaiende motor, maar dat 
neemt niet weg dat ook in andere gevallen 
de beschikbare energie aanmerkelijk gro- 
ter is. Omdat de speciale transistorbo- 
bines ook sneller hun verzadigings- 
stroomwaarde bereiken is ook bij hoge 


Fig. 11. De lay-out van de print, waarop de 


van de soldeerzijde. 


eventueel koellichaam 


mmm nn 


o 
Ö We 

Ò 
schakeling volgens fig. 9 kan worden aange- 
bracht. De schaal is hier 1:1 en het aanzichtis 11. Eventueel kan T1 met een koellichaam 


toerentallen een duidelijke verbetering te 
constateren t.o.v. de conventionele ont- 
steking. Volledigheidshalve wordt erop 
gewezen dat een transistorbobine niet 
bruikbaar is bij een direct schakelende 
onderbreker zoals fig. 1 aangeeft. De con- 
tactpunten zouden in zeer korte tijd zijn 
weggebrand. 


Het complete schema 
Figuur 9 geeft het complete schema van 
onze transistorontsteking. De bobine en 





Fig. 12. De componentenopstelling van de 
schakeling volgens fig. 9 op de lay-out van fig. 


worden gekoeld, maar noodzakelijk is dit niet. 
D2 en D3 worden in principe alleen aange- 
bracht als een onbekende bobine wordt 
gebruikt. 


\ koellichaam © 


ge 
\ 
| 
| 
| 
| 





20 


Hobbit 


pl 


Afb. 13. De print kan het beste worden uit- 
gerust met faston stekers die via gatmontage 
aan de print vastzitten. Soms moeten de gaten 
in de stekers worden opgeboord om M4 bou- 
ten door te laten. 


voorschakelweerstanden R4/R5 zijn van 
Bosch. 

Voor het schakelen van de primaire bo- 
binestroom wordt gebruik gemaakt van 
een Siemens transistor BUX28. Deze 
transistor kan 350 volt verdragen tussen 
collector en emitter, terwijl de continu col- 
lectorstroom 8 ampère mag zijn (piek 12 
A). In feite gaat het hier om een darlington 
transistor zoals fig. 10 aangeeft. De weer- 
standen R1 en R2, alsmede diode D1, zijn 
ingebouwd. Bij de BUX28 is niet elke tran- 
sistorbobine bruikbaar omdat de stromen 
onderling verschillen. het ontwerp is opti- 
maal aangepast op de Bosch bobine type 
0221-122-005. Daarbij horen de voor- 
schakelweerstanden R4/R5 die samen op 
één metaalplaatje zitten. 

In fig. 9 wordt voor T1 een TIP30A (Texas 
Instruments) gebruikt. Dit mag ook een B- 
of C-uitvoering zijn. 

De schakeling volgens fig. 9 bevat slechts 
9 componenten, inclusief de bobine en 
voorschakelweerstanden. Daarbij zijn R4 
en R5 noodzakelijk om de maximale pri- 
maire bobinestroom te begrenzen. In 
principe zouden R4 en R5 samen één 
weerstand mogen zijn, ware het niet dat er 
een extra startfaciliteit is in te bouwen. 








Afb. 14. Deze bobine van Bosch geeft de 
beste resultaten. De bobine is bedoeld voor 12 
V gebruik in samenwerking met de speciale 
voorschakelweerstanden. 


Tijdens het starten van de motor stort de 
accuspanning gedeeltelijk in, door de 
enorme stroom via de startmotor. Hier- 
door blijft er slechts weinig spanning over 
voor de bobine. Om nu toch de nodige 
stroom te krijgen door L1 wordt R4 tijdens 
het starten kortgesloten via een extra 
relais. 

De schakeling volgens fig. 9 is zo gedi- 
mensioneerd dat T2 volledig in verzadi- 
ging komt en tijdens geleiding minimaal 1 
V tussen de collector en emitter heeft 
staan. Mede hierom is R3 relatief laag- 
ohmig gedimensioneerd, zodat ook tij- 
dens lage accuspanning toch voldoende 
sturing van T2 plaats vindt. 


Een andere oplossing is mogelijk door R3 
te vergroten en de emitter van T1 met R1 
tussen R4 en R5 te koppelen. De gegeven 
oplossing volgens fig. 9 voldoet echter 
uitstekend. 

Beveiligingsdioden rond T2, m.u.v. D1, 
zijn niet nodig. De maximale spanning op 
de collector van T2 is ongeveer 250 V, 
zodat een marge van 100 V over is. Ang- 
stige bouwers kunnen echter op de print 
eventueel toch een beveiliging aanbren- 
gen in de vorm van 2 zenerdioden tussen 





Afb. 15. De voorschakelweerstanden R4/R5 
zijn samen ondergebracht op een montage- 
plaatje. De weerstanden zijn reeds aan één 
zijde verbonden. 


collector en basis van T2. Hierop komen 
we nog terug. 


Print 

Figuur 11 geeft de lay-out van de print, 
waarop de schakeling volgens fig. 9 kan 
worden gemonteerd. De onderbreker, bo- 
bine en R4/R5 bevinden zich uiteraard 
extern. De schaal in fig. 11 is 1:1 en het 
aanzicht is van de soldeerzijde. 

De componentenopstelling van de scha- 
keling volgens fig. 9 op de lay-out van fig. 
11 geeft fig. 12. 

Ter verduidelijking geeft afb. 13 een foto 
van de compleet gemonteerde print. 

T2 moet worden voorzien van een extra 
koellichaam. Isolatiemateriaal is over- 
bodig. T2 wordt stevig vastgeschroefd 
met M3 materiaal, waarbij borgringen 
moeten worden gebruikt. Neem schroe- 
ven die gemakkelijk zijn te vertinnen. 


Draai de bouten vanaf de onderzijde door 
de print en soldeer de bouten vast aan de 
bijhorende kopervlakken. Hetzelfde geldt 
in wezen voor de bevestiging van transis- 
tor T1. Deze transistor kan liggend worden 
gemonteerd. Hoewel er ruimte is voor een 
extra koellichaam bij T1, is dit niet nood- 


Fig. 18. Het complete inbouwschema is erg eenvoudig van opzet. Bij nauwkeurige mon- 


tage kan er niets mis gaan. 


+ accuspanning via 


| Afb. 16. Dit soort fastonstekers wordt gebruikt contactslot 
: bijde kabelmontage. Als men niet de beschik- 

king heeft over een speciale montagetang 

kunnen de stekers worden gesoldeerd. Dat is 


7 nog deugdelijker. 


BOSCH 
0227900101 


bobine BOSCH 
0221 122 005 





onderbreker 





il Hobbit 21 
8 








zakelijk. Tijdens geleiding valt over T1 
slechts 300 mV. 

Voor weerstand R3 mag een 270 of 330 
type worden genomen. Deze weerstand 
moet beslist 10 W kunnen verdragen. 

Op de externe aansluitpunten van de print 
kunnen stekers worden geplaatst, zoals 
afb. 13 laat zien. Dit contactmateriaal is bij 
vrijwel elke automaterialenzaak verkrijg- 
baar. De lippen worden aan de bovenzijde 
van de print geplaatst en met M4 materiaal 
bevestigd. Daarbij worden de bouten weer 
vanaf de onderzijde door de gaten ge- 
schoven. Na het stevig vastdraaien van de 
schroeven worden de bouten vastgesol- 
deerd aan de betreffende kopervlakken. 
Vervolgens worden alle printbanen goed 
vertind. 

Wat betreft de montage van de print in de 
auto zijn er verschillende mogelijkheden. 
De print mag beslist niet direct aan de 
omgeving worden bloot gesteld omdat 
anders stof en olie de werking kunnen 
beïnvloeden. Eventueel kan de print in 
een metalen doosje worden aangebracht. 
Kunststof is ook mogelijk mits de plaat- 
sing onder de motorkap op een koele 
plaats gebeurt. 

Een andere oplossing is mogelijk door de 
print te voorzien van een dun laagje giet- 
hars (zowel boven als onderzijde). Begiet 
daarbij het koellichaam en R3 niet. Van R3 
mogen alleen de aansluitdraden worden 
begoten met hars. 

De print kan ook op de bobine worden 
gemonteerd met extra bevestigingsma- 
teriaal. Monteer in ieder geval de print op 
een relatief koele plaats onder de motor- 
kap en zoek deze plaats niet te ver weg 
van de bobine. 


Samenbouw 

Afbeelding 14 geeft een indruk van de 
speciale Bosch bobine die de beste resul- 
taten geeft. De bobine is reeds voorzien 
van stekermateriaal. 

Afbeelding 15 laat de gecombineerde 
voorschakelweerstand zien. Ook hier zijn 
reeds de stekers aanwezig. De nieuwe 


tionele. Vlak daarbij worden de voorscha- 
kelweerstanden met zelftappers tegen het 
auto-chassis geplaatst. Voor de onder- 
linge verbindingen wordt speciaal draad 
genomen, dat verkrijgbaar is bij de auto 
doe-het-zelf zaak. Neem voor alle kabels 
2/2 mm?2. Voor de verbindingen wordt ge- 
bruik gemaakt van speciale stekers, waar- 
van afb. 16 een indruk geeft. Verbinding 
van deze stekers met de kabels kan via 
een speciale tang worden verkregen. Net 
zo gemakkelijk is het solderen van de 
stekers aan de draden. 


Figuur 18 geeft de print met de externe 
aansluitingen. Deze zijn hier genummerd 
van 1 t/m 4. Op punt 1 komt de positieve 
accuspanning via het contactslot. Punt 2 
gaat naar bobineklem 1 en punt 3 komt 
aan het chassis. Tot slot gaat punt 4 naar 
de onderbreker. 

Men kan het beste de volgende werkvolg- 
orde gebruiken. Eerst wordt de conventio- 
nele bobine verwijderd en op de plaats 
daarvan komt de nieuwe Bosch bobine. 
Vlak bij de bobine, op een gemakkelijk 
bereikbare plaats, worden R4/R5 tegen 
het chassis geplaatst. 

In de buurt daarvan, op een koele plaats 
komt de print. Deze wordt eventueel via 
kunststof afstandsbussen en zelftappers 
vastgezet. 

De plusdraad van de oorspronkelijke bo- 
bine-aansluiting (eventueel meten) gaat 
naar punt 1 van de print. Deze draad zit 
oorspronkelijk al via het contactslot. Even- 
tueel wordt de draad verlengd en voorzien 
van isolatiemateriaal bij de las. 

Omdat op punt 1 van de print nog een 
draad komt die naar R4 gaat, moet hier 
een verdeelsteker worden geplaatst. Afb. 
19 geeft een indruk van zo’ verdeelsteker, 
waarop 2 draden kunnen worden aan- 
gesloten. 

De genoemde tweede draad, vanaf punt 1 
van de print, gaat naar R4. Nu wordt 
tussen R5 en punt 15 van de bobine een 
draad gelegd. De punten 1 en 15 staan op 
de bobine vermeld. 


de niet verbonden zijde van de gekoppel- 
de weerstanden. Als laatste draad aan de 
bobine wordt punt 1 hiervan verbonden 
met punt 2 van de print. 

Een korte draad, die direct galvanisch met 
het chassis wordt verbonden, komt aan 
punt 3 van de print. Eventueel kan deze 
draad met een soldeeroog onder een be- 
vestigingsschroef van de bobineklem 
worden geplaatst. Tot slot wordt de onder- 
brekerdraad, die oorspronkelijk naar de 
bobine ging, verbonden met punt 4 van de 
print. Afhankelijk van de printplaatsing zal 
deze draad misschien moeten worden 
verlengd. 

Tot slot wordt de onderbrekercondensator 
losgekoppeld door de aansluitdraad hier- 
van los te nemen van de onderbreker. 
Deze draad kan worden geïsoleerd of de 
hele condensator moet worden wegge- 
nomen. Nu kan de auto worden 
gestart... 


Startfaciliteit 

Reeds in het voorgaande werd gesproken 
over de lage accuspanning tijdens het 
starten. Om meer ontsteekenergie te krij- 
gen kan over R4 een startrelais worden 
geplaatst. Figuur 20 geeft hiervan een 
schakeldetail. Voor het relais moet een 
stofdicht type worden genomen dat 8 A 
kan verwerken. Bosch heeft zulke relais. 
Het maakcontact van het relais wordt over 
R4 geplaatst. De spoel ligt aan één zijde 
aan het chassis en de andere zijde gaat 
naar het contactslot, naar het aansluitpunt 
van het startrelais van de startmotor. Als 
nu de motor wordt gestart zal tegelijkertijd 
met het startrelais van de startmotor ook 
dit nieuwe relais inkomen en R4 kort- 
sluiten tijdens de start. 


Andere bobines 

In principe is het af te raden een wille- 
keurige transistorbobine op de print aante 
sluiten. Gewone bobines kunnen eventu- 








Fig. 21. Alseen onbekende’ bobine wordt ge- 
bruikt moet over T2 een beveiliging worden 
aangebracht, die bestaat uit een serieschake- 
ling van 2 zenerdioden (D2 en D3). 


bobine komt op de plaats van de conven- De aansluitingen bij R4 en R5 komen aan 





















Afb. 19. Op punt 1 van de print komen 2 kabels 
met stekerverbinding. Hiertoe moet een twee- 
lingsteker worden aangebracht die er zo 
uitziet. 


Fig. 20. Als extra startfaciliteit kan een relais 
worden aangebracht, waarvan het maakcon- 
tact R4 tijdens het starten kortsluit. 





startrelais 


en 





BZY 97 


C200 C120 
02 D3 












+ accuspanning via 
startcontact 





punt 1 van print 


punt 15 van bobine 





22 Hobbit 








/ Auto-elektronica | / Rectificatie 


eel wel worden gebruikt, hoewel de resul- 
taten niet zo’n grote verbetering geven, 
m.u.v. de contactpuntlevensduur. 

Omdat bij onbekende bobines niet vast 
staat hoeveel hoogspanning er op T2 
kqmt is een beveiliging noodzakelijk. 
Hiervoor nemen we 2 zenerdioden met 
een spanning van resp. 200 V en 120 V of 
130 V. De Siemens typen BZY97 zijn goed 
bruikbaar. 

De 2 zenerdioden worden op de print ge- 
plaatst bij de aanduidingen D2 en D3 (zie 
fig. 12). Zij die bang zijn dat ook bij de 
besproken transistorontsteking de span- 
ning te hoog kan worden kunnen deze 
dioden eventueel ook plaatsen, zodat T2 
extra wordt beschermd. Noodzakelijk is dit 
niet. De Bosch transistorbobine en voor- 
schakelweerstanden zijn te bestellen bij 
Willem van Rijn B.V. te Amsterdam. Bij 
moeilijkheden met de levering van de 
BUX28 kan eventueel een beroep worden 
gedaan op de fa. Texim in Haaksbergen. 
De overige componentenlevering zal 
meestal geen probleem vormen. 

Besteed wel de nodige tijd en aandacht 
aan de bouw en inbouw van de 
schakeling. 


Componentenlijst bij fig. 9, 12, 13, 14, 
15 en 18. 


weerstanden: 


R1=470 0, 1/4 watt. 

R2=180 0, 1 watt. 

R3=27 0, 33 0, 10 watt. 

R4,R5=0,4 0/0,6 0. Bosch voorschakel- 
weerstand nr. 0227900101. 


condensator: 
C/=0,22 uF/400V, axiaal. 


halfgeleiders: 
T1=TIP30A...C. (of equivalent). 
T2=BUX28. 

D1=1N914,1N4148. 


overige componenten: 

L1/L2=Bosch bobine, type 0221122005. 
1 koellichaam voor TO-3 behuizing (zie 
afb. 13). 

3 boutjes M3x10 mm. 

3 borgringen M3. 

3 moertjes M3. 

4 boutjes M4x10 mm. 

4 moertjes M4. 

4 fastonstekers met schroefgat voor 
printmontage. 

1 faston verloopsteker voor 2 stekeraan- 
sluitingen. 

9 fastonstekers voor kabelmontage. 

ca 2 m geïsoleerd montagedraad 

(2/2 mm?), zie tekst. 

6 zelftappers voor R4/R5 en printbe- 
vestiging. 

4 kunststof afstandsbussen, ca 7/2 mm 
lang. 

eventueel klein beetje giethars (langzaam 
laten uitharden). 

eventueel extra startrelais (zie tekst). 


Rectificatie professionele 
alarmcentrale 4) 


In het vierde deel van de serie ‘professio- 
nele alarmcentrale, de voeding’ dat is ge- 
publiceerd in Hob-bit 1, is een onvolko- 
menheid geslopen, zie fig. 8 op blz. 26. het 
blijkt namelijk dat de mogelijkheid bestaat 
dat de accu schade oploopt indien een 
hogere spanning wordt aangesloten dan 
13,72 volt. Dit is op twee manieren op te 
lossen, zie fig. 1 en 2. 

In fig. 1 is de spanningstabilisator vervan- 
gen door een LM 340/K12. In de massa- 
leiding zijn twee dioden van het type 
1N4005 opgenomen. 


Fig. 1. De eerste mogelijkheid RI 
is om de stabilisator te ver- 
vangen. 

Ir | 


220vA 


Fig. 2. In dit geval worden al- 
leen twee dioden toegevoegd. 
Ir 1 


o 
220v | 


Actueel 


SIPMOS: nieuwe vermogens- 
transistoren 


Siemens Power MOS (SIPMOS) is de be- 
naming voor een nieuwe generatie ver- 
mogenstransistoren, die in het Siemens- 
laboratorium te München-Freimann op 
basis van de MOS-technologie werd 
ontwikkeld. 

De nieuwe MOS-gelijkstroom en wissel- 
stroomschakelaars voor meerdere kilo- 
watts kunnen worden gestuurd door een 
stroompje van niet meer dan 1mA (5 volt). 
Dit lage ingangsniveau maakt het mogelijk 
de 3kW vermogenstransistoren direct te 
sturen door microprocessors/computers 
en andere micro-elektronische 
schakelingen. 

De SIPMOS-transistor is een veldeffect- 
transistor (MOS-FET) en verschilt als zo- 
danig in belangrijke mate t.o.v. de bipo- 
laire transistoren. 

De voornaamste eigenschappen zijn het 
lage stuurvermogen, de hoge vermogens- 


De tweede mogelijkheid is om de originele 
stabilisator, de LM 340/K15, te behouden 
en op het aansluitpunt met de accu twee 
dioden in serie op te nemen (2 x 1N4005). 
Voor deze laatste mogelijkheid behoeft 
geen printverandering te worden ge- 
maakt. Het eenvoudigst is het om de twee 
dioden in serie aan elkaar te solderen (ka- 
thode anode, de kathode wordt geken- 
merkt door een streepje), waarna aan de 
beide nog vrije einden een stukje monta- 
gedraad wordt gesoldeerd. Over het ge- 
heel wordt nu een stukje krimp- of isolatie- 
kous geschoven waarna de accu wordt 
aangesloten. Let wel op de juiste richting, 
daar de dioden slechts naar één kant 
stroom doorlaten. 












versterking, géén second break down en 
de mogelijkheid de SIPMOS-transistoren 
zonder meer parallel te kunnen schake- 
len. De nieuwe SIPMOS-techniek opent 
dan ook geheel nieuwe mogelijkheden in 
de schakeltechniek. 


Hobbit 


23 








ning van 6, o,of soms 1 2 volt. Dat kost dure batitien oe zodra 
er een lichtnet bij de hand i is, het beste kunnen worden ge: paard. ‚Een > 
netadapter is de oplossing, een ganee netvoedì ing en 
apparatuur kan worden ge En 


_Stabilisatie: belangrijk g 6 Referentie- en vergelijking 


Ü he __ De hier beschreven netvoeding is is en Hoe werktn 





sap Vk | E 





_ schakelbaar, is spanninggestabiliseerd d rd de voedin: g? Eigenlijk er eenvoudig. 
en __en kan ook in de auto worden gebruikt os Figuur 1 toont het s hema van een tran- 
Ee de accuspanning omlaag tebrengen. _ sistortrap, waar in de er itterleiding een 
& Dat is nog niet alles, want deze netvoe- — _ zenerdiode D1 is  opgen ‚men. Als de — 
___ding heeft daarnaast kwaliteiten als per- _schakeling goed is gedimensioneerd zal 

_ manent laboratoriumapparaat. D Deuit- over Deen constante spanr ning staan. 














_gangstroom is, afhankelijk vandeextra De basis en emit rvanee transistor vol- 
nl _koellichaamcapaciteit, hen bruikbaar gen elkaar in spar ning, zodat ook de ba- 
zj ne emee, toe. Sisspanning constant zal zijn. | A 
ie Ae ning ligt in« Je praktijk ce ‚700 mV hoger 
__Van belang is dat deze eit Ben _dan die van de emitter. | e spanningstabi- _ 
E __liseerd, of juister: s spann es liteit valt ofs aat met « de kwaliteit van de 
Nr _ Wathoudt dat precies i in? 7 en li 


Door nu, zoals in fig. 


en —= : 


Er: zijn vlas soorten stabilisatie: vande Ee 
Kele hebde van de NE, Bijs stroom- __— 
__stabilisatie varieert de spanning, tarwijde - 
ie tranen blijft. Zo'n voeding heeft 

__ een zeer ho e uitgangsweerstand. =S 
Stroomgestabiliseerde voedingen komen 
niet zoveel voor. 






Dat i is wel het geval met spanninggestabi- 
liseerde voedingen, waarbij de stroom kan 
variëren, terwijl de spanning constant 
b blijft. Deze. methode komt zóveel voor dat, 
Ie als er sprake is van stabilisatie, men stil- 
_zwijgend aanneemt, dat het spanningsta- _ le) 
bilisatie betreft. De kwaliteit van de voe- 
ding i is optimaal als de spanning constant 
blijft, terwijl de stroom varieert. Dat is ook 
__wel logisch, want vrijwel elke op de voe- 
__ding aangesloten belasting vraagt een va- 
riabele stroom. Neem bijvoorbeeld de 
_cassetterecorder. Als de geluidsterkte _ 
___ toeneemt, wordt er meer stroom getrok Ee 
ete Ket Maar van de spanning wordt ver-_ 


Fig. 1. Omdat zenerdiode D1 de emitterspan- 
ning constant houdt, zal look het spannings- 
niveau van de 9 basis constant zijn. Daardoor is 
het mogelijk ook « de PRE kn de 
_handte houden. dm 





___wacht en constant blijft. Natuurlijk __ te brengen r 
___niet1009 constant. Zo’ nvoeding bestaat de handt 
EN Bec: Toch is een zeer goede stabilisatie __Zou deze willer 

_ haalbaar en dit hangt hoofdzakelijk af van van T1 ene dend Ballbctor 


ren. 


___ twee factoren. In « deeersteplaatsisde 
: en refentiespanning belangrijk. Immers, s‚de — 
____constante uitg rl 3: Dn nb | 
| __mee vergeleken moeten wo __spannir kkeli 
_ hoeis deze anders constant! te houden? RB on en Ee nd de laag worden ge 
| _Inde tweed e plaats speelt de uitgangs- — Sj zen, kande basisstr oom van T1 w 
E _weerstand van de voeding een grote rol. _verwaarlo sd. Over rR2 valt de zener- 
5 Hoe lager deze! is, hoe minderde uitgang- — spanning \ j van D1 plus 700 mV van transis 
SE, __spanning varieert als de Mn tor Ti. Ae g slan de geval de stroom 
— zkh wijdt. Is gelijk is isaan die d door R2 (basis- 
rn en =S EE 


eene 


spanning onr idde ijk weer zakt. Weer- 
stand R3 zorgt als het. ware v voor een — 
tegenkoppeling. Daarbij is de colle or 















EE ie 
5 nn mn 





zo'n Spanninggestabiiscer- % 


Je 1is ge- | 
5 daan, ee en koppeling m met de collector aan 


__spannin 





berekenen. Als 



























ed 
Ee 
Ee xs 
ning en de verhouding var | at REE | 
Kn 24E En n Ì 
| Wezen J. 1e Ee 
| | = i {sn 
te EE 5 
EE 
- 5 
% de je ï 
Ee 
EE 
BR: ì me & 
an DE E À 
| iet bs 3 
htge MB 
van een regel e Ae en 

assor aa 
Me 
ade j Ee 
Hetis dusn gende decollectorvanT1 
uit fig. Teomsten. tdoetmenmeest- 
al meteen y emittervo jer, die uit één of _ ES sl 
meer transistoren bestaat. Inonsgevalis 
sir 
Le 
é bn Ee 

/ be f IA Mn ms 
; en vacht 1000/50 r nt 
Op de emitter van hd draa om Br 


nog slechts ts 0,4 mA, eon. Me 
van T1 de stroomvaria ie slechts 8 BEE 
_ Kijk, daar krijge n stabiele j- 




























_stroom An rrd uitgan ar Bs 
ijk. De voeding r nin en Ilie 
Kase HE Er: 


5 hemden T1 ien, 1 AD 
Ene spanning van 4,7 V zodat over 
een sp: ning valt van 4,7 +0,7 — 54 


tmeter. dat geval koiivade 
terwijl S1,P2enP3 


oan I5x54 4= OBV onais AS = 10 
| de voedingsuit vale +Us 
x54= 162Vzin. ij 
hea pa 



















Mi 


an dens 5 


=} ALAN JE 











Fig. 10. Extern heeft de voedingsprint 7 aan- 
sluitpunten. Daarvan zijn de punten 3 en 4 
hetzelfde, evenals 6 en 7. 

De secundaire trafospanning wordt aange- 
sloten op de punten 1 en 2. 


wordt met P1 de spanning op 12 V 
afgeregeld. 


Lagere voedingspanningen 

De schakeling volgens fig. 6 is ook bruik- 
baar voor spanningen onder 6 V. In dat 
geval moet zenerdiode D1 worden ver- 
vangen door een type van bijvoorbeeld 
2,7 V. Met die waarde kan de voeding wor- 
den gebruikt ca. 3,4 V. Als de voeding 
alleen voor lage uitgangspanningen wordt 


Componentenlijst bij fig. 6 en 8: 


weerstanden: 
R1=6800, 0,5 watt 
R2=4,7k0 

P1=10k0, instelpotmeter 
P2=25Kk0, instelpotmeter 
P3=1kQ, instelpotmeter 


condensatoren: 
C1=2200uF/25V, axiaal 
C2=0,14F/MKM 
C3=100u4F/10V, axiaal 
C4=0,14F/MKM 











E pens 
ON 


Nef spanning 
8 






4e) 
P2 


GE! 






9 | 
vd 





gebruikt is het zinloos een secundaire tra- 
fospanning van 15 V aan te houden. 
Neem dan als vuistregel de maximaal ge- 
wenste uitgangspanning, tel daar 6 V bij 
en deel de som door 1,4. De uitkomst geeft 
dan ongeveer de benodigde secundaire 
trafospanning. Is deze niet gangbaar, 
neem dan de eerstvolgende hoger liggen- 
de waarde. 


Uiteraard is de voeding ook wel enigszins 
geschikt voor hogere uitgangspanningen 
dan 12 V. In die gevallen moet de secun- 
daire trafospanning worden verhoogd en 
zal de waarde van P1 moeten worden 
verdubbeld. 


halfgeleiders: 
T1,T3=2N1613,BC140,BC141 
T2=BC107B,BC547B 

T4=2N3055 

G=B40C220, bruggelijkrichter (zie tekst) 


D1=4,7V/250 ... 400mW, zenerdiode 


overige componenten: 
Trl=transformator, primair 220V, secun- 
dair 15V (zie tekst) 

S1 =schakelaar, enkelpolig, 3-standen 

1 printje HB 10 





Fig. 11. En plaats van het parallel schakelen 
van de instelpotmeters P1 t/m P3 is het ook 
mogelijk deze in serie te zetten. Wel moet dan 
een printbaan van P1 naar de voedingsuit- 
gang worden onderbroken voor de nieuwe 
serieschakeling. 


7 printpennen, 1mm rond 

2 boutjes M3x10mm 

2 moertjes M3 

1 klein koellichaam voor 2N3055 (zie 
tekst) 





ERE ENT 





Hobjes is een vraag- en aanbod-rubriek waarin 
abonnees gratis een advertentie kunnen plaat- 
. Opgegeven advertenties 


zich het recht voor om advertenties in te korten 
ofte weigeren. 

DERGE OO EDR oP DTE Gro cven (lg (0) ole) d 
postbus 23, 7400 GA Deventer. 





Aangeboden: 

Legpuzzelversterker 2 x 25 watt stereo, op print, 
half afgebouwd: iets voor knutselaar. Compleet 
met kast (hamerslag), bouwbeschrijving en 
schema's. f 150, Lagzwaauw, De Ruyter- 
straat 76, 1971 BJ IJmuiden (02550) 32258. 


Mengpaneel KCB 78 gebouwd en getest, zon- 
der kast + voeding 24 volt/400 mA + 2 p.u 


voorversterkers f 500. 
Wolmaranstraat 36, 5021 WC Tilburg. 


Highcom ruisonderdrukker (gebouwd) f 145,_; 
mengpaneel 5 kan. stereo met voörafluistering 
f 85, M.v. Loon, Hoendiep 51 

5751 VB Deurne, (04930) 4432. 


ca. 20 jaar oud Sonora bandrecorderdeck, 3 
motoren, 2 snelheden, motorisch in orde. 
Gaarne ruilen tegen Venemix cassettedeck. 
H.J. Mulder, Copernicuslaan 10, 2561 VH 's- 
Gravenhage, (070) 459422. 


Graag zou ik in contact willen komen met ie- 
mand die een bouwpakket videocamera van 
Skiltronics heeft gekocht, dit i.v.m. technische 
problemen. 


E.C. Visser, v. Slingelandtstraat 187, Den Haag, 
(070) 552561. 


Schema van een antenneversterker van een ra- 
dio-ontvanger voor de band VHF en een sche- 
ma van een luchtvaartontvanger. 

Roger Hameleers, Heerdergroenweg 15 
Maastricht, (043) 623372. 


Märklintreinbaan met meerdere locomotieven 
te koop gevraag. Oud of defect geen bezwaar. 
(05200-40140) 

Bouwbeschrijving van een klipschoorn voor een 
luidspreker van 25 . .. 30 cm hoekkast of vrije 
opstelling. J.J. v.d. Velde, T.J. Harkesweg 1, 
8408 CE Lippenhuizen. 


2e hands walkie talkie, bereik + 2 km, moet wel 
werken. Prijs nader overeen te komen. (05285) 
1303 (na 17.00 uur). 


mmm eam ie 


Hobbit 


27 








555 ontmaskerd (1) 


Of: hoe de timer nu eigenlijk werkt 


Het bij de hobbyisten ongetwijfeld meest gebruikte IC is de 555. Dit IC 
wordt tegenwoordig door praktisch alle fabrikanten gemaakt, hoewel Ër 
Signetics de eerste was die het IC uitbracht. De 555 is zo veelzijdig dat hij Ed Er ons ant OrAin 
voor diverse toepassingen kan worden gebruikt. Helaas wordt in bijna dl ounanhsworde gevond. EE 
ieder schema de 555 voorgesteld door een blokje met de | 
aansluitnummers, zodat de beginnende elektronicus eigenlijk niet weet 
hoe de schakeling nu precies werkt. Daarom zullen wij er in dit artikel 
eens wat dieper op in gaan. 





Om u nu niet direct met allerlei dure maken. De minimale uitganspanning is 
termen om het hoofd te slaan zullenwede dan de minimale voedingspanning en dit 
diverse onderdelen dieinwendiginde555 is nul volt. 

zitten ‘ingebakken’ eerste eens gaan be- 





kijken. De twee belangrijkste zijn een Stel nu dat we op de +ingang (of niet 
comparator en een flip/flop. We zullen inverterende ingang) 5 V aansluiten en op 
eerst de comparator onder de loep de — ingang (of inverterende ingang) 2 V. 
nemen. De OpAmp wil dan het verschil verster- Fig. 2. Als we de min-voedingspanning op 
ken, maar zal direct vastlopen tegen zijn GND aansluiten spreken we van asymetrische 
Comparator positieve voedingspanning. Met andere voeding. 
Het Engelse ‘to compare’ betekent ‘ver- woorden: Zolang de +ingang op een 
gelijken’, dat is dan ook precies wat een hoger spanningsniveau ligt dan de 
comparator doet. — ingang zal de uitganspanning gelijk zijn 
Een comparator kan zijnopgebouwd met aande voedingspanning,; is echter de De eigenschappen zijn als volt: 
een OpAmp, een operationele versterker __— ingang hoger dan de +ingang, dan zal Een postitieve spanning op de ‘set'-ingang 
dus. Een comparator is te zien in fig. 1. de uitgang 0 volt zijn. Hieruit blijkt dus dat doet de uitgang positief maken. (Een 
Een eigenschap van een operationele de OpAmp zijn beide ingangen metelkaar positieve spanning duiden we inde digitale 
versterker is, dat deze het verschil vanzijn vergelijkt. Vandaar de naam ‘comparator’. techniek aan met een ‘1’, een spannings- 
beide i ingangspanningen versterkt. Als de niveau van nulvolt duiden we aan met 
versterker niet wordt teruggekoppeld Flip/Flop een 0’. 
heeft hij een zeer hoge versterking. Ditis Een flip/flop (ook wel bistabiele multivi- Als we nu de ‘1’ van de set-ingang afhalen, 
afhankelijk van het type en kan bijvoor- brator genoemd) is eigenlijk een bouw- dan zal de uitgang toch ‘1’ blijven. 
beeld 250 000 zijn. Dit betekent dat alsde steen uit de digitale techniek. De uitgang wordt pas weer ‘0’ als de 


OpAmp wordt gevoed met + 15 volt, een 
ingangspanningsverschil van 60 microvolt 
(1) genoeg is om de versterker geheel uit te 
sturen. (60 microvolt is zestig-miljoenste 
volt). 


Fig. 3. Dit is 5 het inwendige van de 555 timer. r. We zien hier de twee ADEMEN ende 
_flip/ flop. 


BotUr 


Natuurlijk zal de uitgangspanning nooit 
hoger kunnen worden dan de spanning 
waarmee de OpAmp wordt gevoed. Als 
het inganspanningsverschil 2 volt is, wordt 
de uitgang geen 250 000 x 2 = 500 000 
volt. De OpAmp zal dan vastlopen, wat ” ien. | 
betekent dat de uitgangspanning niet o ET 
verder kan stijgen dan de voedingspan- 
ning. 
Een OpAmp kan ook asymmetrisch worden 
gevoed. Dit betekent dat de positieve 
voedingspanning op de +U, wordt aan- 
gesloten, maar de massa (of nulpotenti- 
aal) op de —U, (fig. 2). 


En | 


Dit impliceert tevens dat een negatief 
verschil op de ingang (de — ingang ligt op 
een hoger potentiaal dan de +ingang) 
natuurlijk de uitgang niet negatief kan 








28 Hobbit 


EO 


‘reset’-ingang ‘1’ wordt gemaakt. 

Er ontstaat dus een soort geheugenwer- 
king: Als de set-ingang hoog is geweest 
onthoudt de flip/flop dit, maken we nu 
echter de reset ingang hoog dan belandt hij 
weer in zijn oorspronkelijke toestand. 


We zien dus dat een flip/flop twee stabiele 
toestanden heeft. Dit verklaart tevens de 
naam ‘bi’'stabiele multivibrator. Een flip/ 
flop heeft twee uitgangen. Deze duiden we 
aan met Q en Q. Als we het over 'de 
uitgang’ hebben bedoelen we de Q-uit- 
gang. De Q-uitgang is hier het complement 
van, hij inverteert de Q-uitgang. Als Q dus 
‘T'is, danis Q = 0’; is echter Q = ‘0’ danis 
GIST, 


Wat er zich in dat zwarte huisje bevindt 
De twee belangrijkste onderdelen van de 
555 hebben we nu besproken. We gaan 
nu eens kijken wat we nog meer in het 
inwendige hiervan vinden. Dit is in fig. 3 
weergegeven. We vinden hierin de reeds 
besproken comparators terug. De 555 
heeft er twee. Deze zijn met COMP 1 en 
COMP 2 aangegeven. 

We zien ook dat COMP 1 met zijn inver- 
terende ingang met een weerstandspan- 
ningsdeler is verbonden, terwijl COMP 2 
met zijn niet-inverterende ingang met een 
ander punt hiervan is verbonden. Omdat 
de drie weerstanden gelijk zijn, zal de 
ingang van COMP 1 op 2/3 deel van de 
voedingspanning liggen, terwijl de ingang 
van COMP 2 op 1/3 deel van de voeding- 
spanning ligt. Achter de beide comparators 
is het blokje getekend dat de flip/flop 
voorstelt. Hier zien we de twee ingangen S 
en R voor resp. set en reset. Ook zien we 
de Q-uitgang. Bovendien is een zoge- 
naamde ‘master reset’ naar buiten uitge- 
voerd, waarmee we de flip/flop onafhanke- 
lijk van alle ingangssignalen kunnen 
resetten. 


De Q-uitgang stuurt een inverter. Deze in- 
verter kan een stroom van 200mA leveren, 
ruim voldoende dus voor diverse elektroni- 
catoepassingen. Aan de ingang van de in- 
verter is tevens een transistor gekoppeld. 
Hiervan ligt de emitter aan GND (massa) 
en is de collector naar buiten uitgevoerd. 
Tot slot natuurlijk de voedingsaansluit- 
punten. De +spanning staat bovenaan de 
weerstandspanningsdeler getekend, maar 
is inwendig natuurlijk ook met de diverse 
andere componenten verbonden. 

Dit geldt ook voor de massa (of GND of 
GROUND), welke via aansluitpin 1 naar 
buiten is gebracht. 


Als laatste van onze ‘inwendige rondlei- 
ding’ zien we dat de inverterende ingang 
van COMP 1 ook naar buiten is gebracht, 
zodat we deze spanning uitwendig kun- 
nen laten variëren. In fig. 4 is het aansluit- 
schema van de 555 in 8 pens DIL-omhul- 
ling getekend. Het aanzicht is hier van de 
bovenzijde. 


555 als astabiele multivibrator 

Van een 555 timer is eenvoudig een sta- 
biele blokgolfgenerator te maken. In de 
meeste schema's wordt dit aangegeven 
als in fig. 5. Wij gaan nu aan de hand van 
fig. 6 de werking uitleggen. Als we goed 
kijken zien we dat beide figuren dezelfde 
schakeling voorstellen. 

Stel dat als we de voedingspanning in- 
schakelen de condensator C1 ongeladen 
is. Deze condensator is met de beide nog 
vrije ingangen van de comparators ver- 
bonden. We zien dan al direct dat de uit- 
gang van COMP 1 laag zal zijn, omdat de 
inverterende ingang op een hogere span- 
ning ligt dan de niet-inverterende. 

COMP 2 zal echter een hoog uitgangs- 
niveau hebben, omdat hiervan de niet-in- 
verterende ingang op een hogere span- 
ning ligt dan de inverterende. 

Uit het bovenstaande volgt dat de flip/flop 


Fig. 4. Het aansluitschema van de 555 in 8 
pens DIL-omhulling. 


geset zal zijn. Zijn Q-uitgang zal daarom 
hoog zijn (niet getekend) en zijn Q-uitgang 
daarom automatisch laag. De transistor 
krijgt daarom geen sturing en zal sperren. 
De condensator kan zich nu opladen. De 
uitgang van de timer is hoog (Q wordt door 
de inverter geïnverteerd). 

Het bovenstaande is grafisch weergege- 
ven in fig. 7. We bevinden ons nu op tijdstip to. 
De spanning over de condensator zal toe- 
nemen. Deze wordt opgeladen door R1 en 
R2. Op het tijdstip t: bereikt deze spanning 
een waarde van 1/3 U,. De onderste com- 
parator zal nu omklappen omdat de inver- 
terende ingang op een hoger spannings- 
potentiaal komt dan de niet-inverterende. 
De flip/flop wordt nu niet langer geset, 
maar door de geheugenwerking zal de uit- 
gang niet veranderen. COMP 1 is immers 
niet omgeklapt, dus de flip/flop wordt niet 
gereset. 


Fig. 5. Als een 555 als astabiele wordt ge- 
schakeld volstaat men meestal met dit 
schema. 


Fig. 6. Hoe het IC werkelijk wordt geschakeld is hier te zien. 
De condensator is met beide comparators verbonden. 








Hobbit 


29 


MAchtergronden 


opladen door Rlen R2 


De condensatorspanning zal verder stijgen 
en bereikt op een gegeven moment de 
waarde 2/3 U,. Nu zal ook de bovenste 
comparator omklappen, waardoor zijn uit- 
gang hoog wordt. De flip/flop wordt nu 
gereset en de uitgang hiervan zal omklap- 
pen. Q wordt dus hoog en de uitgang zal 
laag worden. Dit is in fig. 7 op tz te zien. 

De condensatorspanning zou verder willen 
toenemen volgens de stippellijn van fig. 7, 
ware het niet dat gelijk met het omklappen 
van de flip/flop-uitgang de transistor wordt 
opengestuurd. De condensator zal zich nu 
kunnen ontladen via R2 en de collector- 
emitterovergang van T1, waaroverheen 
praktisch nul volt staat. 


De spanning zal nu een verloop hebben 
zoals tussen de tijdstippen tz ents te zien is. 
Ook hier kan de spanning zijn eind- 
waarde niet bereiken. Als de spanning het 
niveau 1/3 U, bereikt zal COMP 2 op- 
nieuw omklappen, waardoor de flip/flop 
geset zal worden en de transistor via de al 
eerder beschreven weg zal sperren. C1 
kan zich weer opladen en het verhaal be- 
gint van voren af aan. 

We zien nu dat de condensatorspanning 
na het inschakelen van de spanning zal 
stijgen tot 1/3 volt, om daarna tussen 1/3 
U, en 2/3 U, te oscilleren. De uitgang van 
het IC zal steeds omklappen tussen 0 V en 
de voedingspanning. Zij nog vermeld dat 
deze voedingspanning tussen 4,5 V en 

16 V mag liggen met als maximale waarde 
18 V. 


Het berekenen van de oplaadtijd 

Als we het voorgaande hebben begrepen 
kunnen we nu de frequentie berekenen. 
Omdat we alles geheel willen behandelen 
en ons niet beperken tot het geven van 
alleen formules, komen we er niet onderuit 
om wat wiskunde toe te passen. Voor de 
lezer die op dit gebied nog niet zo ver is: 
geen probleem. Het hele volgende stuk 
kan dan worden overgeslagen, u kunt dan 
alleen de allerlaatste formuletjes toe pas- 
sen. De lezer die wel wat weet van wis- 
kunde wordt nu echter in de gelegenheid 
gesteld óók eens te begrijpen waar de 
eindformules vandaan komen! 


In fig. 8 is nogmaals de oplaad- en ont- 
laadkromme voor de condensator gete- 
kend. De frequentie van dit signaal is gelijk 
aan dat wat als blokgolf aan de uitgang 
beschikbaar is. We gaan nu eerst bekijken 
hoe groot de oplaadtijd is. 

De gegeven formule voor het opladen van 
een condensator is: U, = û (1-e-vRC). 
Hier is niets griezeligs aan: dit is een vast 
gegeven. Het getal ‘e' stelt hier het grond- 
tal van de natuurlijke logaritme voor. Dit is 
een constante (net zoals bijvoorbeeld 77) 
en heeft een waarde van 2,72. û is de 
maximale condensatorspanning, in dit ge- 
val U,. 

Deze formule geldt echter vanaf de nul; dit 
is bij ons niet van toepassing omdat wij niet 


Uci ontladen door R2 








Die 











hUy eK, 8 
ek 
Uuit 


tg ti in 33 


Fig. 7. We zien hier de condensatorspanning in relatie tot de uitgangspanning. De condensator- 
spanning oscilleert, na het inschakelen, tussen 1/3 en 2/3 deel van de voedingspanning. 


geïnteresseerd zijn in het allereerste tijdje 
vanaf 0 volt (inschakelen) maar in het ver- 
dere verloop. De formule moet dus iets 
aangepast worden. Dit doen we door twee 
onbekenden toe te voegen, de factoren K: 
en Kz. De universele formule wordt nu: 


U, = Ki (1—e-/Rc) + Kz 


We zien dat dit dezelfde formule is als die 
van daarnet, nu is echter de vorige formule 
met K: vermenigvuldigd i.p.v. û en bij deze 
waarde is Kz opgeteld. 

De exacte waarde van K: en Kz weten we 
niet, die gaan we eerst bepalen. Als deze 
bekend zijn hebben we een formule waarin 
alleen Uc en t onbekend zijn. We kunnen 
dan, zoals we straks zullen zien, de op- 
laadtijd van de condensator uitdrukken in R 
en C, die voor een bepaalde schakeling 
bekend zijn. 

We hebben in fig. 8 de tijden to en ts be- 
noemd. De tussenliggende tijd is t. 

We beginnen op to. Uitgaande van de uni- 
versele formule mogen we schrijven: 


1/3 U, = Ki (1—e-t/RC) + Kz 





Omdat to ons uitgangspunt is vertegen- 
woordigt deze een waarde van 0 s. Dit is 
ons beginpunt, er is nog geen tijd ver- 
streken. leder getal tot de macht 0 is 1. Dit 
is ook bij e het geval. Tussen de haakjes 
staat dan 1—1, dit is O. K1: wordt dus met 0 
vermenigvuldigd, de formule die overblijft 
is: 

1/3 U, = Kz of anders geschreven: Kz = 
1/3 U, 


Dit onthouden we even. We kijken nu wat 
er gebeurt als t oneindig wordt. De con- 
densatorspanning zal oplopen tot de 
voedingsspanning U. We krijgen dan 
volgens onze universele formule: 

U, = Ki (1—e-2/RC) + Kz 

Een getal tot de macht — « (oneindig) is 
heel erg klein, theoretisch zelfs nul. Tussen 
de haakjes staat dan 1 —0, dit is 1. K: wordt 
met 1 vermenigvuldigd en blijft dus gewoon 
K1. We houden over: 


v=K1 + Kz 


t wordt oneindig 





Fig. 8. Om de op- en ontlaadtijd te berekenen moeten we twee tijden benoemen: to en ti. De 
tussenliggende tijd moeten we berekenen en noemen we t‚. 


30 


Hobbit 


Te 


Kz was al bekend, die was gelijk aan 1/3 U,. 
Vullen we dit in de bovenstaande formule 
dan krijgen we: 


Ui = Ki + 1/3 U, 


Als we nu K: net als Kz in U, uitdrukken dan 
volgt hieruit: K: = 2/3 U,. 

We weten nu wat Ks en Kz zijn en die vullen 
we in in onze universele formule. Die wordt 
nu dus: 


U, =2/3 U, (1—e-VRC) + 1/3 U, 
nnn mnd mmm, mm” 


Ki K2 


De eerste term van deze vergelijking is een 
vermenigvuldiging. Die gaan we eerst 
uitwerken. De formule wordt dan: 


We hebben nu alleen nog maar de eerste 
vermenigvuldiging uitgewerkt. We zien nu 
dat de eerste en de laatste term samen 
precies U, opleveren: 


2/3 U, 5 1/3 U= ih: 


We krijgen: U, = U, — 2/3 Uy e VPC 

Laten we nu nog eens kijken naar fig. 8. We 
willen de oplaadtijd van de condensator 
weten. Dit is t‚. Omdat to ons beginpunt was 
willen we dus eigenlijk de waarde van t: 
weten. Als we in de figuur kijken dan zien 
we dat de condensator op het tijdstip t: een 
spanningswaarde heeft van 2/3 U. We 
gaan nu deze gegevens invullen in de for- 
mule die we hebben gekregen. We vinden 
dan: 


2/3 U, —_n U, _ 2/3 U, e”t/RC 


In alle termen staat U. Deze mogen we dus 
wegdelen. We zien nu tevens waarom de 
frequentie van de 555 niet afhankelijk is 
van de voedingspanning! Het maakt im- 
mers niet uit wat voor waarde deze heeft 
(binnen de aangegeven grenzen), hij wordt 
gewoon weggedeeld! 


We houden nu over: 
2/3 =1 — 2/3 e t/RC 


Het wordt nu steeds eenvoudiger! We 
hebben nu nog maar één onbekende term. 
Als we de formule verder uitwerken vinden 
we: —1/3 = —2/3 e” t/RC oftewel: 


e” t/RC = 1/2 


Als we nu de macht van e voorop willen 
zetten moeten we van de term achter het 
=teken de inverse van de natuurlijke loga- 
ritme nemen, wiskundig geschreven: In 1/2 
Er staat dus: —t1/RC = In 1/2 

Als we nu het rekenmachientje er bij pak- 
ken en de achterste term uitrekenen vinden 
we: —0,693 


We houden dus over: 
t/RC = —0,693 


Als we t: vooraan schrijven vinden we: t1 = 
0,693 RC. Afgerond: t1 = 0,7 RC. 


Zo, bent u er nog? Waarschijnlijk bent u 
deze formule al eens tegengekomen. Als u 


het verhaal hebt kunnen volgen weet u nu 
hoe men daar eigenlijk aan komt. 

Wat weten we nu eigenlijk? Wel, als de 
waarde van R en C bekend zijn kunnen we 
nu uitrekenen hoelang de condensator 
nodig heeft om zich van 1/3 U, tot 2/3 U, op 
te laden. Deze tijd komt overeen met de tijd 
dat het uitgangssignaal van de 555 hoog 
is (fig. 7). 

Dit is natuurlijk wel leuk, maar we willen de 
frequentie weten! We moeten nu dus ook 
de tijd te weten zien te komen waarin de 
condensator zich ontlaadt. Als we ook deze 
tijd weten en we tellen deze bij de oplaad- 
tijd op die nu bekend is, dan hebben we de 
tijd gevonden die één complete periode 
duurt. Dit heet de periodetijd. Als we deze 
tijd omdraaien vinden we de frequentie. 


Het bepalen van de frequentie 

We zullen u het hele verhaal besparen. 
Voor de doorzetters zullen we nog een tip 
geven: Het ontladen van een condensator 
gaat ook weer volgens een e-macht, de 
gebruikte formule is: U, = û e-vrc. Ook hier 
moeten weer de vermenigvuldigingsfactor 
K1 en de optelfactor Kz worden bepaald. Er 
moet dus weer een universele formule 
worden samengesteld, waarna K: en Kz 
worden bepaald. 


U kiest hier natuurlijk to op de plaats die in 
de vorige voorbeeld t: heette, op het nul- 
tijdstip is de condensator geladen, op het 
oneindige tijdstip is de condensator ont- 
laden (spanning nul). 

Kortom: als u het doorrekent vindt u het- 
zelfde antwoord als in het vorige voorbeeld: 
Uontiaden = 0,7 RC 

De totale periodetijd is nu bekend: dit is de 
oplaadtijd + de ontlaadtijd. Deze mogen 
we echter niet zondermeer optellen. Hier- 
voor moeten we even terug naar fig. 6. We 
zien hier dat de condensator wordt opge- 
laden via de weerstand R1 én R2. 

Voor het bepalen van de oplaadtijd vullen 
we dus deze waarde in, die van de con- 
densator is bekend. We hebben nu de op- 
laadtijd in seconden (mits R in onm en C in 
farad). 


De condensator wordt echter ontladen 
door alleen R2. Voor de ontlaadtijd 
moeten we dus deze weerstand invullen! 
Tellen we de beide tijden op en noemen we 
deze tot dan is de frequentie van de 
blokgolf: 1/tot. 


Tot slot: de eindformuletjes 

Na deze taaie theorie kunnen we de eind- 
formuletjes bepalen. We weten dat de 
condensator wordt opgeladen door de 
weerstanden R: en Rz. De tijd dat de uit- 
gangspanning hoog is wordt gegeven 
door de formule: 


tn = 0,7 (R1 + R2) C 


De condensator wordt ontladen door Rez. 


De tijd dat de uitgang laag is wordt der- 





halve gegeven door de formule: 
t = 0,7 R2C 
De periodetijd t, + t is dus: 


tot paas 0,7 (Ri + R2) C t 0,7 R2 G ns 07 C 
(2R2 + Ri) 


zodat voor de frequentie volgt: 
1 1 1 


fe 


tot 07C (2R2 ij Ri) C (2Rz + R:) 


Deze laatste formule is de eindformule en 
al het voorgaande kunnen we nu vergeten. 
We kunnen met behulp van deze 
formule en een 555 IC met de bijbeho- 
rende externe componenten een stabiele 
blokgolfgenerator maken waarvan we de 
frequentie exact kunnen berekenen, ter- 
wijl de voedingspanning de frequentie niet 
of nauwelijks beïnvloedt. 
De frequentie is met behulp van de ex- 
terne componenten in te stellen tussen 
enkele microseconden en enkele uren. 
In een volgend artikeltje zullen we enkele 
andere mogelijkheden van de 555 
bekijken. 

S. Liefting. 


Kluwer België op nieuw adres 
Vanaf 1 oktober 1980 verhuist Uitgeverij 
Kluwer België, uitgever van onder andere 
dit maandblad, maar ook van Vraag & 
aanbod, Billboard Benelux, Stereo Beeld 
Test, Radio Elektronica, Databus en 
andere, naar een nieuw pand in 
Antwerpen. 


Het nieuwe adres, dat zich slechts op een 
paar honderd meter van het oude bevindt, 
luidt dan als volgt: 

Uitgeverij Kluwer NV, Van Putlei 33, 
2000 Antwerpen. Het telefoonnummer 
031/387986 blijft ongewijzigd. 

Kluwer België behoudt daarmee een 
uiterst gunstige ligging en is gemakkelijk 
bereikbaar vanuit alle hoeken van het land 
via de Jan Van Rijswijcklaan en de 
Singel-Zuid nabij de Autostradering. 





Hobbit 


31 


PHILIPS, 









Met 3 De ouwde 
en 3inschakelbare 


8 ed 
head 





Î 
É 
É 
' 





B 


3 A d ge ee 
8 An SANO , Î k eds EAT 


CORRECTION FLTERS | d ä 
8 587 


DE sil En EN 


ER OE 
oer 


en ) | | ELECTRONIC 


It as FF Or 


EED LDLELOLLDNLDDELODLL LE 


eed ded 
3-AMPLIFIERS 
Keet Eid 


Keek 


DBI DODGE IST EEL NNDDLDDLONDLLLLO LLL DDDDD DODERER EEDE 





wrnnrnrsmeesnnn 


Philips Motional Feedback HiFi boxen AH587. 


Omcirkel no. A5 op de Infokaart. 











PAR nnn ven ve 


PHILIPS 


eindversterkers 


lagetonen-filters. 


De conusbewegingen van de woofer 
ie _worden bij Motional Feedback permanent met de 
snelheid van het licht gecontroleerd en 
gecorrigeerd. 





dad bed) 


Ee | Hierdoor wordt de luidsprekerconus 


ARE 


gedwongen het originele versterkersignaal steeds 
_op de voet te volgen. Door deze unieke aanpak 
_geven Philips MFB boxen met een betrekkelijk 
kleine woofer en veel compactere bouw natuur- 
getrouw laag weer tot 27 Hz. Om deze perfecte 
weergave met een uitzonderlijk krachtige 
dynamiek te realiseren, zijn in deze MFB boxen 
drie afzonderlijke eindversterkers voor lage, 
_midden- en hoge tonen ingebouwd met resp. 50, 
En _ 20 en 5 watt. 
| Dank zij speciale inschakelbare elektro- 
nische filters kunnen de boxen worden aangepast 
aan de soort luisterruimte en hun plaats in die 
ruimte. 

In Philips MFB boxen zit een unieke 
beveiliging gebouwd, die beschermt tegen signaal- 
pieken. Overbelasting is dus onmogelijk. 

MFB boxen kunnen op elke goede stuur- en 
eindversterker worden aangesloten. 

Bruto-adviesprijs f 1.000,-. 


Philips,Vo oruit in geluid. 


Wen bn jn ie 


mvm vn a dS Er Nd rv rd 





4 Mierocomputertechniek 


De microcomputer, 
Bit voor Bit (5) 








In het tweede deel hebben we gezien dat een microprocessor meer kan 
dan alleen maar rekenen. Het gebeurt wel allemaal stap voor stap maar 
akelig snel. We gaan nu eens achter de schermen in de keuken kijken. 


Proces 

Tijdens onze rondvlucht over het land van 
de microcomputers hebben we kunnen 
vaststellen dat het er wat anders uitziet 
dan de woorden en uitdrukkingen uit na- 
slagwerken ons willen laten geloven. 
Voor onze landing in computerland willen 
we toch nog twee dingen kwijt. Eerst iets 
over de begrippen ‘processor’ en ‘pro- 
cesbesturing’. Ook een micro-computer 
wordt bestuurd door een processor, al is 
het dan ook een kleine. Het woord proces 
moeten we hier niet als een rechtszaak 
beschouwen. Technici verstaan onder 
een proces iets anders. Een proces is het 
besturen of doen verlopen van een aantal 
stappen achter elkaar, met hier en daar 
een keuzemogelijkheid om het iets anders 
te laten verlopen. 

Als we over een proces spreken behoe- 
ven we niet direct te denken aan iets wat in 
een staalfabriek plaats vindt, zoals de fa- 
bricage van grote blokken staal of het wal- 
sen van stalen platen. 


Ook de besturing van een modelspoor- 
baan is een soort proces. De toepassing 
van een microcomputer kan dan heel in- 
teressant zijn. Het fundamentele van een 
microcomputer is dat de verschillende in- 
gangssignalen worden gelezen en vol- 
gens de opgeslagen opdrachten worden 
verwerkt tot stuursignalen die de micro- 
computer weer verlaten, zoals dat in fig. 1 
is weergegeven. 


ingangs-informatie 


microcomputer 





boodschappen en 
stuursignalen 


Fig. 1. De microcomputer bewerkt en sorteert 
de ingangssignalen tot de gewenste bood- 
schappen en stuursignalen. 


Hier zien we een wezenlijk verschil met 
een rekenapparaat, dat alleen maar ge- 
tallen als resultaat kan opleveren. 

We moeten niet gaan praten over een 
‘micro-rekentuig’ of iets dergelijks als we 
werkelijk met een microprocessor of een 
microcomputer te maken hebben. Voor 
een rekenapparaat zijn dit allemaal te 
dure woorden, zo’n apparaat kun je al 
voor pak weg f 20, in de winkel kopen. 
Volledigheidshalve moeten we hier nog 
iets aan toe voegen. Tot nu toe hebben we 
een microprocessor als een enkele geïn- 
tegreerde schakeling (IC) beschouwd, die 
samen met nog wat bouwstenen een vol- 
waardige microcomputer oplevert. 

Daar hoort nog iets bij, dat tenminste niet 
onbekend dient te blijven. De onverdroten 
speurzin van fabrikanten van halfgelei- 
ders levert telkens weer nieuwe creaties. 
Zo ontstond ook de zogenaamde micro- 
computer op één chip. Deze worden 
meestal in een behuizing met 40 pootjes 
gestopt. Naast de centrale verwerkings- 
eenheid bezitten deze IC's ook de com- 
plete ROM en RAM geheugens en boven- 
dien ook de elektronica voor het ver- 
werken van de opdrachten en de bood- 
schappen (in- en uitvoergegevens). Aan 
de functies is dan ook niets veranderd, ze 
zijn alleen bij elkaar gevoegd op één 
plaatje silicium. Op de verschillende func- 
ties van het blokschema komen we later 
nog terug. 


De computer uit elkaar gehaald 

In dit deel gaan we dus achter de coulis- 
sen kijken om te bestuderen wat daar is 
ingebouwd. 

We gaan elk onderdeel apart bekijken en 
wel zodanig dat we stap voor stap de wer- 
king onder de knie krijgen. We zullen ech- 
ter proberen te vermijden om elk detail 
plompverloren aan te kondigen en dan 
trachten dit heel ingewikkeld te verklaren. 
Dat raak je het namelijk nog sneller kwijt 
dan dat je het gelezen hebt. 


Het lijkt ons verstandiger om stap voor 
stap elke functie aan te pakken en die tot 
een geheel samen te voegen. Om het al- 
lemaal begrijpelijk te houden doen we dit 
aan de hand van een voorbeeld, want al- 
leen maar theorie maakt het ook weer 
moeilijk. We gaan dan ook door op de 


ingeslagen weg, maar het is wel zaak om 
de ogen wijd open te houden want wat we 
gaan uitleggen is kenmerkend voor het 
oplossen van gerezen problemen. Als je 
later met je eigen computer bepaalde pro- 
blemen wilt oplossen, kun je dat op de- 
zelfde wijze doen als hierna wordt verteld. 


Bits en bytes 

Voordat we verder gaan, eerst nog een 
paar principiële zaken. We moeten ons 
realiseren dat er in een microcomputer 
niets anders gebeurt dan het snel heen en 
weer schuiven van een aantal logische 
toestanden. Uit de serie ‘Begrijpelijke 
Logica’, die vorig jaar is gepubliceerd 
weten we dat dit een logische 0, een lo- 
gische 1 of een hoogohmige toestand is, 
waarbij de betreffende uitgang niet wordt 
geactiveerd. 

De computer verwerkt niet slechts bitje- 
voor-bitje, maar telkens een groepje bits. 
Meestal ligt het aantal vast en deze bits 
worden parallel verwerkt. Zo'n groep bits 
noemen we een woord. 

Er zijn microprocessoren die verschillen- 
de woordlengten kunnen verwerken, 
maar het meest bekend is toch wel die met 
een 8-bits woord. 

Men heeft voor zo’n 8-bits woord een a- 
parte benaming ingevoerd, de byte. 

Als we dit woord tegen komen weten we 
per definitie dat daar altijd 8 bits in ver- 
scholen zitten. In fig. 2 is dit in beeld ge- 
bracht. Wij bouwen ons verhaal ook op 
rond microprocessors met woorden van 8 
bits. We moeten ons dan realiseren dat je 
altijd met 8 bits tegelijkertijd moet werken. 
Je kunt er niet één bijvoegen of afhalen. 
Dat betekent bij voorbeeld dat als je één 
bit bij de uitgang nodig hebt om een lampje 
te laten branden, er zeven bits voor nop- 
pes meegaan. Dat lijkt op het eerste ge- 
zicht een verspilling van geheugenruimte, 
maar we zullen later zien dat dit enorm 
meevalt. Het gebruik van deze vaste 
woordstructuur heeft veel voordelen en de 
verspilling van enkele bits valt daarbij in 
het niet. 


bit-nr 


ejstsjedepejnje 


8 bits-woord =| byte 


Fig. 2. Een 8-bits woord wordt een byte 
genoemd. 





34 


Hobbit 








Microcomputertechniek 


De eerste vraag die we nu kunnen stellen 
is, of in een 8 bits processor de opdrach- 
ten ook 8 bits lang moeten zijn. In principe 
is dat wel het geval, maar dan wel op een 
speciale manier. In de praktijk betekent dit 
dikwijls dat een opdracht niet 

slechts uit één 8-bits-woord bestaat, maar 
uit twee of drie. De centrale verwerkings- 
eenheid bekijkt in zo’n geval twee of drie 
bytes tegelijkertijd om te kunnen uit- 
zoeken welke opdracht is gegeven. De 
reden ligt eigenlijk voor de hand. Wanneer 
alle acht bits van een woord met 0 en 1 
worden gevuld, kan zo’n woord 256 mo- 
gelijkheden bevatten. Dit aantal is echter 
voor veel toepassingen niet voldoende en 
daarom moet er een tweede of derde 
woord volgen. 

Voor een eerste begrip is dit wel duidelijk, 
maar we kunnen nu al vast vertellen dat er 
nog wat meer achter steekt. De praktische 
organisatie van dit getallenspel zullen we 
toelichten als dat nodig is. 


Bytes wonen in wolkenkrabbers 

In het begin van deze serie hebben we 
gelezen dat een computer meerdere ge- 
heugens heeft om programma-instructie, 
opdrachten en getal-informaties in op te 
slaan. 

Omdat vrijwel alle informatie in deze 8-bits 
verpakkingen wordt verwerkt, zijn de ge- 
heugens daar ook op aangepast. 

Dat heeft tot gevolg dat we een compleet 
8-bits-woord in één keer in zo’n geheugen 
kunnen schuiven of daar weer uithalen. 
Om drie woorden te kunnen opslaan of 
teruglezen moet ook drie keer de inlees- 
of uitleesprocedure worden uitgevoerd. In 
fig. 3 hebben we een geheugen als een 
wolkenkrabber voorgesteld. Op elke ver- 
dieping kunnen 8 bits wonen. Zo'n ver- 
dieping noemen we bij een computer een 
geheugenplaats. Ondanks het enkelvoud 
van een geheugenplaats vinden we daar 
dus toch 8 afzonderlijke bits. Dit laatste 
principe moeten we goed in onze herse- 
nen opslaan, want het komt regelmatig 
terug in de beschrijvingen betreffende 
computers. Daar komt nog een begrip bij 





























Fig. 3. De informatie wordt per 8 bits in een 
geheugenplaats opgeslagen. De plaatsen zijn 
doorlopend genummerd. 


dat we nu willen bekijken. Wanneer we 
informaties willen opslaan of teruglezen, 
zullen we duidelijk moeten aangeven 
waar dit zal moeten gebeuren. Bij het 
voorbeeld van de wolkenkrabber zouden 
we eenvoudig kunnen zeggen: Haal of 
breng het naar de 37e verdieping. Er is 
ook nog een aardig voorbeeld uit de mili- 
taire dienst. 

Vroeger had je kamers waar 8 soldaten 
een onderkomen hadden. Wanneer de 
sergeant dan brulde: ‘kamer 17 aan- 
treden’, dan stond niet kamer 17 voor zijn 
neus, maar de 8 soldaten schaarden zich 
netjes in het gelid. En als de sergeant dan 
weer riep: ‘kamer 17, ingerukt’, dan 
gingen die 8 soldaten weer terug naar 
kamer 17. 

Of we dit nog leuk vinden, of dat we 
denken op grond hiervan dienstweigeraar 
te moeten worden, laten we hier in het 
midden. Het gaat om het principe van de 
methode, die erg goed bij de uitleg van de 
computer past. Immers: de opdracht wordt 
aan kamer 17 gegeven, maar dat is 
slechts een niets terugzeggende ruimte, 
die ook nooit iets zal kunnen verstaan. In 
werkelijkheid vinden 8 jongens hier hun 
onderkomen die we herkenbaar maken 
door hun kamernummer te noemen. We 
roepen dus het adres en we krijgen de 
inhoud. Volledigheidshalve moeten we 
hier vaststellen dat het kamernummer 
(adres) en de bewoners (informatie) niets 
met elkaar gemeen hebben. We kunnen 
immers ook nieuwe bewoners in die ka- 
mer stoppen. 

Zo kunnen in een wolkenkrabber erg hoge 
nummers van een verdieping voorkomen, 
waar ook maar 8 bewoners zijn. Het 
adresnummer heeft dus niets met de op- 
geslagen informatie te maken. 


Dit is een belangrijk principe van het ge- 
heugen in een computer, en dat moeten 
we zeker niet vergeten. Zo wordt in een 
computer ook een adres opgegeven waar 
de informatie moeten worden opge- 
slagen. Deze opdracht gaat dan nog ver- 
gezeld van een mededeling ‘aantreden’ of 
‘ingerukt’. In computertechniek betekent 
dit dat de informatie moet worden uitge- 
lezen of moet worden opgeslagen (of 
vastgelegd). Het opslaan van gegevens 
kan natuurlijk alleen maar bij een RAM, 
zoals in fig. 4 is getekend. 

De inwoners van een ROM moeten we 
meer beschouwen als bewoners die daar 
levenslang willen blijven wonen. Die kan 
de sergeant zelfs met verschrikkelijk hard 
brullen niet vervangen. 

Een geheugen moet naast het adres dus 
ook een mededeling omtrent de over- 
drachtsrichting (uitlezen of vastleggen) 
krijgen. Daar heeft een geheugen een 
aparte toevoerleiding voor, die meestal 
met de naam ‘R/W-signaal’ wordt aange- 
geven. Deze afkorting vinden we als een 
standaard over vrijwel de gehele wereld. 
De R staat voor‘read’, wat Engels is voor 


adressen uitlezen adressen inlezen 


RAM RAM 


data data 


Fig. 4. Afgezien van de adressering moet ook 
via de ‘read’ of ‘write’ lijn aan het geheugen 
worden opgegeven of de informatie moet 
worden in- of uitgelezen. 


uitlezen, en de W behoort bij ‘write’, wat 
schrijven (inschrijven, vastleggen) 
betekent. 


Met de bus door de computer 

In het voorgaande hoofdstuk hebben we 
gezien dat een adres aan het geheugen 
bekend moet worden gemaakt en dat de 
gegevens daar heen moet worden ge- 
transporteerd. 

Hoe dat zou moeten gebeuren hebben we 
in het midden gelaten. Als we in het vol- 
gende over transport van informatie 
spreken, dan wordt daar altijd een 8-bits 
woord mee bedoeld. Als we deze in een 
computersysteem heen en weer willen 
schuiven hebben we altijd acht aparte 
leidingen of sporen nodig. Die kunnen we 
ook werkelijk op de printplaat onder- 
scheiden. 


Om elke eenheid, zoals RAM, ROM, cen- 
trale verwerkingseenheid (CPU), ingang 
en uitgang onderling met telkens acht 
dradente verbinden zou enorm veel ruim- 
te op de printplaat vragen. Anderszijds 
heeft een CPU maar 40 pootjes en daar 
kan niet een willekeurig aantal aansluitin- 
gen op worden gemaakt. 

Dit ‘tekort’ aan pootjes heeft tot een op- 
lossing geleid die in vrijwel alle computer- 
systemen wordt gebruikt. Men gebruikt 
één stel van 8 geleiders die langs alle 
eenheden lopen die informatie moeten 
gebruiken of ontvangen. 

Omdat deze leidingen alle ‘halten’ aan- 
doen, heeft men deze structuur de ‘bus- 
lijnen’ genoemd. In het Engels vinden we 
dit onder de naam databus. Net zoals het 
woord autobus vindt ook databus zijn oor- 
sprong in het latijnse woord omnibus, wat 
zoveel als ‘dienstig aan allen’ betekent 
(fig. 5). 

We zouden dan ook rustig het woord mi- 
crocomputerbus kunnen gebruiken, 
waarbij het aan een ieder wordt vrijgelaten 
om het woord bus op zijn Nederlands of 





Hobbit 


35 


A Mierocomputertechniek 


Engels uit te spreken. 

Busleidingen worden meestal als dikke 
leidingen getekend, om daarmee aan te 
geven dat in een soort holle buis meerdere 
leidingen opgeborgen zijn. Met een pijl 
wordt de richting van het transport aan- 
gegeven. Aangezien de informatie meest- 
al twee kanten uit moet kunnen gaan, zijn 
de meeste buslijnen ook bi-directioneel. 
Dit wordt dan aangegeven met aan weers- 
zijden van de buslijn een pijl. 


Om te voorkomen dat elke eenheid zijn 
informatie op ongewenste tijdstippen de 
lijn opstuurt, zal de CPU hier een regelen- 
de werking moeten hebben. Dit wordt in 
principe bereikt door elke eenheid in de 
CPU een bepaald adressenbestandtoe te 
kennen. Ontvangt de CPU een adres dat 
in dit bereik valt, dan zal de CPU het ge- 
bruik van de betreffende eenheid vrij- 
geven. In het andere geval zal deze een- 
heid als passieve toeschouwer bij de bus- 
lijn blijven staan. De adressering van al 
die eenheden wordt reeds bij het ontwerp 
van de computer bepaald en vastgelegd in 
een ROM. Deze kan gedurende het leven 
van de computer niet meer worden ge- 
wijzigd. 

Het adresseren geschiedt ook bit-parallel 
(dus per woord van 8 bits) via een adres- 
bus. Zo'n adresbus voert dus ook langs 
alle eenheden. Elke eenheid zal pas actief 
worden als de adresbus informatie voert 
waarbij de betreffende eenheid zich voelt 
aangesproken. We zullen eens een voor- 
beeld bekijken. 

We nemen aan dat de ROM zich aange- 
sproken voelt bij de adressen 0... 4000 
en de RAM de adressen 4001 . . . 5000 in 
de microcomputer toegewezen heeft ge- 
kregen. 

Als het adres 4711 op de adresbus ver- 


Fig. 5. Voor informatie (data) en adressen zijn 
afzonderlijke leidingen die langs alle een- 
heden gaan. 


in/uitvoer 
kanalen 


| 








adresbus 





schrijf [lees 
controlesignaal 


R/W 





RAM 


reageert op adressen tussen 4001---5000 









huisnummer 8 bit inhoud 


inhoud van 4711 


Fig. 6. Door aanspreken van een adres kan 
men over de inhoud hiervan beschikken. 


schijnt zal automatisch de RAM worden 
geactiveerd en de ROM reageert niet. De 
geheugenplaats met nummer 4711 
wordt dus aangesproken en afhankelijk 
van het R/W-signaal zal daar informatie 
kunnen worden opgeslagen of uitgelezen. 
(fig. 6). Het transport van informatie vindt 
nu plaats tussen het geheugen en de 
databus (buslijn). 

Als het R/W-signaal op W (schrijven) 
staat gaat de informatie op de databus 
naar het geheugen, bij het uitlezen gaat 
de informatie uit het geadresseerde ge- 
heugen naar de databus. 

Uit de figuren 5 en 6 volgt, dat de adres- 


adresbus 


databus 





informatie via de adresbus slechts in één 
richting vloeit. We zien dat ook dat er maar 
één plaats is die adressen uitgeeft en 
wegstuurt. De CPU heeft het hierbij voor 
het zeggen. 


We komen nog even op de omvang van de 
adresbus terug. In principe kan ook hier 
gebruik worden gemaakt van 8 bits brede 
woorden, wat dan tegelijkertijd inhoudt, 
dat we tot 256 adressen in het geheugen 
zijn beperkt, immers met 8 bits (nullen en 
énen) kunnen 256 verschillende moge- 
lijkheden worden gecreëerd. 

Maar een geheugen met 256 plaatsen 
voor 256 bytes kunnen we vergelijken met 
een sportauto die een benzinetank heeft 
waar maar vijf liter benzine in kan. 

Het is overigens niet zo moeilijk om vast te 
stellen hoeveel adresbits nodig zijn. Als 
we bijvoorbeeld een breedte nemen van 
twee woorden, dus 16 bits, kunnen we 
bepalen hoeveel adresseerbare geheu- 
genplaatsen we kunnen bereiken. Als 8 
bits een aantal van 256 plaatsen oplevert, 
heeft 16 niet slechts het dubbele aantal tot 
gevolg maar het kwadraat van 256 dus 
65536. 

Dit kwadraat kan als volgt worden ver- 
klaard: In het tientallig stelsel met twee 
plaatsen honderd mogelijkheden worden 
weergegeven, namelijk van 00... 99. Als 
we het aantal plaatsen verdubbelen geeft 
dat plotseling 10 000 mogelijkheden en 
wel van 0000 . .. 9999 en dat is het kwa- 
draat van honderd. 


Een kilo bits 

In een geheugen van 65536 adresseer- 
bare plaatsen kan heel wat informatie 
worden opgeslagen. In sportwagen- 
termen zouden we zeggen dat de ben- 
zinetank nu voldoende groot is. 

Omdat zo’n 16-bits adresbus gemakkelijk 
te realiseren is met behulp van twee maal 
8-bitswoorden zijn de meeste 8-bits mi- 
croprocessoren uitgerust met een 16-bits 
adresbus. 

Het is dan ook juist om vast te stellen dat 
van de 40 pootjes van de microprocessor 
8 worden ingenomen voor de databus en 
16 voor de adresbus. Elk merk heeft nog 
een paar speciale uitvoeringen, maar in 
principe werken alle microprocessoren op 
deze wijze. 

We gaan nu nog wat met getallen spelen. 
Als we het getal vijfenzestigduizendvijf- 
honderdzesendertig uitspreken voelen we 
allemaal de behoefte dit wat korter te kun- 
nen zeggen. Op grond van ons tientallig 
stelsel vinden we dit bedrag nog al wille- 
keurig. De binaire computer denkt daar 
anders over. Die vindt 2'6 een uitstekend 
afgerond getal. Hoe lossen we dit soort 
problemen meestal op? Wel, door een 
compromis. In dit geval tussen mens en 
computer. 

Het uitgangspunt is dat 219 = 1024 en dat 
ligt dicht bij 1000. Als we dit getal zien 
vinden we een heleboel aanknopings- 





36 


Hobbit 


A Microcomputertechniek 


punten. 1000 meter wordt dan 1 kilometer 
en 1 000 000 ohm worden dan 

1000 x 1000 ohm is 1 Mega-ohm. Omdat 
1024 dicht bij het ons vertrouwde 1 000 ligt 
is er iemand op het slimme idee gekomen 
om 1024 met een hoofdletter K af te kor- 
ten. En toen werd er een probleempje ge- 
ïntroduceerd dat zich van generatie tot 
generatie voortplant. 


De aanduiding 1 K betekent niet 1000 
maar 1024! 


Dit moeten we goed onthouden en we ge- 
bruiken het als een getal waarvan ook 
veelvouden en breuken bestaan. Het 
wordt dan ook als gewoon ervaren dat een 
halve K (0,5 K) het getal 512 betekent en 4 
K is dan 4096, want 4 x 1024 geeft nu 
eenmaal dit getal. Bij 65 536 wordt het 
toch wat moeilijker en daar begint ook ei- 
genlijk het eerder genoemde probleem- 
pje. Want het ligt nu o zo voor de hand om 
dit getal met 65 K aan te geven, en dat is 
niet juist! Hier speelt de gemakzucht, de 
reclame, en misschien ook wel om in het 
spraakgebruik minder problemen te heb- 
ben. Want nu wordt het getal 65 536 ver- 
vormd tot 65 K zijnde 65 x 1024, daar komt 
toch werkelijk geen 65 536 uit! En toch 
blijft men dit hardnekkig als 65 K aan- 
duiden. Onthoudt dus dat 65 536 = 64 K. 
Het zal wel altijd een omstreden vraag 
blijven waar die hoofdletter K in dit gebruik 
vandaan is gekomen. Het is onnodig en 
onmogelijk om hier nog iets aan bij te 
moeten dragen, maar het lijkt er toch wel 
wat op dat die K iets met de ons bekende 
‘kilo’ te maken heeft. Maar we weten dat 
kilo met een kleine k wordt afgekort en dat 
de grote K hier voor 1024 staat. 

1024 wat? Eieren? Knopen? Bits? Ja, dat 
hangt er van af. wat je er zelf aan toekent. 
Want als we 1K zonder meer zeggen heeft 
dat net zoveel betekenis als milli. Daar 
ontbreekt ook de eenheid. Het is in de 
computerwereld gebruikelijk om de groot- 
te van het geheugen in veelvouden of on- 
derdelen van K aan te geven. En dan heeft 


Fig. 7. Blokschema van een eenvoudige 
telefooncomputer. 


geheugen 


in /uitvoer 


het meestal betrekking op het aantal 
woorden dat in het geheugen past. Als we 
een microcomputer hebben met 8 bits ' 
woorden en we geven aan dat een ge- 
heugen van 1K beschikbaar is, dan be- 
doelen we daarmee dat 1024 woorden 
van elk 8 bits of te wel 1024 bytes = 
1Kbytes kunnen worden gebruikt. 

Deze grootheid wordt in de computer- 
wereld gebruikt om de capaciteit van het 
geheugen en daarmee van de computer 
zelf aan te geven. Het heeft een zelfde 
soort betekenis als de kilowatts die de 
motor van de auto karakteriseren. 

Maar ook hier is van toepassing dat het 
goede gebruik van weinig dikwijls beter is 
dan een slecht gebruik van veel. 


Een mu-pee gaat opbellen 

Het lijkter nu op of we iets met de muppet- 
show gaan doen, maar we hebben niets 
anders gedaan dan de gebruikelijke af- 
korting uP, zoals microprocessoren dik- 
wijls worden aangegeven, in een klank- 
vorm te noemen. 

We willen een mupee nu wel eens in een 
praktische toepassing zien. Dat moet dan 
niet iets zijn waar we geen raad mee 
weten. We moeten er iets zinnigs mee 
kunnen gaan doen. 

We gaan zoeken naar een toepassing die 
ons in het dagelijks leven wat meer gemak 
kan brengen. Laten we maar eens naar de 
telefoon kijken. En niet alleen kijken, maar 
ons ook realiseren wat een omslachtig 
gedoe het is om met behulp van een kies- 
schijf volgens PT T-voorschrift een num- 
mer te draaien. 

Eerst een nul draaien met een aantal cij- 
fers daarachter en dan een poosje wach- 
ten voordat je verder mag gaan. Het terug- 
draaien van de schijf rustig afwachten 
want anders kan de centrale het niet vol- 
gen. En mocht je bij het voorlaatste cijfer 
een vergissing maken dan mag je hele- 
maal opnieuw beginnen. Het zou ons niet 
verbazen dat 35% van de maagzweren 
door dit soort perikelen verergerd wordt. 
Een moderne mogelijkheid die we ons 
voor de geest kunnen halen bestaat hier- 
uit, dat we een gebloemd kaartje met 


key board 


kanalen 


centrale 
eenheid 


abonneelijn 





adres en telefoonnummer van de tegen- 
spreker uit de kaartenbak halen en in een 
gleuf van een telefooncomputer stoppen. 
De computer leest het nummer en maakt 
bovendien de verbinding, zodat we verlost 
zijn van het draaien met de kiesschijf. 
We maken geen fouten meer en kunnen 
ons op het gesprek voorbereiden. Het 
komt ons voor dat we hier een geweldig 
voorbeeld hebben waar een microproces- 
sor kan worden gebruikt. Mocht je na deze 
overdenking van mening zijn dat dit soort 
toepassingen overbodig zijn, dan wagen 
we de veronderstelling dat je technisch 
achterloopt. Want als alle mensen zo 
dachten of hadden gedacht, dan leefden 
we vermoedelijk nog rond een houtvuurtje 
in een hol. In fig. 7 zien we dat er nogal wat 
apparatuur nodig is om een telefooncom- 
puter te realiseren. We zien een display, 
een toetsenbord (of keyboard) en een ge- 
heugen. In computertaal noemen we dit 
randapparatuur, in het Engels 
‘Pheriperals’. De taak van de computer in 
dit voorbeeld is om de getallen, die eerst 
via het keyboard in het geheugen waren 
gebracht, uitte lezen, op het display zicht- 
baar te maken en daarna de gewenste 
verbinding te maken door een aantal pul- 
sen op de telefoonlijn te genereren. 

Dit brengt, behalve de genoemde hard- 
ware (randapparatuur) ook een brok soft- 
ware (programmatuur) met zich mee, 
waar we op dit moment nog niet zo diep op 


in gaan. (wordt vervolgd) 


SEEN 


Cassetterecorders 

De bezitters van cassetterecorders die 
wat meer willen weten over hun recorder 
of deck kunnen in het boek ‘cassettere- 
corders’ van Hans Goddijn een globale 
indruk krijgen van hun apparaat. 

Het boek gaat niet diep op technische de- 
tails in maar verklaart het principe van 
magnetische geluidsregistratie, het fabri- 
cageproces van geluidsband en cassettes 
en de opbouw hiervan. Verder worden de 
mogelijkheden van cassettedecks be- 
sproken en komen de verschillende ruis- 
onderdrukkingssystemen aan de orde. 
Ook wordt het een en ander verteld over 
de nieuwe technieken die momenteel in 
cassette-apparatuur worden toegepast, 
zoals bij voorbeeld de microprocessor en 
de ‘oplichtende’ uitsturingsmeters. De 
nieuwste registratietechniek, de Puls 
Code Modulatie wordt ook niet vergeten. 
Tenslotte wordt gesproken over het on- 
derhoud van cassette-apparaten om 
optimale prestaties te kunnen 
handhaven. 


Uitgever: Kluwer Technische Boeken, 
Schrijver: Hans Goddijn, 

Omvang: 133 pag. 

Prijs: f 24,50. 





Hobbit 


37 


Minteressante camponenten 











melder 


Een geintegreerde 
vloeistof-niveau- 





Het monolitische bipolaire IC LM 1830 bevat alle voor de bouw van een 
vloeistof-niveaumelder benodigde elementen. Met dit element kunnen 
dan ook schakelingen worden opgebouwd voor het bewaken van 
geleidende vloeistoffen. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt 
tussen de toestanden ‘vloeistof aanwezig’, ‘vloeistof niet aanwezig’ en 


‘niveau’. 

De schakeling werkt met twee voelerelek- 
troden waarop een door het IC opgewekte 
wisselspanning wordt aangelegd, en wel 
een wisselspanning om galvanische bij- 
verschijnselen te voorkomen. Een com- 
parator-(vergelijkings)schakeling verge- 
lijkt de weerstand van de vloeistof met een 
interne weerstand. 

Verschillen de beide weerstanden, dan 
start een interne oscillator die een toon- 
signaal opwekt, afhankelijk van het weer- 
standverschil. Deze toonfrequentie kan 
bijvoorbeeld aan een luidspreker worden 
toegevoerd. Figuur 1 geeft het principe- 
schema van het IC. 


Akoestische of optische melding 

In fig. 2 is de schakeling van een dergelijke 
akoestische niveaumelder geschetst. De 
frequentie van het toonsignaal wordt met 
behulp van de condensator tussen pen 1 
en pen 7 van het IC extern ingesteld. Om- 
dat het IC geen hoge uitgangstroom kan 
leveren mag uitsluitend een hoogohmige 
luidspreker van meer dan 40 ohm via een 
externe serieweerstand worden aange- 
sloten. In plaats van de luidspreker kan, 
als met een lage frequentie wordt gewerkt, 


Fig. 1. Principeschema van de vloeistofni- 


veaumelder LM 1830. 





ook een LED worden aangesloten. Aan de 
hand van de frequentie waarmee de LED 
knippert kan dan het vloeistofniveau 
worden bepaald. Figuur 3 geeft de scha- 
keling hiervan. 

De schakeling in fig. 4 dient om afhankelijk 
van het vloeistofniveau een relais te scha- 
kelen. Om klapperen van het relais te 
voorkomen is intern een filterschakeling 
met een externe elco opgenomen waar- 
mee het detectorsignaal wordt afgevlakt. 
Een dergelijke schakeling kan er bijvoor- 
beeld voor zorgen dat verdampte vloeistof 
wordt aangevuld of dat bij een te hoog 
niveau een pomp wordt ingeschakeld enz. 
Door de verschillen in geleidbaarheid van 
uiteenlopende vloeistoffen, maar vooral 
bij vloeistoffen met verschillende concen- 
traties, kan het noodzakelijk blijken een 
externe referentieweerstand aan te slui- 
ten. Zoals in fig. 5 is aangegeven wordt 
deze externe referentieweerstand in serie 
met een condensator tussen de pennen 5 
en 10 van het IC aangesloten. Voordat 
men overigens vergeefse pogingen gaat 
ondernemen om het peil van niet-gelei- 
dende vloeistoffen te bepalen volgen hier 
enkele van die vloeistoffen: zuiver water, 
benzine, olie, remvloeistof, alcohol, ethyl- 
glycol, paraffine en whisky. 


Enkele toepassingen 

Bijzonder interessante toepassingen wor- 
den met dit IC mogelijk door op de beide 
aansluitingen voor de elektroden een fo- 
totransistor, een fotoweerstand of een 
NTC- of PTC-weerstand aan te sluiten. In 
fig. 6 is aangegeven hoe deze componen- 
ten moeten worden aangesloten. 


+ Ugo 







oscillator- 
uitgang 


elektrode 


Fig. 2. Schakeling van de akoestische 
niveaumelder. 


De uitgang van het IC wordt geactiveerd 
zodra R‚ = 0,3 Xx Reet. Rrer is de interne 
referentieweerstand en heeft een waarde 
van 13 k). Een interessante mogelijkheid, 
die uitsluitend voor testdoeleinden be- 
doeld is, is dat de toestanden van de 
schakeling op eenvoudige wijze kun- 

nen worden gecontroleerd door, zoals 
fig. 7 laat zien, een potentiometer tussen 


Fig. 3. Niveaumelder met optische indicatie 
d.m.v. een LED. 


5102 


oscillator- + Ugo 


uitgang 


0,001pF 







elektrode 





Hobbit 








oscillator 


oscillator 0,001uF 1---100kel uitgaan 
/ gang 


EE 


spanning - 
stabilisator 
spanning - 


oscillator stabilisator 





Fig. 4. Schakeling van een niveaumelder Fig.5. Verruiming van de toepassingsmoge- 
met relaisaansluiting. lijkheden door middel van een externe refe- 
rentieweerstand. 


8 
oscillator- 0,001 F +Ugo 
uitgang 


oscillator- 
uitgang 
® 


spanning - 
stabilisator 


spanning - 


cillator ak 
5e ’ stabilisator 


8 3 


foto — foto - NTC- PTC 
transistor weerstand weerstand 





Fig.6. Inplaats van voeler-elektroden Fig. 7. Proefschakeling voor de LM 1830. 

kunnen ook andere componenten worden Met een potentiometer aangesloten op de 

aangesloten, zoals fotoweerstanden, foto- elektrode-ingangen kunnen alle ingangen ge- 

transistoren, of NTC- en PTC-weerstanden. simuleerd worden. 

Hierdoor ontstaan interessante mogelijk- 

heden. 

de aansluitingen voor de elektroden aan interne spanningstabilisator de spanning op de filteraansluiting van het IC (pen 9 bij 
te sluiten. constant houdt. een DIL-omhulling; pen 3 bij een metalen 
Bij alle hier geschetste toepassingen dient Vande uitgang van het IC kunnen wissel- omhulling). Daardoor wisselt de uitgang- 
er rekening mee te worden gehouden dat en gelijkspanningsignalen worden afge- spanning bij het overschrijden van de 
een van de beide elektroden kan worden nomen. Om, zoals hiervoor al werd aan- schakeldrempel tussen H en L. Zonder fil- 
geaard. Fluctuaties in de voedingspan- gegeven, een bistabiel schakelgedrag tercondensator komt de interne oscillator 
ning hebben op de werking van de scha- van de uitgang te verkrijgen kan worden in actie. 


keling nauwelijks enige invloedomdateen volstaan met het aansluiten vaneenelco De weerstand tussen de elektroden kan 


ennn nnn eneen ee eee en 
Hobbit 39 


A Interessante componenten 


als volgt worden berekend: 


1000 x d 
R = (ohm) 
CXpxA 


A stelt hierin het oppervlak van de elektro- 
den in cm? voor, d is de afstand tussen de 
elektroden in cm, c de vloeistof concentra- 
tie (grammolecuul-equivalent/liter) en p 
de soortelijke geleiding (onm”* cm? equi- 
valent'). 

Onder het equivalent wordt verstaan het 
molecuulgetal van een substantie die een 
positief en een negatief molecuul levert. 
Zo levert bijvoorbeeld keukenzout (NaCl) 
Na* en Cf zodat het equivalent hiervan 
gelijk is aan 1. Een molecuul CaCl2 geeft 
Ca** en 2CI zodat in dit geval het equi- 
valent gelijk is aan Vz. 

Figuur 8 geeft het aansluitschema van het 
IC, uitgevoerd in een ronde 10-pens me- 
talen omhulling en in een 14-pens plastic 
DIL-omhulling. 


Technische gegevens van het IC 

® Voedingspanning: 28 V 

® Opgenomen vermogen: 300 mW 

® Uitgangstroom, pen 12: 20 mA 

® Werktemperatuurbereik: —40°C tot 
+85°C 

® Soldeertemperatuur gedurende 10 s: 
300°C 








Herenweg 35-37 
3513 CB Utrecht 


Telefoon 030-311336* 


Omeirkel no. A6 op de Infokaart 


40 


a 


KARS 


ELECTRONIKA SERVICE B.V. 


filter Technische gegevens van het IC bij Ta 
| =25°Cen +Ug = 16 V 


oscillator massa 
detektor- 


uitgang 
(ref) | 
ui ingang aanges!. 


ee ne ri ® Opgenomen stroom: 5,5 mA... 10mA 


niet 


® Uitgangspanning oscillator: 1,1 .… 


; 










EE ® Detectordrempel: 680 mV 
dei 
L 


0 
2 


EN El Ad ee ij en ® Oscillatorfrequentie bij C1 = 1 nF: 
] A Ke ng 4kHz... 12 kHz 
oscill. niet niet _oscillator- 
condens. aangesloten ‚… aangest. Condensator 
scill ® Uitgangstroom, pen 12: 10 uA 


uitgang 


oscillator- 
condensator 






oscillator- 
uitgang 


oscillator- 
condensa- 
tor 


detektor 
Ingang 
Fabrikant: National Semiconductor, lite- 


Fig.8. Uitvoeringen en aansluitschema’s van ratuur: Linear Databook '78 


de LM 1830. 





Verkoop, postorders en 
centrale technische dienst 


KENT U ONS NOG NIET’? 


Kom dan eens bij ons binnen of bel en 
maak kennis met onze verkoop- en 
service afdeling 


Voor Uw: — Onderdelen 
— Bouwpaketten 
— Meetapparatuur 
— Service materiaal 
— en Reparaties. 





Vraag naar onze maandaanbieding 


(Parkeerruimte aanwezig) 


Hobbit 












HARTOGS b.v. - Afd. MEETTECHNIEK 


meetspecialisten: 

meer dan 100 multimeters onder 1 dak 
introduceren nieuwe pocket DMM-sensatie 
de ULTRA platte 3207 van 

150 x 60 x [12,5 mm 


INTRODUKTIEPRIJS 229,-* 


“Em LCD-display m. funktie 
@n bereik indikatie. 
m Auto-ranging. 
m AC, DC, 0. 

m Low power 0). 

m DIODE-test. 

m 4 mm meetbussen. 
m AKOESTISCHE foutbed, 
indikatie. 

m ook als 3208 
met ingeb. KALKULATOR 










_ 


OA) meren 














*_kompl. m. tas, snoeren en 
zilveroxyde batt. 
* excl. BTW 









Ing. buro HARTOGS b.v. 
afd. MEETTECHNIEK 


Strevelsweg 700/603 3083 AS R'dam - Tel. 010-817833 - Telex 28925 








Omeirkel no. A7 op de Infokaart. 





Pak dan deKINOR SX 200van Delcon! 


Met trots stellen wij de nieuwste en meest geavanceerde 
computerscanner van de tachtiger jaren voor: 

de Kinor SX-200. Met de SX-200 kunt u namelijk ALLE 
frequenties ontvangen die gebruikt worden door de 
lucht- èn scheepvaart, en bovendien alle stations, die op 
de hoge en VHF- of UHF- banden werken. Doordat de 
Kinor SX-200 zowel AM als FM selektief detecteert, 
‘pikt’ u met déze scanner werkelijk alles uit de lucht. 

U typt op de micro-computer de gewenste! frequentie in 


ningenradio, D-band Amateurs of de Mobiele Eenheid 
in Amsterdam komt glashelder door in uw kamer 
of desgewenst in uw auto. Per sekonde worden ef 
daar bij 4 of 8 voorgeselekteerde kanalen 
afgetast, terwijl 16 verschillende 
frequenties in het geheugen van 

de micro-processor kunnen worden 
opgeslagen. De ingebouwde digitale / 
klok stuurt desgewenst uw band- j 
recorder waarbij de squelch-stop 
voor ’n stuurpuls zorgt! Kortom: 
met de SX-200iheeft u ’n computer 4 
gestuurde scanner in handen die z'n gatijks” " 
niet kent en alle moderne snufjes op etek: 
gebied in zich bundelt. 


Omcirkel no. A9 op de Infokaart. 


Probleemloos luisteren naar de luchtvaart- 
VHF-en UHF-bandénde 27MC? 


het geheugen en Zestienhoven Tower Approach, Scheve- | 


Van Eagle. 
Meetapparatuur, 
mengpanelen en microfoons. 


Alle informatie over 
deze zeer specialis- 
tische onderwerpen 
vindt u in onze 60 
pagina’s tellende 
kleurenkatalogus. 

















Vraag aan die 
katalogus. 
Hij ligt voor u 

klaar. 





Bon in envelop, frankeren als brief en sturen 
naar Eagle International, Ridderkerkstraat 15, 
3076 JT Rotterdam. Sluit f 1,- aan 

postzegels bij voor de verzendkosten. 








Naam: 





Straat: 









EAGLE 






Postcode: 





Plaats: 








Omcirkel no. A8 op de Infokaart. 






U kunt de SX-200 inklusief een 220-volts adaptor 
verkrijgen voor f. 1.395 ,-- inckl. BTW. Stuur snel 
| onderstaande bon in. 





Technische specificaties: 
Frequentie-bereik 

























a) 26-57.995 MHz Freg.Ruimte … 5 kHZ 

b) 58-88 MHz S … 12,5 kHZ 
£ c)108-180 MHz ei ai „5 KHZ 
{ d)380-514 MHz oe 12 5 kHZ 






Gevoeligheid: FM... a) 26. 180 MHz 0 ‚4 uV S/N 12dB 
b)380-514 MHz 1,0uV S/N 12dB 
AM.….a) 26-180 Mhz 1,0 uV S/N 10dB 


b)380-514 MHz 2,0uV S/N 10dB 









SX-200 Bestelbon 

Noteer mij voor zo'n sublieme 
scanner die ik onder rembours 
zal ontvangen. 





Naam: 
Adres: 
Code - Plaats: 


Ô Ik ontvang de SX-200 via 'n handelaar 
in mijn omgeving. 


handtekening 








en in mi 


B Bon uitknippen en sturen naar: Delcon Holland b.v. 
Antwoordnummer 1410 2500 ZJ Den Haag 








MBouwontwerp 


Versterkersy- 





steem met hybride 


schakelingen (2) 


In het vorige Hob-bitnummer zijn we gestart met een 3-delige serie over 
een stereo-versterker die maximaal maar liefst 2x75 watt effectief 


vermogen kan leveren. 


De complete voedingsschakeling is reeds besproken en in dit nummer 
houden we ons bezig met de versterkereindtrappen. 
In één van de volgende Hob-bitnummers komen de volume, toon- en 


balansregeling aan de orde. 


Over het algemeen levert de zelfbouw van 
eindtrappen nogal wat problemen op. 
Deze zijn in hoofdzaak te wijten aan de 
noodzakelijke instellingen die moeten 
worden gemaakt om de trap optimaal te 
laten functioneren. 

Vooral de beginnende doe-het-zelver 
heeft hiermee nogal eens problemen. 
Daarnaast is het voor hobbybladen vrijwel 
ondoenlijk een optimale versterkereind- 
trap te ontwikkelen. Een dergelijk ontwerp 
ontaardt meestal in een uiterst gecom- 
pliceerde schakeling, die voor de meeste 
zelfbouwers veel problemen met zich mee 
brengt. In het andere geval, als de ver- 
sterkereindtrap eenvoudig is van opzet, 
zal er niet zoveel worden nagebouwd 
omdat veel vrije-tijds elektronici tegen- 
woordig professionele eisen stellen aan 
versterkerschakelingen. 


Bij onze versterkerschakeling komt echter 
iedereen aan zijn trekken, omdat de com- 
plete versterker het onderste uit de kan 
geeft. Zo is de eindtrap opgebouwd met 
een versterkermoduul van Philips. Dit 
moduul is al afgeregeld en er zijn slechts 
weinig extra componenten noodzakelijk 
om de eindtrap goed te laten functioneren. 
De kwaliteit van de eindtrap overtreft de 
meeste gangbare andere systemen. Een 
totale vervorming van minder dan 0,2% bij 
60W effectief uitgangsvermogen is niet 
mis. 


In principe kan de hier besproken ver- 
sterkereindtrap ook apart worden ge- 
bruikt, zonder dat de voorversterker- 
schakeling wordt gebouwd. Voor het op- 
timaal functioneren van de eindtrap is 
echter wel een goed gestabiliseerde 
voeding noodzakelijk, zodat de in het 
vorige Hob-bitnummer besproken voe- 
ding onontbeerlijk is. 


De ingangsimpedantie van de eindtrap 
(23k0) en de ingangsgevoeligheid (250 
mV effectief) garanderen een universeel 
toepassingsgebied hiervan. De uitgang 
mag belast worden met 40)... 80. 


Versterkermoduul 

Afbeelding 1 laat het versterkermoduul 
zien, dat is opgeborgen in een kunststof 
behuizing van ca. 9x 3x 1 cm. 

Het betreft hier uitvoering OM961, die 
meer dan 60 watt effectief kan leveren. In 
principe zijn er 3 uitvoeringen van het mo- 





Afb. 1. In dit kunststof blokje van ca 9,5 x 3 x 
1 cm ziteen complete versterkereind- 

trap die 75 watt effectief kan leveren. 

De 9 aansluitpunten zitten aan één zijde en 
hebben een DIL-raster van 2,54 mm. 


duul volgens afb. 1, waarvan er twee ge- 
makkelijk leverbaar zijn. Voor onze doet 
einden kan worden gekozen tussen de 
OM961 en de OM931. Behalve de andere 
codering is er uiterlijk verder geen verschil 
tussen moduul OM931 en OM961. Ook 
het interne schakelschema is in grote lij- 
nen gelijk. 


Fig. 2. Intern hebben de eindtrappen OM931/OM961 12 transistoren, enige dioden en veel 


passieve componenten. 


Instelpotmeter P1 is in de fabriek reeds afgeregeld voor de juiste instelling. 








42 


Hobbit 


Z Bouwontwerp 


Andere dimensioneringen garanderen bij 
de OM961 meer dan 60 watt effectief uit- 
gangsvermogen, terwijl moduul OM931 
(ruim) 30 watt effectief levert. 

In afb. 1 is te zien dat het moduul aan 
weerszijden een schroefbevestiging heeft 
voor montage. Aan de onderzijde van het 
moduul bevindt zich een metaalvlak dat 
thermisch moet worden gekoppeld met 
een koellichaam. Hiervoor zijn twee mo- 
gelijkheden. In de eerste plaats kan een 
apart koellichaam worden genomen. 
Hierbij is een klein nadeel aanwezig: het 
versterkermoduul volgens afb. 1 wordt di- 
rect verbonden met een klein printje, 
waarop de overige eindtrapcomponenten 
zitten, de bevestiging van het printje kan 
dan wat problemen geven bij gebruik van 
aparte koellichamen. 


Een tweede mogelijkheid om voor een 
goede koeling te zorgen is gebruik te 
maken van een metalen kast waarbij het 
moduul met bijhorende printje op een vlak 
metaaldeel daarvan wordt bevestigd. 
Deze laatste methode is verreweg het 
gemakkelijkst. Het moduul hoeft ten op- 
zichte van het koellichaam of koelvlak van 
de kast niet te worden geïsoleerd. Daar is 
intern in het moduul al voor gezorgd. Let er 
wel op dat bij montage van het moduul de 
onderzijde daarvan goed vlak aansluit op 
het koelvlak. 


Voor het koelen van een 60 watt eindver- 
sterker (OM961) is nogal wat koelopper- 
vlakte noodzakelijk. Een minimum opper- 
vlakte van 200 cm? is wel vereist. Voor 
stereodoeleinden zijn twee modulen 
noodzakelijk en het totaal benodigde 
koeloppervlak verdubbelt daarbij. 

Over het algemeen kan bij toepassing van 
het moduul OM931 een koeloppervlak 
van ca 120 cm? worden aangehouden. 
Uiteraard is het zo dat een groter koel- 
oppervlak altijd is aan te bevelen. De ver- 
sterker wordt dan minder warm en er is 
minder kans op vroegtijdige veroudering. 


Moduulschema 

Figuur 2 geeft het inwendige schakel- 
schema van versterkermoduul OM931 of 
OM961. Zoals reeds vermeld zit er tussen 
deze twee modulen geen verschil en be- 
treft het alleen praktische dimensionerin- 
gen. De cijfers bij de verschillende lijnen 
geven de externe aansluitpunten weer. 
In fig. 2 is te zien dat de ingangstrap van 
het moduul wordt gevormd door de transi- 
storen T1 en T2. Dit is een verschilver- 
sterkertrap met 2 ingangen (6 en 7). De 
trap wordt gevoed via een constante 
stroombron (T3). 

Het versterkte ingangssignaal gaat, via 
transistor T1 en weerstand R1, naar tran- 
sistor T4. Via de emitter van T4 komt het 
signaal op de basis van transistor T5. 
Deze versterkt het signaal verder. 

In de collectorleiding van T5 is een com- 
plex netwerk opgenomen dat zorgt voor 


Tabel 1. 


maximale voedingsspanning: 
maximale werktemperatuur: 

maximale opslagtemperatuur: 

normale voedingsspanning: 
ruststroom: 

uitgangsvermogen bij 0,2% vervorming 
tussen 20Hz en 20kHz, bij 40 belasting: 
uitgangsvermogen bij 0,2% vervorming 
tussen 20Hz en 20kHz, bij 80 belasting: 
begrensd uitgangsniveau bij 1kHz, 40 
belasting en 0,7% vervorming: 
begrensd uitgangsniveau bij 1kHz; 80 
belasting en 0,7% vervorming: 

totale harmonische vervorming bij 
1kHz, Po=1W: 

intermodulatie vervorming bij 
250Hz/8kHz (4/1),Po=1W: 
ingangsimpedantie: 

open-versterking: 

normale tegengekoppelde versterking: 
bandbreedte (—dB): 

vermogens bandbreedte (—3dB): 
signaal/ruisverhouding,Po=50mW, 
brede band, onbelast: 
signaal/ruisverhouding, Po=50mW, 
A-curve, belast: 

DC uitgang nulspanning: 
rimpelspanningsonderdrukking: 
uitgangsimpedantie: 


(*) hierbij wordt verondersteld dat de voedingspanning toereikend is. 


de ruststroominstelling van de eindtrap 
(T6). Enerzijds gaat het signaal van de 
collectorleiding van T5 naar transistor T8. 
Via T8 komt het signaal dan op eindtran- 
sistor T9. Evenzo gaat het signaal van de 
collectorleiding van T5 ook naar de basis 
van T10. De emitter daarvan stuurt de 
basis van de andere eindtransistor T11. In 
fig. 2 is duidelijk te zien dat we hier te 
maken hebben met een complementaire 
eindtrap T8, T9/T10,T11. Daarbij zorgen 
de eindtransistoren alleen voor stroom- 
versterking (emittervolgers). 

In fig. 2 is verder nogte zien dat meerdere 
beveiligingscircuits in het schema zijn op- 
genomen, die de eindtrap tegen alle mo- 
gelijke gevaren beschermt. 

Ook de transistoren T7 en T12 vormen 
een beveiligingsschakeling. 


+40V 

95° 

—30... +100°C. 
EAS. #26V, 
80mA. 


>30W eff! 
>30W eff! 
40W eff! 
40W eff! 
0,02% 
0,05% 
10kO 
80dB 
24dB 
30Hz 
20Hz 
75dB 
87dB 
+20mV 


>65dB 
0,050 


>60W eff! 
>60W eff! 
75W eff! 
60W eff! 
0,02% 


0,05% 
1OkO 
80dB 
24dB 
30Hz 
20Hz 


75dB 


87dB 
+20mV 
>65dB 
0,050 





Moduulgegevens. 

Tabel 1 laat verschillende gegevens zien 
van moduul OM931 en OM961. 

De maximum waarden voor voeding en 
temperatuur geven eigenlijk aan tot waar 
de fabriek garant staat. Als deze waarden 
worden overschreden bestaat er kans op 
vernieling van het moduul. De overige 
(karakteristieke) gegevens van tabel 1 
geven allemaal minimum waarden. In de 
praktijk houdt dit in dat de werkelijke ge- 


Fig. 3. Deze schets geeft het voor- en zij-aan- 
zicht van de moduulbehuizing. Alle maten zijn 
in millimeters. De linker afbeelding laat de 
voorzijde van de behuizing zien. Daarbij wordt 
verondersteld dat de achterzijde tegen een 
koellichaam wordt bevestigd. 








Hobbit 


43 





A Bouwonbwerp | 


gevens van een bepaald moduul beter 
kunnen zijn. 

De mechanische afmetingen van moduul 
OM931 en OM961 staat vermeld in fig. 3. 
U ziet hier maar één moduul tekening 
(voor- en zij-aanzicht) die voor beide uit- 
voeringen geldt. 


OpAmp. 

De beschreven versterkermodulen ver- 
tonen veel gelijkenis met een operationele 
versterker. Figuur 4 geeft een OM931/961 
in een complete eindtrap. Het maakt niet 
uit welk moduul hier wordt getekend om- 
dat de aansluitpunten corresponderen. 
Als we fig. 4 nauwkeurig bekijken zien we 
duidelijk de versterkertegenkoppeling 
(R8/R7) die ook bij OpAmps voorkomt. 
Ook de symmetrische voeding is een 
overeenkomst, evenals R5 die direct aan 
de nul kan worden gelegd. 

Het enige verschil zit in de aanwezigheid 
van elco C4, die hier noodzakelijk is omdat 
er gelijkspanning op punt 7 staat.-De 
schakeling volgens figuur 4 functioneert 
als een uitstekende eindtrap. De verster- 
king kan worden ingesteld met R7/R8 en 
is precies gelijk aan de weerstandsver- 
houding hiervan. 

In de gegeven vorm is echter de verster- 
king niet voldoende om de eindtrap vol- 
ledig uit te sturen. Dit komt omdat de nog 
te bespreken voorversterkerschakeling 
maximaal 1 volt mag leveren en dat is net 
niet voldoende. Nu zouden we de ver- 
sterkingsfactor van de eindtrap kunnen 
opkrikken door de verhouding vân R7/R8 
aan te passen, maar dat brengt weer ver- 
vorming met zich mee. De juiste oplossing 
is het toevoegen van een extra versterker- 
trapje. 


Compleet schakelschema 

Figuur 6 geeft het complete schakel- 
schema van de eindtrap. De ingang van 
het moduul (punt 6) wordt vooraf gegaan 
door versterkertrap T1, die het ingangs- 
signaal op het juiste niveau brengt. De 
ingangsimpedantie op C2 is ruim 23kQ, 
terwijl de ingangsgevoeligheid ongeveer 
0,25V effectief is. 

De versterking van T1 wordt bepaald door 
de weerstandsverhouding R4/R3. Even- 
zo wordt de versterking van het moduul 
bepaald door de verhouding R8/R7. 

In fig. 6 zijn over de +35V voedingspunten 
elco's geplaatst om instabiliteit te 
vermijden. 

Over de luidSprekeraansluiting (punt 3/4) 
is een RC-schakeling (R6/C6) geplaatst, 
om de frequentiekarakteristiek recht te 
trekken. 


Print 

Figuur 7 geeft de lay-out van de print. 
Figuur 8 geeft de componentenopstelling 
van de schakeling. 


Voor de elco’s kunnen allemaal axiale uit- 
voeringen worden genomen. 


Fig. 4. Als het versterkermoduul OM931 of 
OM961 wordt voorzien van de nodige externe 
componenten lijkt het geheel erg veel op een 
OpAmp. 


Fig. 6. Het schakelschema van de complete 
eindtrap. Afhankelijk van het gevraagde uit- 
gangsvermogen kan een OM931 (maximaal 
ca 40 watt) of OM961 (maximaal ca 75 watt) 
worden genomen. 
680 2 
Er 


R7 
4JpF 


EP ov 


+U, (+15V) 


Afbeelding 9 geeft ter verduidelijking van 
de bouw een compleet gemonteerde print. 
Hierbij zijn op de aansluitpunten aan de 
linker- en rechterzijde printpennen ge- 


Fig. 5. Omdat de voorversterkers niet vol- 
doende signaal afgeven om de eindtrap vol- 
ledig uit te sturen in deze extra trap 
noodzakelijk. 


+Up (+35V) 


RB I0kQ 
EEn 





Fig. 7. De lay-out voor de print, waarop de 
schakeling volgens fig. 6 kan worden gemon- 
teerd. De schaal is hier 1:1 en het aanzicht is 
van de soldeerzijde. 





44 


Hobbit 


plaatst om de externe montage te ver- 
gemakkelijken. 


Afbeelding 10 laat zien hoe het moduul 

wordt verbonden met het printje. De mooi- 
ste montage ontstaat als het moduul vlak 
tegen de print wordt gelegd, zodat de aan- 





Afb. 9. Deze afbeelding geeft een goede in- 
druk van de compleet gemonteerde print. Alle 
externe aansluitpunten die naar het moduul 
gaan liggen aan één zijde, in de goede volg- 
orde. Op deze aansluitpunten worden geen 
printpennen geplaatst. 


sluitdraden tussen print en moduul erg 
kort zijn. 

Het zal duidelijk zijn dat de combinatie 
volgens afb. 10 een complete mono-eind- 
trap laat zien. Voor stereo-doeleinden zijn 
twee van deze combinaties noodzakelijk. 


Voedingspanning. 

Tabel 1 laat zien dat versterkermoduul 
OM931 met een lagere spanning mag 
worden gevoed dan moduul OM961. Wat 
betreft de maximale voedingsspanning 


Afb. 10. Het versterkermoduul OM931 of 
OM961 kan simpel met het printje worden ver- 
bonden. Deze afbeelding laat de printver- 
binding zien met moduul OM961. 





mogen de beide modulen gerust worden 
gevoed met +35V. Het enige nadeel van 
een relatief hoge voedingspanning op 
moduul OM931 is dat de ruststroom wat 
zal kunnen oplopen en de trap gauw kan 
worden overstuurd. De interne beveiligin- 
gen van het moduul zorgen echter wel dat 
er geen schade ontstaat. 

Vindt u echter de hoge voedingspanning 
van +35V voor moduul OM931 te veel, 
dan kunt U beter de 36 volt zenerdioden 


uit de voedingschakeling verwijderen en 
vervangen door 27 volt typen. Er blijft dan 
een voedingsspanning van +26,3V over 
en dat is bij moduul OM931 voldoende 
voor 40 watt effectief uitgangsvermogen 
bij 40 belasting en ca 33 watt bij 80 
belasting. 
Voor moduul OM961 is een lagere voe- 
dingsspanning dan +35V af te raden om- 
dat anders het maximum uitgangsvermo- 
gen bij 80 belasting afneemt. 
Het theoretisch maximaal haalbare sinus- 
vermogen is eenvoudig te berekenen: 

_ (Ux — 2)? 
Po= EE 


Hierbij is Po het effectief uitgangsver- 
mogen in watts, Ux de totale voeding- 
spanning en R, de belastingsweerstand 
(luidspreker) in ohm. 

Stel de voedingspanning Ub= +35V. Ux 
is dan 70V. Als de luidsprekerimpedantie 
80 is zal Po gelijk zijn aan 72,25 watt. 
Laten we deze berekening los op een luid- 


+ Uva 
(+15V) 


+Ub © 
(+35V) 


van -UÚb © 
HBJ3 } (-35V) 


nul OQ 


LS 








Fig. 8. De componentenopstelling van de 
schakeling volgens fig. 6. 

Voor stereo-doeleinden zijn 2 printen nood- 
zakelijk. 


sprekerbelasting van 40 dan wordt Po= 
144,5 watt. 

Het zal duidelijk zijn dat deze laatste bere- 
kening in de praktijk geen 144,5 watt op- 
levert omdat de versterker dit niet aan kan. 
Belangrijk is echter wel dat met de ge- 
noemde berekening de relatie voeding- 
spanning en uitgangsbelasting aan kan 
geven wat het maximum theoretisch uit- 
gangsvermogen zou kunnen zijn als de 
voedingspanning als enige grens werd 
gesteld. 


Fig. 11. Extern heeft het printje 16 aan- 
sluitpunten. Daarvan gaan de punten 1 t/m 9 
naar het moduul OM931/961. 

Om externe montage te vergemakkelijken 
kunnen op de aansluitpunten 10 t/m 16 het 
beste printpennen worden geplaatst. 


in 


TIM () 
E (van NL 3406) 








Hobbit 


45 


Externe aansluitingen tussen de punten 14 (nul)en 15. R5,R8= 10kO. 
Figuur 11 geeft het eindtrapprintje met Voor een compleet bedradingsoverzicht R6= 100. 
een eindtrapmoduul. verwijzen we naar één der volgende R7= 6800. 


De versterkeringang is punt 13, terwijl 
punt 12 de bijhorende nul is. 

Op punt 10 wordt +15 volt (+Uv) gezet. 
Deze spanning komt van voedingsprint 
HB 3. Van deze print komt eveneens de 


nummers van Hob-bit. Hier worden de 
voorversterkerschakelingen behandeld. 
Aanvullend komt daarbij een compleet 
overzicht van de onderlinge printbekabe- 
lingen. 


Ci= 
C2,C3= 
C4= 


104F/25V, axiaal. 


2,2uF/25V, axiaal. 
47 uF/10V, axiaal. 


C5,CB= 
C6= 
C7= 


10uF/40V, axiaal. 
O,1uF 
100uF/40V, axiaal. 


spanning +Ub, die naar punt 10 van het 
versterkerprintje gaat. Ook de spanning 
—Ub gaat vanaf print HB 3 naar print HB 9 
en wel naar punt 16. 

De nul van de voedingspanningen gaat 
direct, vanaf voedingsprint HB 3, naar 
punt 15 van HB 9. Het zal duidelijk zijn dat 
voor de voedingsdraden +Ub en de nul 





componentenlijst bij figuur 6 en 8. 
De componentenlijst is samengesteld 
voor eén kanaal. Voor stereo-uitvoering 
moet elke gegeven componentenhoe- 
veelheid worden verdubbeld. 








T1= BC549B, BC549C, BC109B, 
BC109C. 


Ben ree versterkermoduul OM931 (30/40W) of 


naar punt 15 van print HB 9 dik (1 à 1,5 

mm?) geïsoleerd koperdraad moetwor= _ |R2- _ 33k0, dh En 

den gebruikt i.v.m. de relatief grote R3= 3900. 

stromen. R4= 2.7KQ. 7 printpennen, 1 mm rond. 





De luidspreker(s) worden aangesloten 


A In het volgende nummer: 


Vensterindicator 





Een veelzijdig meetinstrument is de zogenaamde ‘vensterin- 
dicator’. Dit is een gelijkspanningsmeter die de spanning niet 
analoog weergeeft, maar een indicatie geeft of een bepaalde 
spanning te laag, goed of te hoog is. Daar waar gewone wijzer- 
instrumenten te duur of te kwetsbaar zijn kan de vensterindicator 
goede diensten bewijzen. 


Model 8024A: 





e Elf functies 
de spanning 
ac spanning 
dc stroom 
ac stroom 
weerstand 
diode test 
geleiding (i/R) 
logisch niveau 
indikatie en conti- 
nuïteitsdetectie 
temperatuur (thermo- 
koppel type K) 
vasthouden van 
piekwaarden op span- 
ning en stroomfuncties 
keuzemogelijkheid 
voor audio-indikatie 
bij continuïteit- of 
niveau-detectie 

e 3'/2-digit resolutie 

@ 0,1% basis 
dc-nauwkeurigheid 

e LCD display 

@ beveiliging tegen over- 
belasting 

e veilige meetsnoeren 





Kanaalautomaat 


Vroeger was audio-apparatuur alleen een simpele radio, tegen- 
woordig is een stereoset een verzameling (peperdure) 
apparaten. 

Een probleem hierbij is dat het aantal aansluitingen op een 
apparaat wel eens te kort schiet. Met de kanaalautomaat wordt 
dit probleem uit de wereld geholpen. 


e@ Eén jaar garantie op 
onderdelen en arbeids- 
uren 


Uitgebreide documentatie zenden wij u gaarne toe. 
Bel of schrijf ons even. 


STUUT en BRUIN B.V. 


Ook op dit gebied staan wij u met (voor)raad en daad terzijde. 
Wij leveren onder rembours op telefonische of schriftelijke bestelling. 
Prinsegracht 34 — DEN HAAG — telefoon 070-604993 
Postgiro: 283062 — AMRO-bank: 45.35.75.418 





Dimmerautomaat 


Het doel van een lichtdimmer is om een bepaalde, door de 
ebruiker vooraf ingestelde lichtsterkte te geven. 
nze dimmerautomaat heft één van de grootste nadelen van de 
conventionele lichtdimmer op, nml. dat extern omgevingslicht de 
lichtsterkte doet veranderen. De door de gebruiker ingestelde 
lichtsterkte blijft bij onze dimmerautomaat constant, ongeacht 
een wijziging van het omgevingslicht. 





TETN EE EN RI TZ ZE EE Zi 
46 Omcirkel no. A10 op de Infokaart Hobbit 


3 Manieren om zelf uw 
ON RER oker Teo on te Len 





met modulen… 


Met modulen: TI-58 en T1-58C 
Op zich is de T1-58 al een baanbrekende 
rekenmachine. Met zijn maximaal 480 
programmastappen of 60 geheugens 
kan hij vrijwel elk soort bereke - 
ning aan: van financiële en 
ES Statistische tot technische 
S en astronomische. 
FS De TI-58C voegt daar nog 
eens het niet onaanzienlijke 
voordeel van een Constant 
Memory aan toe. Beide machines 
zijn bruikbaar met verschillende 
insteekmodulen. Gratis bijgeleverd 
wordt de „Master Library” module, 
slechts een vingernagel groot, maar levert 
wel 25 extra programma’s op wiskundig 
statistisch en financieel gebied. 













Met de hand: T1-57 
Een zeer laaggeprijsde machine, erg veelzijdig en 
met computereigenschappen. Via het 
simpel indrukken van toetsen, kunt 
ude T1-57 leren om speatieke 
problemen op te lossen. De 
50 mult-toets programmeer- 
stappen (max. 150 intoet- 
singen), de 8 meervoudig 
bruikbare geheugens, de sub- 
routines, de labels en de geavan- 
ceerde rekenlineaalfunkties doen 
de rest. Ideaal voor vakman, 
zakenman en student. Het ideale 
AOS invoersysteem maakt het mogelijk 
opdrachten in te voeren zoals u ze 
zou opschrijven. 















met de hand… 


…met modulen 
of magneetkaartjes… 


Met modulen en 
magneetkaartjes: T1-59 
Behalve op insteekmodulen 
werkt de T1-59 ook met 
magneetkaartjes. 
Zodat u uw 

eigen program- 
ma bibliotheek 
kunt opbouwen 
naast die welke in 
de modulen 
geprogrammeerd zijn. 
De T1-59 biedt 
maximaal 960 program- 
mastappen of 100 geheugens. 















PC-100C: printer voor 
de T1-58, TI-58C en 
TI-59 

Een uniek stuk randappara- 
tuur: de programmeerbare 
T1-58, TI-58C of T1-59 
kunnen in een wip op de 
printer worden bevestigd. 
Geruisloos en snel wordt uw 
berekening afgedrukt precies zoals 

u dat wenst. Zelfs grafische voorstellingen van bepaalde 
uitkomsten kunnen worden geproduceerd. 


adviesprijs incl. BTW: zen 
T1-57 f139,—, T1-58 f 325,—, TI-58C f 395, En 
T1-59 £ 999, PC-100C f 939, ovatie 





TEXAS INSTRUMENTS 


Texas Instruments Holland B.V, European Consumer Division 
Laan van de Helende Meesters 421a, 1186 AL Amstelveen, tel. 020 -47 33 91 


Verkrijgbaar o.a. bij de volgende bedrijven: Amsterdam, e Lorjé, 3 zaken, 020-232701,e Valkenberg, 3 zaken, 020-184022,e Vroom & Dreesmann, 60 zaken, 020-5959111, Den Bosch,e CIB, 225 
zaken, 073-215315, @ Dixons, 41 zaken, 073-420505, Heerlen, © Sokla, l zaak, 045-724379, Hengelo, e Neco, 25 zaken, 074-427275, Lelystad, e Cap: Lux, 15 zaken, 03200-22844, Nijkerk, @ 
Expert, 126 zaken, 03494-54894, Pijnacker, e@ All Wave, 10 zaken, 01736-5961, Rotterdam, @ KMC, 1 zaak, 010-137070, Tilburg, @ Aarts, 5 zaken, 013-430040, Wychen,e Veneka, 130 zaken, 
08894-12185, Zaandam, @ Wastora, | zaak, 075-127127. Volledige dealerlijst op aanvraag verkrijgbaar. 





| o 


J 


Omcirkel no. A11 op de Infokaart 





wer vara Cbr pi 


1% 





Binnen 5 maanden heeft u de 
hardware en software zó onder 


MICROPROCESSORS/ B se knie, dat u de opbouw van 
MICROCOMPUTERS een microcomputer grondig 


beheerst en eenvoudige 
programma's in de 
assembly-taal kunt schrijven. 
De assembly-taal wordt, omdat ze input- en output-instructies 
kent, gebruikt wanneer we met behulp van een computer 
processen, b.v. in de industrie, willen besturen. In 3 jaar tijd 
schreven meer dan 4500 ontwerpers, service-technici en 
elektronici voor deze cursus in. 

De cursus bevat 21 lessen. Er is geen vooropleiding vereist. 
Aan cursisten kunnen wij de microcomputer SDK 85 + 
voeding en een in het Nederlands gestelde bouwbeschrijving 
en proeven leveren. De prijs van de bouwdoos bedraagt f 720. 





In deze cursus gaan we u, 


ASSEMBLY uitgaande van de stof die 
PROGRAMMING EN behandeld is in de cursus 


“Microprocessors/Microcomputers'', 
INTERFACING Pp p 





trainen in het schrijven van 
programma's in de 
assemblytaal en het ontwerpen van interfaceschakelingen. 

U kunt ze op uw eigen microcomputer testen en debuggen. 
Dat kunt u ook bij ons op het instituut doen. De cursus bestaat 
uit 18 lessen. Zij, die deze cursus hebben gevolgd, zijn 
specialisten op het gebied van programmeren en interfacing. 


Examen 


Wij zijn erkend door de minister van onderwijs. Daarom worden 
onze diploma's mede ondertekend door een 
rijksgecommitteerde. De examens worden 3x per jaar afgenomen. 


enn 


Of bel 085 - 451641 
ladi Ook 's avonds 
en tijdens 


Zend mij informatie en een het weekend. 


proefles van de cursus(sen) 





EREN: 5 RON Stronie en Merida zend nbin uisss 


Deze bon in een gesloten enveloppe, zonder postzegel, zenden naar: 
Elektronica opleidingen Dirksen, Machtiging 677, 6800 WC Arnhem. 


Omcirkel no. A12 op de Infokaart 


Dirksen houdt u bijde tijd op het 


gebied van microcomputers 







BASIC gaat de “standaard 
hogere programmeertaal” voor 
BASIC microcomputers worden, omdat: 
a. BASIC o.a. geschikt is voor 
het oplossen van wiskundige 
problemen (b.v. matrix- 
berekeningen) informatie-verwerking op administratief gebied 
(b.v. persoonlijke boekhouding) en spelletjes (b.v. 
mastermind). 

b. BASIC t.o.v. veel andere hogere programmeertalen weinig 
geheugenruimte in beslag neemt. 

c. BASIC erg gemakkelijk te leren is. 


PROGRAMMING 





In deze cursus gaan we niet in op de opbouw van de 
computer, omdat BASIC een computeronafhankelijke taal is. In 
3 maanden leren wij u “spelenderwijs” alle facetten van deze 
programmeertaal. We leren u zowel standaard BASIC als 
statements uit extended BASIC. 

De cursus bevat 13 lessen. Er is geen kennis van computers 
vereist. De cursus wordt vooral gevolgd door hen, die op een 
gemakkelijke manier op de hoogte willen raken met de 
toepassing van computers op administratief en wiskundig 
gebied. 


Ons instituut beschikt over computers, waarop die cursisten 
kunnen oefenen, die graag het geleerde in praktijk willen 
brengen en die thuis of op hun werk niet over een computer 
beschikken 


Cursusvorm 


. Alle cursussen zijn zowel schriftelijk als schriftelijk met 


mondelinge begeleiding te volgen. De mondelinge begeleiding 
wordt gegeven in alle cursusplaatsen, uitgezonderd Deventer. 














Elektronica 
opleidingen 
Dirksen 


Parkstraat 25, 6828 JC Arnhem 
Tel: 085 - 451641 of 
vanuit België: 00/31 85451641 





Wat betreft het schriftelijk 
onderwijs erkend door de minister van 
onderwijs en wetenschappen bij 
beschikking d.d. 18-12-1974.